Reactie op toespraak minister van Defensie

Op 18 april hield de minister van Defensie, mw. J.A. Hennis-Plasschaert, op uitnodiging van de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap een openbare toespraak in Den Haag, genaamd ‘Nu doorpakken’. In de toespraak geeft de minister aan dat zij is uitgedaagd door de Militaire Spectator om in te gaan op de toekomst van Defensie.[1] De Militaire Spectator juicht deze reactie van harte toe, omdat het tijdschrift een academisch debat over strategische en krijgswetenschappelijke onderwerpen voorstaat.

In haar toespraak refereert de minister aan het editoriaal van het januarinummer van de Militaire Spectator.[2] Het bevreemdt haar dat de Militaire Spectator in het genoemde editoriaal tot de conclusie komt dat Nederland – en meer specifiek Defensie – het strategische denkvermogen is kwijtgeraakt en zelfs zou lijden aan ‘strategisch analfabetisme’. De minister pareert deze stelling en verwijst naar de nota Houvast in een onzekere wereld, waarin de uitwerking is neergelegd van een meerjarig perspectief. Volgens haar bevat de nota drie ‘strategische opgaven’, te weten (1) veilig blijven, (2) veiligheid brengen en (3) veilig verbinden, die alle drie richting geven aan het beleid van het huidige kabinet.[3] Bovendien, zo memoreert ze, blijkt het Eindrapport Verkenningen uit 2010 een grote voorspellende waarde te hebben gehad.[4] ‘Wie zegt dat hij of zij is verrast door de ontwikkelingen van de afgelopen tijd heeft duidelijk iets gemist’, aldus de minister.

Graag neemt de Militaire Spectator de gelegenheid te baat om te reageren op de toespraak van de minister. Ten eerste, het is niet alleen de Militaire Spectator die het verlies aan strategisch denkvermogen constateert. Het genoemde editoriaal baseert zich namelijk op uitspraken van de Nederlandse hoogleraren prof. dr. Isabelle Duyvesteyn en prof. dr. Herman Amersfoort, die respectievelijk ‘strategisch analfabetisme’ en de ‘teloorgang van de militaire strategie’ constateren.[5] Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid haalt professor Duyvesteyns uitspraken aan en stelt manco’s in de Nederlandse strategievorming vast.[6] De raad pleit onder meer voor een nationale veiligheidsstrategie, gefundeerd op een geïntegreerde benadering.[7]

Ten tweede – en dat komt vaker voor – lijkt de minister in haar toespraak de begrippen ‘strategie’ en ‘beleid’ te verwarren. Hoewel er verwantschap is, verschillen die echter wel degelijk van elkaar. De Britse hoogleraren strategische studies Sir Hew Strachan en Colin Gray geven aan dat beleid een ontwikkelrichting is, veelal voor overheidsorganisaties, met gestelde doelen, eventueel aangevuld met middelen en een tijdspad. Beleid is een politiek-ambtelijk instrument dat binnen departementen en de politieke arena wordt gebruikt. Strategie is echter van oudsher een militair begrip en richt zich op conflictsituaties. Een strategie bestaat uit ends, ways en means (doelen, mogelijkheden en middelen) en hier zit natuurlijk enige overlap met beleid.[8] Alleen is strategie, zoals Strachan het noemt, de uitkomst van een dialoog tussen betrokken politici en militairen, en niet een politiek discussiestuk.[9]

Echter, een strategisch raamwerk, alleen gericht op ends-ways-means, volstaat momenteel niet meer. Bij de vorming van een strategie dienen de ontwikkelaars ook oog te hebben voor eventuele risico’s en bedreigingen. Een actie binnen een conflictsituatie veroorzaakt immers veelal een reactie bij de opponent. Gray pleit er voor om een risicoanalyse op te nemen in strategievorming.[10] Daarnaast dienen strategen ook oog te hebben voor de verspreiding van een strategie, niet alleen om te informeren, maar ook om draagvlak te creëren. Volgens de Amerikaanse onderzoeker Christopher Paul is het tegenwoordig noodzakelijk om aan strategische communicatie te doen. In het digitale tijdperk willen mensen, ofwel in de eigen organisatie, dan wel er buiten (of überhaupt de publieke opinie), zich graag een mening kunnen vormen door geïnformeerd te worden over veranderingen, zowel bij een nieuwe strategie als bij beleid, zo stelt Paul.[11]

Deze redenaties volgend, is de nota Houvast in een onzekere wereld een beleidsstuk, en geen strategie. Er staan geen ways en means in en de nota is bedoeld om richting te geven aan betrokken departementen, zoals Buitenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie en Defensie. Ook de opname van zogeheten ‘strategische opgaven’ (veilig blijven, veiligheid brengen en veilig verbinden) maakt van de nota nog geen strategie. Bovendien is dat nog niet alles, want de strategische communicatie ontbreekt bij de nota volledig. De nota is tot op heden nauwelijks geland in de krijgsmacht. De publicatie ging niet gepaard met een gerichte publiciteitscampagne om het gedachtegoed uit de nota breed in de defensieorganisatie te doen landen. De impact van de nota op het zittende militaire personeel zal dan waarschijnlijk ook gering zijn (geweest).

En dit is een gemiste kans. Het is nota bene de Nederlandse Defensie Doctrine die aangeeft dat strategische communicatie een uniek coördinatiemiddel is om consistentie en coherentie in woord en daad te krijgen binnen het departement.[12] En daar ontbreekt het aan! 

Ten derde refereert de minister in haar toespraak aan het Eindrapport Verkenningen uit 2010. Dit eindrapport is inderdaad een prima document gericht op de toekomst, maar het bevat evenmin een strategie. Het maakt weliswaar een risicoanalyse, benoemt ontwikkelingen in het mondiale veiligheidsdomein en formuleert op grond daarvan een aantal beleidsopties, maar de eerdergenoemde ends, ways en means ontbreken![13] Het eindrapport gold als een vertrekpunt voor strategische discussies en keuzes, maar zover is het niet gekomen. Het rapport werd helaas vrij snel ingehaald door de bezuinigingsronden op het ministerie van Defensie van 2011 en 2013. Het behalen van gewenste strategische effecten voerde niet meer de boventoon, want noodgedwongen was het ministerie alleen maar aan het sturen op afslanking en doelmatigheid.

Ten vierde spreekt de minister zich krachtig uit in haar toespraak: ‘Wie zegt dat hij of zij verrast is door de ontwikkelingen van de afgelopen tijd heeft duidelijk iets gemist!’ Wellicht is deze uitspraak algemeen bedoeld, de Militaire Spectator voelt zich evenwel niet aangesproken. Het tijdschrift plaatste in 2014 en 2015 al editorialen, artikelen en commentaren over Islamitische Staat (IS) en Rusland. Het genoemde editoriaal geeft wel de verbaasde reactie van de Commandant der Strijdkrachten (CDS) weer.[14] In een interview met verslaggever Enzo van Steenbergen in NRC Handelsblad zei de CDS afgelopen november: ‘De uitbreiding van de gordel van instabiliteit, de annexatie van de Krim, dat heeft ons voor een groot deel verrast. De Arabische Lente is ook een voorbeeld. Net als de opkomst van IS. Het overkwam ons voor een deel.’[15]

Tot slot: de Militaire Spectator entameert graag een debat, maar draagt net als de minister de krijgsmacht een warm hart toe. Daarom eindigt deze reactie net als de toespraak van de minister: Defensie is een prachtige organisatie en moet dat blijven!   

Redactie Militaire Spectator

 

[1] Minister van Defensie, Nu doorpakken. Toespraak bij bijeenkomst KVBK op dinsdag 18 april te Den Haag. Zie: https://www.defensie.nl/downloads/toespraken/2017/04/18/speech-minister-....

[2] ‘2017: het jaar van strategisch inzicht’, editoriaal in: Militaire Spectator 186 (2017) (1) 2-3.

[3] Houvast in een onzekere wereld. Lijnen van ontwikkeling in het meerjarig perspectief voor een duurzaam gerede en snel inzetbare krijgsmacht. Bijlage bij Kamerstuk nr 33763-126, betreffende Brief van de minister van Defensie, nr. BS 20170005432 (14 februari 2017).

[4] Eindrapport Verkenningen. Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst (Den Haag, ministerie van Defensie, 29-3-2010).

[5] ‘2017: het jaar van strategisch inzicht’, editoriaal in: Militaire Spectator 186 (2017) (1) 2-3.

[6] Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Veiligheid in een wereld van verbindingen: Een strategische visie op het defensiebeleid (Den Haag, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 12 april 2017) 86.

[7] Idem, 169-188.

[8] H. Strachan, The Direction of War. Contemporary Strategy in Historical Perspective (New York, Cambridge University Press, 2013) 26-28; en: C. Gray, Modern Strategy (Oxford, Oxford University Press, 1999) 55-57.

[9] H. Strachan (2013) 78.

[10] C. Gray, The Strategy Bridge. Theory for Practice (New York, Oxford University Press, 2010) 54-95.

[11] C. Paul, Strategic Communications. Origins, Concepts and Current Debate (Santa Barbara, Praeger, 2011).

[12] Ministerie van Defensie, Nederlandse Defensie Doctrine (Den Haag, ministerie van Defensie/Defensiestaf, 2013) 99.

[13] Ministerie van Defensie, Eindrapport Verkenningen.

[14] ‘2017: het jaar van strategisch inzicht’, editoriaal in: Militaire Spectator 186 (2017) (1) 2-3.

[15] E. van Steenbergen, ‘Hoogste militair: tijd om te investeren in de krijgsmacht’, in: NRC Handelsblad, 21-11-2016.