La La Land

Vol bravoure stuurden ze hun land na een onverwachte overwinning naar de uitgang: de Brexiteers. Andersdenkenden, dat waren ‘slechte verliezers’ of Remoaners, die hun mond moesten houden. Het volk had gesproken. Echter, dit absolutisme van een kleinst mogelijke meerderheid leidde weer onvermijdelijk tot ongenoegen. En tot weerwoord. De Brexit bullies leven in La La Land, aldus de overige ‘48’ procent, die vreest dat de Britten met de uittreding uit de Europese Unie, en de wijze waarop, collectief als lemmingen over de Doverse klif gaan. Voor de goede verstaander: La La Land[1] staat voor een droom die niet helemaal uitkomt, die bestaat in de hoofden van mensen wier leven in werkelijkheid een andere wending neemt, of gaat nemen. Dromen verwezenlijken zonder een prijs te betalen: alsof het zou bestaan.

De onverzoenlijkheid en karikaturen in het Brexit-debat tekenen de onzekerheid die Groot-Brittannië sinds een jaar in zijn greep heeft. Tijd voor bezinning was er kennelijk niet. De Britten braken met de geschiedenis en keerden zich af van een ideaal. Afgelopen 29 maart stuurde hun regering de officiële aankondiging van de Europese echtscheiding naar Brussel. Geen weg terug, aldus premier May (ooit tegenstander van uittreding): de ontvlechting was begonnen. Om een sterker mandaat te krijgen, schreef ze verkiezingen uit. Maar in plaats van meer armslag waren grotere verdeeldheid, een ongewenste gedoogconstructie met een fundamentalistische partij uit Noord-Ierland en – last but not least – ernstige reputatieschade haar oogst. Amper een jaar in functie is haar positie vrijwel onhoudbaar geworden.

Waar het naartoe gaat met de Britten is nog louter gissen. Het is uiterst onzeker welke krachten deze radicale omkering nog meer gaat losmaken. Ontrafelen Brexit en gedoogsteun van de Noord-Ierse protestanten de moeizaam bereikte vrede in Ulster? Ieren en Noord-Ieren zijn er niet gerust op. Maar ook: wat doen de Schotten om aansluiting bij Europa te houden? Onzekerheid troef, want het Britse keep calm and carry on is vervangen door opportunisme en kift. Waarmee is aangetoond dat dit soort grote veranderingen eigenlijk niet mag worden ingezet met slechts een ‘gewone’ democratische meerderheid, op basis van het sentiment bij met name enkele bevolkingsgroepen in een multinationale natie. Dat is geen democratie, dat is roekeloosheid. De legitimiteit van belangrijke politieke beslissingen behoort groter te zijn dan dat.

De eerste tekenen zijn dan ook niet gunstig. De tragikomedie waar de Militaire Spectator vorig jaar nog van sprak, is inmiddels bepaald niet om te lachen.[2] Tragiek voert de boventoon. Voorbeeld: de notificatie van de Britten aan de EU was afgelopen maart nauwelijks in Brussel aangekomen of er ontstond een absurde discussie over de rots van Gibraltar, waarbij het gestaalde kader van de Brexiteers met 19e-eeuwse bombarie 20e-eeuwse oorlogstaal bezigde. Het is nauwelijks anders dan gênant te noemen dat een ooit eerbiedwaardige partij in een van de oudste democratieën van Europa zo’n populistische afslag nam. Voetbal-hooligans grepen de call to arms aan om huis te houden in de Madrileense binnenstad. En toen was er nog de overmoed van een onbegrepen verkiezingsronde. Het was party before country. Maar een helder plan voor Brexit? Vergeet het maar.

Van oudsher kende Groot-Brittannië drie invloedssferen. De eerste was de Angelsaksische, die zich met name uitte in een ‘speciale relatie’ met de Verenigde Staten. De tweede was de Commonwealth, het oude koloniale domein. De derde was Europa. Met Brexit in het verschiet zal Londen de ongekende stap nemen van het riskeren van twee van deze drie invloedssferen, en ook nog de belangrijkste. Naast de Europese invloedssfeer loopt namelijk ook de Angelsaksische speciale relatie met de VS gevaar, omdat deze vanuit Amerikaans perspectief mede is gebaseerd op de invloed die Washington via Londen kan uitoefenen op Europa. Als die lijn straks wordt doorgesneden verliezen de Britten hun traditionele bemiddelende rol, ook op het gebied van veiligheid en defensie. En wat zijn ze dan nog waard?

Dat is voor Nederland een relevante vraag. Ooit vormden Nederland en Groot-Brittannië een van de eerste binationale eenheden in de Europese moderne geschiedenis: de UK/NL Amphibious Force. Hoewel wij ons de laatste jaren wat betreft zulke samenwerkingsverbanden vooral richten op oosterbuur Duitsland, is dit expeditionaire instrument in het licht van de ontwrichtende opstelling van de Russische Federatie en de kwetsbaarheid van de Baltische regio nog altijd veel waard. Het is zaak om de Britten aan boord te houden. Nog los van praktische vragen zoals: kan Northwood wel het zenuwcentrum blijven van het antipiraterij-optreden van de EU?

Een mogelijke vechtscheiding met ‘Brussel’ en de EU-lidstaten, met alle emoties van dien, kan niet anders dan spanning leggen op de relaties. Zie de inleidende beschietingen over de status van EU-burgers, de ‘alimentatie-regeling’ of de toegang tot visgronden. Als directe partner kan Nederland het contraire Britse gedrag niet negeren, of ontwijken dat momenteel de chaos en de onderbuik – en niet de ratio – in Londen regeren. De samenwerking, ook de militaire, van de afgelopen decennia is gebaseerd op gedeelde waarden en belangen en een zorgvuldig opgebouwd vertrouwen. Wat over lange tijd met geduld tot stand is gekomen is, als we niet uitkijken, zo weer afgebroken. Dan staan we erbij en kijken ernaar.

Als ‘zij’ ons niet meer moeten, is defensie uiteindelijk wellicht het enige beleidsterrein dat Nederland nog met de Britten bindt. Demissionair minister Hennis-Plasschaert maakte vorige maand een verzoeningsgebaar aan de zelf-mutilerende partner aan de overkant van de Noordzee met een intentieverklaring om tot een actieplan voor verdere militaire samenwerking te komen. Daarbij is het wel oppassen geblazen, want dit proces kan niet los worden gezien van de grotere context van de Brexit-onderhandelingen tussen Brussel en Londen. Het EU-blok vindt dat Groot-Brittannië primair de consequenties van de eigen keuzes moet dragen. Er is Londen veel aan gelegen om op deelgebieden in dat front in te breken met bilaterale deals; Nederland moet in dat opzicht niet naïef opereren. Maritieme militaire samenwerking kan in de nieuwe situatie bovendien negatief worden beïnvloed door andere kwesties, bijvoorbeeld een mogelijk visserijdispuut. Eerst dus maar eens afwachten hoe beschadigd de Britten uit hun zelf gegraven gat klauteren, dan wel er in splendid isolation in blijven zitten. Keep calm and carry on... 

[1] Naar de gelijknamige drama-musicalfilm (2016).

[2] ‘Staatsmanschap’, editoriaal in: Militaire Spectator 185 (2016) (7/8) 286-287.