Officieren aan het woord: de Militaire Spectator 185 jaar

Begin dit jaar vierde de Militaire Spectator zijn 185e verjaardag. Op een verjaardag is het gebruikelijk terug te kijken op het verleden, maar daarnaast wil de jubilaris ook graag een blik in de toekomst werpen. Terugkijken deden Ben Schoenmaker en Floribert Baudet tien jaar geleden al uitgebreid ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan in Officieren aan het woord.[1] Toen luitenant van Rijneveld en uitgever Broese (de huisdrukker van de KMA) in 1832 het initiatief namen voor een militair tijdschrift, deden zij dat omdat er naar hun mening in het leger behoefte bestond aan discussie over de recente campagne in België, met als doel daar lessen uit te trekken.[2]

Die doelstelling van 185 jaar geleden staat nog steeds als een huis. In ons huidige jargon spreken wij over de 3D-benadering van de Militaire Spectator: Dissemminate, Development and Debate. Dat klinkt modern, maar is een constante geweest door de gehele geschiedenis van het tijdschrift. De KVBK wil als eigenaar van het tijdschrift een bijdrage leveren aan de vakinhoudelijke ontwikkeling van de officier en verspreidt daarom het geschreven woord door de Militaire Spectator, met het doel een bijdrage te leveren aan het debat over de krijgswetenschappen. Toen de KVBK in 1972 de verantwoordelijkheid van dit tijdschrift op verzoek van de minister van Defensie overnam, stemde het bestuur daarmee in, omdat het de taak in overeenstemming achtte met de in 1865 geformuleerde doelstelling van de vereniging, namelijk ‘het verbreiden van heldere begrippen omtrent krijgszaken’.[3]

Schoenmaker en Baudet concluderen dat op geen enkel moment in de lange geschiedenis van het tijdschrift de legerleiding of de minister van Oorlog/Defensie de inhoud of strekking van het blad bepaalden.[4] Dat is een groot goed, waar ook de huidige redactie veel waarde aan hecht. Tegelijkertijd was het soms moeilijk die onafhankelijkheid te herkennen, zeker toen in de periode direct na de Tweede Wereldoorlog op de omslag van de Militaire Spectator de ondertitel ‘Officieel orgaan van het Ministerie van Oorlog en van het Koninklijk Nederl.-Indische Leger’ prijkte. Toch was er ook in die periode altijd een duidelijk onderscheid tussen de rubriek ‘Officiële mededelingen’ en redactionele bijdragen. Ook toen kwamen de artikelen in het ‘Redactionele gedeelte’ volledig voor de verantwoordelijkheid van de samensteller.[5]

Meningsvorming over de krijgswetenschappen kan alleen door er grondig over na te denken en in de eerste plaats de feiten te kennen. We willen dan ook als militair wetenschappelijk tijdschrift een platform bieden aan iedereen die zijn krijgswetenschappelijke kennis wil delen. Krijgswetenschappen interpreteert de redactie daarbij in zeer brede zin. Niet alleen strategie, operaties, bedrijfsvoering en geschiedenis zijn van belang, maar ook technische,  economische, gedragswetenschappelijke, logistieke en medische onderwerpen biedt de Militaire Spectator de lezers aan, zolang het relevant is voor het beroep van de officier.

Kennis is nooit statisch en de krijgswetenschap past zich permanent aan op basis van nieuwe technische en politieke ontwikkelingen en de ervaringen van de krijgsmacht.  Daarom besteedt de Militaire Spectator ook graag aandacht aan ervaringen van officieren bij de uitoefening van hun vak.

Sinds de terugblik van 2007 is de doelstelling van de Militaire Spectator de laatste tien jaar niet gewijzigd. Inhoudelijk zijn er echter wel ontwikkelingen. Door gebruik van het Nederlands is de Militaire Spectator een uniek tijdschrift in de internationale krijgswetenschappelijke arena, maar Nederlandse auteurs publiceren tegenwoordig ook vaker in het Engels. Het gebruik van de Engelse taal is immers niet alleen in de wetenschappelijke wereld, maar ook in de operationele militaire praktijk eerder regel dan uitzondering. Drs. Alexander Alta is tot de redactie toegetreden om Nederlandstalige auteurs te helpen bij de vervolmaking van hun Engelse manuscript. 

Naast het Engels is de digitalisering van de Militaire Spectator een belangrijke ontwikkeling. Sinds 2015 verschijnen de artikelen en rubrieken op www.militairespectator.nl en is het magazine beschikbaar voor iedereen die het wil lezen. Het was de eerste stap op de digitale snelweg. De KVBK lanceerde afgelopen oktober een eigen vernieuwde site, die qua look and feel aansluit bij de Militaire Spectator. Het complete digitale archief van de Militaire Spectator sinds 1832, nu nog te raadplegen onder www.kvbk-cultureelerfgoed.nl, zal in zijn geheel beschikbaar komen op www.militairespectator.nl. Het archief wordt veelvuldig geraadpleegd door militairen, onderzoekers en belangstellenden en herbergt een schat aan onderwerpen.

Als 185-jarige wil de Militaire Spectator in de eerste plaats de lijn uit het verleden doortrekken en het tijdschrift voor en door officieren blijven. Officieren, maar ook burgers, hebben met de Militaire Spectator een modern medium in handen om kennis te delen en meningen aan te scherpen.

[1] Ben Schoenmaker en Floribert Baudet, Officieren aan het woord. De geschiedenis van de Militaire Spectator 1832-2007  (Amsterdam, Uitgeverij Boom, 2007).

[2] Idem, 12.

[3] Idem, 185.

[4] Idem, 230.

[5] Militaire Spectator (1948) pagina 45.