L.S.,

In 1983 schreef de ritmeester der cavalerie P.H. de Vries zijn eerste artikel voor dit tijdschrift: ‘Afschrikking, kernwapens en de vredesbeweging’. 33 jaar later publiceerde brigade-generaal b.d. dr. P.H. de Vries in Militaire Spectator 10 van 2016 ‘De techniek van terreur en de terreur van techniek’. Weinigen zullen in de annalen van de Militaire Spectator terug te vinden zijn die zo vaak en over zulke diverse onderwerpen hebben geschreven. In deze aflevering neemt De Vries als auteur afscheid van u en ons. Met zijn altijd doordachte en vaak prikkelende artikelen en columns heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de doelstelling van de Militaire Spectator: de ontwikkeling van en het debat over de krijgswetenschappen. Namens de redactie en de lezers zeg ik: Peer bedankt, het ga je goed!

De hoofdredacteur

 

L.S.,

Dr. P.H. (Peer) de Vries, brigade-generaal b.d.

De zegswijze ‘old soldiers never die, they just fade away’ heb ik nooit begrepen. Oude soldaten gaan toch ook dood? Maar dat ‘they just fade away’ heeft inmiddels enige betekenis voor mij gekregen. Als je de dienst verlaat en uiteindelijk gaat behoren tot de categorie oude soldaten, dan vervaagt langzamerhand toch de band die je met het actieve soldatenleven hebt gehad. Ook van de andere kant treedt die vervaging op. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik weinig tot geen begrip – laat staan enig respect – had voor militairen die al jaren de dienst hadden verlaten en die dan toch in hun niet meer passend uniform bij een oefening kwamen kijken. Ik vroeg mij altijd af waarnaar die mensen op zoek waren?

Omdat ik bij mijn dienstverlating al mijn uniformen heb weggedaan, ben ik nooit in de verleiding gekomen dat pakje nog eens aan te trekken. Inmiddels ben ik zo’n dertien jaar uit dienst en ik merk dat mijn zicht op de krijgsmacht vervaagt. Niet dat ik afstand van de krijgsmacht neem. Ik heb de 35 jaar actieve dienst ervaren als een periode waaraan ik heel veel heb te danken: plezier in het werk, fantastische kameraadschap en zegenrijke vorming. Maar vanaf het moment dat je met pensioen bent, ontstaat vanzelf een steeds grotere afstand. Ik ben eigenlijk niet meer echt op de hoogte wat er zoal in de krijgsmacht omgaat. Natuurlijk lees ik nog steeds vakliteratuur, maar dat is toch wat anders dan de krijgsmacht dagelijks ervaren. En dat geldt met name voor de technologische ontwikkelingen bij de krijgsmacht: nieuw materieel, nieuwe concepten, nieuw jargon. Natuurlijk voel ik mij nog altijd zeer betrokken bij het wel en wee van de krijgsmacht, maar ik wind mij daar niet meer over op; wat ik vroeger heel goed kon, mij opwinden.

Ook aan de zijde van de krijgsmacht zal mijn beeld onherroepelijk vervagen. Mijn naam roept niet langer vrees of woede op, want je verdwijnt uit de collectieve herinnering. Dan wordt het tijd dat je dat ook zelf inziet en je daarbij neerlegt, en in mijn geval ook mijn pen.

Mijn tijd als auteur van artikelen zit er op. Ik heb schrijven altijd leuk gevonden en over mijn vak schrijven vond ik extra leuk. Ik heb mijn vak altijd prachtig gevonden, vooral vanwege de combinatie van praktische en intellectuele uitdagingen. Dan is het ook geen moeite je daarin te verdiepen en de resultaten van die verdieping te delen met collega’s. En door artikelen te schrijven deel je die bevindingen met veel meer dan de toevallige  toehoorders in de mess of bij een oefening.

Ik ben vroeg begonnen met het schrijven van artikelen en heb dat met enige regelmaat volgehouden. Na circa 60 bijdragen aan de Militaire Spectator is het mooi geweest. Ik dank de redactie van het tijdschrift voor de ruimte die zij mij hebben geboden. Ik dank al degenen die mij hebben geholpen door mijn ontwerpartikelen te bekritiseren. Ik dank mijn co-auteurs. En ik dank vooral degenen die niet alleen de moeite hebben genomen mijn bijdragen te lezen, maar ook de moeite hebben genomen om in de Militaire Spectator te reageren op mijn opvattingen.

Ik dank u allen! Het ga u goed.

 

Publicaties P.H. de Vries in de Militaire Spectator:

Jaargang 152, januari 1983: ‘Afschrikking, kernwapens en de vredesbeweging’
Jaargang 154, juni 1985: ‘De realisatie van legerplannen’, samen met M.A. van Ulden
Jaargang 154, september 1985: ‘Organisatie en legervorming, deel 1’
Jaargang 154, oktober 1985: ‘Organisatie en legervorming, deel 2’
Jaargang 154, november 1985: ‘Organisatie en legervorming, deel 3’
Jaargang 157, juli 1988: ‘Offensief optreden, maar hoe? Deel 1’ alle delen samen met P.L.E.M. Everts
Jaargang 157, augustus 1988: ‘Offensief optreden, maar hoe? Deel 2’
Jaargang 157, oktober 1988: ‘Offensief optreden, maar hoe? Deel 3’
Jaargang 158, februari 1989: ‘Offensief optreden, maar hoe? Deel 4’
Jaargang 158, maart 1989: ‘Offensief optreden, maar hoe? Deel 5’
Jaargang 161, juni 1992: ‘Auftragstaktik, ontstaan, ontsporing en (her)ontdekking’
Jaargang 164, september 1995: ‘Doctrine on the move’, samen met K.A. Gijsbers
Jaargang 164, oktober 1995: ‘Ethiek in het militaire beroep’
Jaargang 165, september 1996: ‘1 Divisie ‘7 December’ van expeditionaire macht naar elke missie’, samen met P.W. Strik
Jaargang 165, oktober 1996: ‘Doctrinevorming: de eerste mijlpaal’, samen met W.F. Vader en K.A. Gijsbers
Jaargang 167, februari 1998: ‘De nieuwe doctrine: theorie en praktijk’, samen met O.P. van Wiggen
Jaargang 168, januari 1999: ‘Doctrinevorming: de derde mijlpaal’, samen met W.S.M Calmeyer-Meijburg
Jaargang 171, augustus 2002 tot jaargang 174, oktober 2005, in totaal 17 columns met als thema ‘Tegenwicht’
Jaargang 173, februari 2004: ‘Vechten tegen een irregulier optredende tegenstander’, samen met A.E. de Rooij en G.J.J. Kruijsbergen
Jaargang 175, april 2006: ‘De mentale component’
Jaargang 176, juni 2007: ‘Ethisch handelen op het gevechtsveld, een illusie?’
Jaargang 176, september 2007: ‘Een gedragscode of toch maar gewoon Aristoteles?’
Jaargang181, augustus 2012: gastcolumn ‘Oude zakken, nieuwe wijn’
Jaargang 183, juni 2014: ‘Morele vorming’
Jaargang 184, oktober 2015: ‘Filosofie voor militairen’
Jaargang 184, tien columns over de militaire deugden
Jaargang 185, oktober 2016: ‘De techniek van terreur en de  terreur van techniek’
Verscheidene boekbesprekingen