'Caen veroverd' en 'In de kraag gegrepen door de Irenebrigade'

In 2019-2020 is het 75 jaar geleden dat de geallieerden de Tweede Wereldoorlog beslisten en nazi-Duitsland versloegen. Vanuit West-Europees en ook Nederlands perspectief begon het einde van de Duitse bezettingsjaren op 6 juni 1944, D-Day, met de landingen op de stranden van Normandië.[1] Na een verbeten strijd werd vanaf augustus de nationale soevereiniteit en vrijheid in Frankrijk en België hersteld. In september en oktober volgden de zuidelijke provincies van Nederland, tijdens de geallieerde opmars naar de Rijnbruggen bij Arnhem, en in november bij de verovering van het Scheldegebied. De rest van Nederland werd in het voorjaar van 1945 bevrijd. De komende maanden, van juni 2019 tot en met mei 2020, schenkt de Militaire Spectator in deze rubriek aandacht aan de historische gebeurtenissen van 1944-1945, die het herstel inluidden van de democratie en vrije rechtsorde van Nederland. Voor meer verhalen, achtergronden foto’s en video, zie ook de gespecialiseerde website van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH): www.75jaarvrij.nl.

Luchtpamflet ‘Caen veroverd’: De Vliegende Hollander van 13 juli 1944

Erwin Rossmeisl

Op donderdag 13 juli 1944 wierp de geallieerde luchtmacht boven Nederland de veertigste uitgave van het luchttijdschrift De Vliegende Hollander uit, met als belangrijkste nieuwsfeit de verovering van de Normandische stad Caen. Na weken van zware gevechten was het de Britten op 8 juli 1944 eindelijk gelukt dit belangrijke knooppunt in te nemen.[1] ‘Caen heeft veel geleden. Ook onder de burgerbevolking waren vele dooden en gewonden’, meldde het bericht naar waarheid, echter niet zonder er een positieve draai aan te geven: ‘Maar uit de eerste verslagen der oorlogscorrespondenten blijkt dat nog nooit de Geallieerde legers met zooveel warmte, zooveel hartelijkheid, zooveel enthousiasme zijn ontvangen als juist hier, waar de offers het zwaarst zijn geweest.’

De Vliegende Hollander

De voorpagina van De Vliegende Hollander van 13 juli 1944 bracht nieuws van twee fronten. Foto Beeldbank NIMH

Het luchttijdschrift De Vliegende Hollander was een initiatief van journalist en historicus Loe de Jong en schrijver A. den Doolaard (pseudoniem van Bob Spoelstra). Beiden werkten in Londen voor de regeringszender Radio Oranje, die veel luisteraars dreigde kwijt te raken nadat de Duitse bezetter in mei 1943 het bezit van radiotoestellen had verboden. Om de bevolking in bezet Nederland te blijven informeren, besloten De Jong en Den Doolaard een weekblad in de vorm van een luchtpamflet uit te geven. De Vliegende Hollander berichtte over de vorderingen van de geallieerden aan het front en stak de bevolking in het bezette Nederland een hart onder de riem.

Op 22 mei 1943 verspreidden de geallieerde luchtstrijdkrachten het eerste nummer boven bezet Nederland, waarin onder meer foto’s van de RAF-aanval op de Roerdammen te zien waren. De oplage bedroeg aanvankelijk veertig- tot vijftigduizend stuks, maar liep al snel op tot een veelvoud daarvan. Om een zo groot mogelijk aantal mensen te bereiken riep het blad de lezers op het door te geven aan anderen. In oktober 1944 besloot de redactie De Vliegende Hollander voortaan dagelijks te gaan verspreiden. Dat was echter te hoog gegrepen: het blad verscheen in de praktijk drie of vier keer per week. In totaal zijn ongeveer dertig miljoen krantjes afgeworpen.

Voor meer luchtpamfletten uit het bevrijdingsjaar 1944-1945, zie: www.75jaarvrij.nl.

 

In de kraag gegrepen door de Irenebrigade

Erwin van Loo

Begin september 1944 razen de geallieerden in sneltreinvaart door België. Van deze aanvalsmacht maakt ook de Irenebrigade deel uit, waarvan de eerste eenheden op 6 augustus 1944 in Normandië aan land zijn gegaan. De Nederlandse militairen rukken op 6 september via de plaatsen Sint-Pieters Leeuw, Brussel en Leuven op in de richting van het Albertkanaal. Op weg naar Sint-Joris-Winge wordt de brigade gewaarschuwd dat in de omgeving nog vijandelijke troepen aanwezig zijn.[2] Dat blijkt te kloppen. Even verderop belandt de Nederlandse colonne in een hinderlaag. Er vallen drie doden en meerdere gewonden, terwijl ook een aantal voertuigen in vlammen opgaat.

Irenebrigade

Twee Duitse Luftwaffe-militairen in handen van de Irenebrigade bij Beringen. Inkleuring foto Erwin Zeemering

Met enkele uren vertraging wordt op 7 september alsnog het Albertkanaal bereikt, waar de Britse Armoured Guards Division eerder die morgen een bruggenhoofd heeft weten te vestigen op de noordoever bij Beringen. Er ontwikkelen zich weldra felle gevechten, waarbij de vijand – onder meer bestaande uit Nederlandse SS’ers en Duitse Fallschirmjäger – uit alle macht probeert de Britse en Nederlandse militairen terug te dringen. Tevergeefs. Op 8 september is het gevaar geweken en wordt het bruggenhoofd verder uitgebreid. De Irenebrigade maakt bij Beringen tientallen krijgsgevangenen, onder wie de twee Luftwaffe-militairen op de foto.

Voor meer ingekleurde foto’s uit de Tweede Wereldoorlog, zie: www.75jaarvrij.nl.

[1] ‘6 juni 1944: Decision Day’, in: Militaire Spectator 143 (1974) (6) 241-245. Zie: https://www.militairespectator.nl/sites/default/files/bestanden/uitgaven....

[2] J.J.G. Beelaerts van Blokland, ‘Het gevecht bij St. Joris Winge, 7  september 1944’, in: Militaire Spectator 123 (1954) (3) 127-130. Zie: https://www.militairespectator.nl/sites/default/files/bestanden/uitgaven....