Conceptualizing Maritime & Naval Strategy

Festschrift for Captain Peter M. Swartz, United States Navy (ret.)

Deze bundel is een hommage aan Captain USN (ret.) Peter Swartz. Deze oud-officier was gedurende zijn 26 jaar lange militaire carrière adviseur voor de Zuid-Vietnamese marine, diende in de staf van diverse Amerikaanse admiraals en geldt als een van de penvoerders van de U.S. Maritime Strategy in de jaren ‘80. Nadat hij zijn uniform inwisselde voor een burgeroutfit werd hij in 1993 onderzoeker bij het US Center for Naval Analyses en beïnvloedde hij met studies over strategie, planning en beleid maritieme experts in binnen- en buitenland, niet toevallig onder meer de redacteuren van deze bundel, alsook alle deelnemende scribenten.

Maritieme premier league

Het Festschrift is bepaald geen Liber Amicorum, waarin soms prikkelende bijdragen veelal worden afgewisseld met petites histoires of sympathieke carrièreschetsen van degene aan wie de publicatie is opgedragen. Deze bundel is werkelijk een wetenschappelijk-strategisch pareltje, nevens een welkom document voor menig marine en beleidsmaker. In een tijdsbestek dat geopolitiek terug is van weggeweest, met een alsmaar assertiever Rusland, de uitbouw van China als wereldmacht en instabiliteit in vooral het oostelijke Middellandse Zee-bekken en Zuidwest-Azië, neemt namelijk het gewicht van maritieme veiligheid en zeestrijdkrachten als instrument van buitenlands beleid allengs toe. Vragen zoals wat in het woelig internationaal vaarwater de rol en operationele taken van zeemacht zijn, en hoezeer staten en hun instituties maritieme doelen, handelswijzen en middelen hebben overdacht en vormgegeven, dringen zich meer en meer op.

Welnu, de bundel is een Fundgrube voor hen die handgrepen zoeken om een marinestrategie vorm te kunnen geven. De zestien bijdragen van een schrijverscollectief uit alle windstreken brengt welhaast de gehele huidige premier league van maritieme denkers samen, onder wie klinkende namen als John Hattendorf en Geoffrey Till. Deze waaier aan inzichten, vaak onderbouwd met historische voorbeelden, biedt een reeks criteria aan de hand waarvan een maritieme strategie is te ontwikkelen. In een notendop betreft het brede (inter)nationale intermenselijke discussies en contacten, en hiermee een netwerk waarin meerdere disciplines en belangengroepen zijn te vinden. Juist een dergelijk divers speelveld draagt, zo onderstrepen vooral de redacteuren, bij aan de benodigde brede inzichten om überhaupt een raamwerk als maritieme strategie te kunnen opzetten. Deze insteek vereist, zo benadrukken ook meerdere auteurs, dat ontwikkeling van een hoogwaardige maritieme strategie neerkomt op een zuiver analytisch proces, en niet het oordeel is van een handvol vlagofficieren en politici.

Drie hoofdzaken voor de Koninklijke Marine

Gelet op het kruispunt waarop de Koninklijke Marine zich momenteel bevindt, dat haar dwingt tot reflectie op maritieme strategie, vlootopbouw en inrichting van wapenplatforms, passeren hieronder de bijdragen van Peter Haynes, Sebastian Bruns en Jeremy Stöhs nadrukkelijk de revue. Het betreft respectievelijk de Amerikaanse heroriëntering van vlootvorming omstreeks 1970 als reactie op de kwantitatieve en kwalitatieve vlootopbouw van de Sovjet-Unie, de recente dreiging in de High North afgezet tegen post-Koude Oorlog-ontwikkelingen en de recente strategievorming bij die Deutsche Marine, een partner waarmee de Nederlandse marine gestaag nauwer samenwerkt.

Haynes behandelt Project SIXTY; een initiatief in 1970 van de Amerikaanse CNO-admiral Zumwalt die zijn staf binnen zestig dagen de means, ends en needs van de Amerikaanse marine laat opstellen. Zijn insteek is een beter personeelssysteem, vlootmodernisering en reductie verantwoord te laten samengaan en gelijktijdig het doel van de marine te duiden, waarbij de (foutief) gepercipieerde Sovjetdreiging van sea control leidend is. De studie veroorzaakt een intern U.S. Navy-debat, maar doet de focus verschuiven van strategieontwikkeling en langetermijnplanning naar (operationeel) management van wapensysteemprogramma’s en bemanningsproblematiek. Het gevolg: de Amerikaanse marine denkt tot 1980 veelal in op een incorrecte threat assessment gebaseerde force structure en hanteert in die jaren tezamen met onder andere de Koninklijke Marine een hiervan afgeleide, strategisch dubieuze defensieve doctrine.

Stöhs analyseert recente Europese defensiepolitiek en zeestrijdkrachten in de noordelijke regio van het oude continent. Twee strategische paradigma, effecten van een krimpend defensiebudget en een assertiever Rusland en terugkeer naar het concept van collectieve veiligheid, staan centraal. Hij stelt dat na de Koude Oorlog wereldwijde crisisoperaties voor westerse marines, naast investeringen in network centric warfare, de komst inhielden van grote en veelzijdiger platforms met een ruime actieradius als LPD’s en escorterende Air Defence­-schepen. Stöhs illustreert dat Europese marines, met de Nederlandse als leidend voorbeeld, niettemin door structureel krimpend budget falen in de handhaving van slagkracht van ‘both high quality as well as significant quantity’. Met alle gevolgen van dien voor de naval superiority en backup van de NAVO in onder andere de (noordelijke) Noorse Zee. Stöhs vraagt om een maritiem-strategische westerse/NAVO-aanpak waarbij landen als Nederland een meer afgewogen eigen en collectieve verdediging opzetten. Zijns inziens is een door strategisch debat gevoed maatregelenpakket raadzaam, zoals bestudering van de strategische cultuur van de tegenstander en afschrikking met een geloofwaardige verdedigingsstructuur wat betreft omvang, geïntegreerde samenwerking en slagkracht in het lage, maar bovenal hoge(re) geweldsspectrum.

Bruns gaat in op de trans-Atlantische en interculturele strategieontwikkeling voor de Duitse marine. Tijdens de Koude Oorlog gebruikte deze bij interne discussie en vorming van een eigen strategie veelvuldig Amerikaanse voorbeelden. Een handelswijze niet veel anders dan de Koninklijke Marine de facto bezigde bij de U.S. Maritime Strategy in de jaren 1980 en From the Sea in de jaren 1990 met ‘veiligheid op en vanuit zee’. Na 1991 raakte die Deutsche Marine overbelast met enerzijds terugkerende taken in de Middellandse Zee, de Hoorn van Afrika, Operation Enduring Freedom en indeling bij NAVO-smaldelen als SNMG/SNMCMG, anderzijds personeelsproblematiek en een te krap budget. Bekende geluiden. Eind december 2014, na de geopolitieke aardverschuiving van de Krimbezetting alsook de verdere oriëntering van Washington op Oost-Azië, kwam het tot de opzet van een informele strategische adviesgroep voor de Duitse marineleiding. Een institutionalisering ervan bleef bewust achterwege. Dit bevorderde het vrijdenken van (in hun spare time!) deelnemende officieren en burgerexperts. Bruns benadrukt hierbij het belang van de ‘structured use of talent and knowledge from the civilian field by the military, and an embrace of strategy and defense subjects by political scientists to become true experts in maritime and military strategy’. Iets wat in zijn ogen te lang ontbrak voor het kunnen opzetten van Duitse (maritieme) strategie.

Doctrine voor postmoderne marines

Dit nieuwe marinedocument (aanvang 2016) is gericht op beleidsmakers, de samenleving en strijdkrachten, maar ook bondgenoten als Nederland. Hoofdpunten zijn het voorzien en verklaren van de strategische oriëntatie van die Deutsche Marine, het vaststellen en prioriteren van politieke en geografische areas of responsibility zoals de Noorse Zee, alsook de integratie van gaande ontwikkelingen, bestaand en toekomstig beleid, en operationele plannen. Dankzij onder andere Amerikaans advies en het betrekken van het publiek kwam het gaandeweg, zo geeft Bruns welhaast enthousiast te kennen, niet zozeer tot een nationale maritieme strategie, maar een meer internationaal doctrinedocument voor, zoals Till dit aanduidt, ‘postmoderne’ marines. Te weten die vlootorganisaties van westerse democratieën die het internationale systeem bewaken, in plaats van nationale wateren et cetera. Hier neigt Bruns ertoe, ondanks oog voor de Russische sea sontrol-uitdaging, soft power inzake seapower wel erg te benadrukken, met verdere verwijzingen naar contacten met burgerautoriteiten, permanente marinecoöperatie en (tijdelijke) integratie, EU- bemanningen, et cetera. Niettemin biedt het marinedocument, zo merkt Bruns terecht op, met zijn brede benadering, de vloot van onze oosterburen meer kansen op vernieuwing en betere readiness doordat ze hiermee meer verankerd is in de maatschappij, en deze zeestrijdkrachten een hogere waardering van de eigen samenleving en politiek opleveren dan voorheen.  

Uit deze drie bijdragen, maar ook overige hoofdstukken, valt op te maken dat het komen tot een nationaal (maritiem) strategieproces an sich een uitdaging is, maar bepaald geen onmogelijkheid. In hun conclusie benadrukken beide redacteuren van deze verzorgde en prettig leesbare bundel vooral het belang van het samen optrekken in dit proces van operators en academici. Kortom: een samengaan van top-downplannen (realpolitieke alsook door internationaal recht en global governance ingegeven), strategieën en bottom-up-ideeën gedreven door threat driven militaire slagkracht. De maritiem-strategische uitkomst van deze vervlechting moet vervolgens de horde nemen van belangengroepen, politici, media en de (inter)nationale waan van de dag. Ware strategisch denkers als Swartz, zo stellen redacteuren Bruns en Papadoupoulos, kunnen in een dergelijke situatie hun punt maken en invloed uitoefenen door vasthoudend hun superieuren van advies te blijven dienen. De kracht van Swartz is dat hij zijn (politieke) bazen (indirect) meermalen liet inzien wat de operationele marine uit strategisch oogpunt nodig had, alsook vice versa de U.S. Navy ervan overtuigde wat vanuit correct strategisch perspectief als insteek moest dienen voor het doorvoeren van haar operaties.

 

Conceptualizing Maritime & Naval Strategy: Festschrift for Captain Peter M. Swartz, United States Navy (ret.)

Door Sebastian Bruns en Sarandis Papadopoulos (red.)

Baden Baden (Nomos Verlagsgesellschaft) 2020

373 blz.

ISBN 9783848757534

€ 97,-