De oorlog tegemoet

Nederlanders en de strijd om Spanje, 1936-1939

Ze zagen zichzelf in de eerste plaats als strijders tegen het opkomend fascisme, de Nederlandse mannen en vrouwen die als vrijwilliger aan Republikeinse kant tussen 1936 en 1939 meevochten in de Spaanse Burgeroorlog. Een groot deel van Nederland dacht daar anders over. Dat zag de Spanjegangers vooral als een door Moskou geïnspireerd communistisch gevaar dat uit was op de vestiging van de communistische heilstaat op het Iberisch schiereiland en daarna in de rest van Europa, Nederland incluis.

In Nederland is de Spaanse Burgeroorlog, die duurde van 17 juli 1936 tot 1 april 1939, een nagenoeg vergeten episode. Directe aanleiding was een staatsgreep van een groep nationalistische rechtse generaals onder leiding van Francisco Franco tegen de wettig gekozen regering van de Tweede Spaanse Republiek. De staatsgreep werd gesteund door conservatieve groepen als kerken, monarchisten en fascistische falangisten. Na de slechts gedeeltelijk succesvolle staatsgreep was Spanje militair en politiek verdeeld. Vanaf dat moment voerde Franco oorlog tegen de gevestigde links-Republikeinse regering, omdat de aanhangers daarvan de fascistische coup ervoeren als een aanval op het wettig gekozen bewind. De nationalistische generaals kregen hulp van Duitsland en Italië, terwijl de Republikeinse regering steun kreeg van de Sovjet-Unie en van 35.000 buitenlandse vrijwilligers die dienden in zogeheten Internationale Brigades (overigens is hun precieze aantal niet duidelijk). De oorlog eindigde in 1939 met een overwinning voor de nationalisten, het omverwerpen van de democratische regering en de ballingschap van duizenden linkse Spanjaarden. De daaropvolgende rechtse dictatuur onder leiding van Franco zou uiteindelijk voortduren tot 1975.

‘De Zeven Provinciën’

Terug naar het boek. De bijna 700 Nederlandse Spanjegangers zagen zich vooral als antifascisten die vrijwillig in de burgeroorlog gingen meevechten om te helpen voorkomen dat, na Duitsland en Italië, ook Spanje als derde grote Europese land ten prooi zou vallen aan het fascistische gedachtengoed. Belangrijke achterliggende gedachte daarbij was dat in dat geval de linkse Franse republiek onder Léon Blum zou zijn omringd door drie totalitair bestuurde landen. Hoewel veel Spanjestrijders sympathiseerden met het communisme, gold dat zeker niet voor allemaal; er waren ook idealisten, anarchisten, avontuurzoekers en naïeve dromers bij. De Nederlanders werden ten dele samengevoegd in een aparte compagnie, genaamd ‘De Zeven Provinciën’. Die naam verwees niet alleen naar de Republiek der Zeven Provinciën, maar ook naar het gelijknamige marineschip waarop in februari 1933 muiterij uitbrak. Veel Spanjestrijders voelden zich ideologisch verwant met deze muiters en hun motieven.

Naast een precieze beschrijving van het oorlogsverloop bevat De oorlog tegemoet meer interessante thema’s. Denk bijvoorbeeld aan de worsteling van de communisten met het niet-aanvalsverdrag tussen Duitsland en de Sovjet-Unie in 1939. Immers, het fascisme/nationaal-socialisme waartegen de Spanjegangers vol overtuiging hadden gestreden, bleek plotseling salonfähig in Moskou. In de eerste jaren van de bezetting zouden de Nederlandse communisten dan ook geen militant standpunt tegenover de Duitse overheerser innemen. Iets vergelijkbaars deed zich voor na de Sovjet-agressieaanval op Finland in 1939. Ook hier twijfelden de Nederlandse communisten of zij nu partij moesten kiezen voor hun ideologische bondgenoten in Moskou die zich bezondigden aan militaire agressie, of voor de reactionaire maar wél democratisch gekozen Finse regering die daarvan het slachtoffer werd.

Vreemde krijgsdienst en eerherstel

Daarnaast is er de kwestie van het eerherstel. Omdat de Spanjestrijders in vreemde krijgsdienst traden, raakten ze hun Nederlandse staatsburgerschap kwijt. Ter vergelijking: Nederlanders die in Duitse krijgsdienst waren getreden overkwam dat ook, maar zij kregen betrekkelijk snel, vaak binnen enkele jaren, hun Nederlanderschap terug, zeker als ze bereid waren zich als militair te laten uitzenden naar Nederlands-Indië en/of Korea. Dat verliep in het geval van de Spanjegangers veel moeizamer en langduriger. Meteen na de oorlog lukte die hernaturalisatie in een aantal gevallen nog wel, maar dat proces stokte medio 1947. Mogelijk hangt dat samen met de angst die er in het naoorlogse Nederland leefde rond de gevoelde communistische dreiging uit het Oosten en het al dan niet vermeende risico van een vijfde colonne die de Nederlandse communisten zouden kunnen vormen op het moment dat de Koude Oorlog daadwerkelijk zou ontvlammen. Het resulteerde erin dat de rehabilitatie van de overige Spanjegangers veel langer duurde en soms pas medio 1969 haar beslag kreeg.

Petram en Kruizinga hebben een boek geschreven dat een verhelderend licht laat schijnen over een episode in de recente Europese geschiedenis, die in het Nederlandse collectieve geheugen goeddeels is verdrongen door de Tweede Wereldoorlog, de periode van dekolonisatie en de Koude Oorlog. Daarnaast doen de auteurs dat in een buitengewoon leesbare stijl, die het moeilijk maakt het boek weg te leggen. Is er dan geen kritische noot te plaatsen bij De oorlog tegemoet? Toch wel. Persoonlijk vind ik het jammer dat het boek vooral beschrijvend is en dat daarmee het persoonlijke geluid van de Spanjegangers onderbelicht blijft. Ze komen wel aan het woord, maar vooral via bronnen uit de beschreven periode zelf. Wat ik mis is meer eigen reflectie, liefst van decennia later, op hun toenmalige motieven, handelen en succes (of het gebrek daaraan). Zulk (beeld)materiaal is ruimschoots beschikbaar, zoals de auteurs zelf overigens ook terloops melden.

De epiloog bevat een tot nadenken stemmende vraag, namelijk hoe de Nederlandse omgang met de Spanjestrijders zich verhoudt tot anderen die in vreemde krijgsdienst traden. Denk daarbij, naast de genoemde ‘foute’ Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog, ook aan Nederlanders in dienst van de Paus rond 1870, zij die de kant van de Boeren in Zuid-Afrika kozen rond 1900, en veel recenter de Nederlandse strijders op de Balkan in de jaren 90 en diegenen die onder de vlag van IS ten strijde trokken in Syrië/Irak. Ik zal hier niet dieper ingaan op de wijze waarop de auteurs die vraag benaderen en proberen te beantwoorden, maar alleen dat al maakt dit boek relevant en lezenswaardig. Niet alleen voor historici, maar ook voor civiele en militaire beleidsmakers.

Drs. Jan Schoeman

De oorlog tegemoet

Nederlanders en de strijd om Spanje, 1936-1939

Door Lodewijk Petram en Samuël Kruizinga

Amsterdam/Antwerpen (Atlas Contact) 2020

352 blz. – ISBN 9789045032559