Besmettelijke denkbeelden

Het van wraak doordrenkte Verdrag van Versailles en de racistische Blut und Boden-theorie worden vaak genoemd als de verwekkers van het nazisme. En naar het Derde Rijk kijken we alsof Duitsland tijdelijk was overvallen door waanzin en dankzij geallieerd ingrijpen zichzelf weer werd. Maar in een interview met Trouw zegt de Franse jurist en politiek filosoof Jean-Louis Vullierme dat het Derde Rijk voortkwam uit westerse denkbeelden die heel gewoon waren in de westerse cultuur en dat nog steeds zijn. Daarom is het nazisme ook nooit verdwenen.

Het nazisme berustte op de nieuwste wetenschappelijke inzichten van die tijd, zegt Vullierme. Het raszuiverheidsdenken van de Amerikaanse eugeneticus Madison Grant was in zwang in Frankrijk, Groot-Brittannië, Zweden en Zwitserland. De laatste eugenetische wet ter wereld is pas afgeschaft in 1985: in het Zwitserse kanton Vaud werden tot dat jaar dwangsterilisaties uitgevoerd op geestelijk gehandicapten.

In de koloniale superioriteitsleer van Thomas Jefferson vond men het heel gewoon dat de verovering van het Wilde Westen gepaard ging met genocide op Noord-Amerikaanse Indianen. En het antisemitisme van Hitler sloot aan bij sentimenten die er in Europa al waren sinds de vroege Middeleeuwen. Alleen vond Hitler het argument dat Joden Jezus hadden gekruisigd onzin, zoals hij religie überhaupt onzin vond. Voor hem was het meer dat het Joodse ras het Germaanse economisch bedreigde. Hij meende te zien dat in het machtige Amerika de financiële wereld bijna volledig in handen was van Joden. Dat had hij zo van Henri Ford begrepen, autofabrikant, economisch anti-judaïst en voor de oorlog een goede vriend van Hitler. Ook geloofde Hitler dat Rusland ten onder was gegaan in een revolutie die een Joods complot was. Hetzelfde stond te gebeuren in Oost-Europa en in Duitsland, vreesde hij. Wilde hij daar iets aan doen, dan moest hij snel en radicaal zijn, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Aan het West-Europese front liet Hitler zijn soldaten heel anders opereren dan in het ‘   ‘Slavische’ Oost-Europa. In het westen voerde Hitler een ‘klassieke oorlog’: hij wilde in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk territorium veroveren en de bevolking daarna inlijven in het Reich. Dat waren immers allemaal Germanen. Tijdens de bezetting werden door de Duitsers primair Joden en verzetslui vervolgd. Maar in Oost-Europa wilde Hitler zijn eigen kolonies stichten. ‘Wat India is voor de Britten, zal Rusland zijn voor de Duitsers’, schreef hij. Niet alleen moesten alle Joden eraan geloven, ook een groot deel van de plaatselijke bevolking moest het veld ruimen voor de Duitsers. Zoals Indianen plaats hadden moeten maken voor Amerikaanse kolonisten. In Oekraïne vielen vijf miljoen burgerslachtoffers. In het oosten voerde Hitler een ‘Amerikaanse oorlog’, zoals hij het noemde.

Het mag geen verbazing wekken dat Hitler politiek niet werd gezien als een gek. Het enige wat ongekend was aan zijn denkbeelden was de wreedheid waarmee hij ze in de praktijk bracht. In veel Europese landen zagen politici wel iets in een alliantie met nazi-Duitsland.

Vullierme put hoop uit het feit dat goede denkbeelden net zo besmettelijk, of zelfs besmettelijker kunnen zijn als slechte. Het gedachtengoed van Jezus en Boeddha was vooralsnog invloedrijker dan dat van de nazi’s.