Bloed kruipt

Begin maart bracht de Chinese president Xi Jinping een heldenbezoek aan Wuhan, de hoofdstad van de zwaar door het coronavirus getroffen provincie Hubei. Zijn eerste halte was het ziekenhuis dat in duizelingwekkende vaart was opgetuigd door het Chinese leger en nu door militairen geleid wordt.

Overal ter wereld leggen militairen de wapens neer. In Frankrijk en Mexico bemannen ze veldhospitalen voor burgers. In Italië en Spanje patrouilleren ze door uitgestorven steden en beboeten burgers die vergeten waren dat het noodtoestand is. Ook Hongarije, Libanon, Maleisië en Peru sturen militairen op recalcitrante burgers af. In Casablanca en Marakesh rijden er zelfs tanks door de straten.

Veel landen deinzen er vooralsnog voor terug om gewapende militairen tegen hun burgers in te zetten. Zij laten militairen liever grote logistieke klussen doen. Militairen zijn er nu eenmaal goed in om enorme hoeveelheden spullen snel van A naar B te brengen. Of lichamen: in het Italiaanse Bergamo vervoerden colonnes legervrachtwagens overleden patiënten toen mortuaria de druk niet meer aankonden.

Nederlandse militairen namen de organisatie op zich van de verplaatsing van honderden patiënten van volle ziekenhuizen naar ziekenhuizen die nog wel plek hadden en ze brachten duizenden kilo’s voedsel naar voedselbanken. In Groot-Brittannië rijdt het leger rond met zuurstoftankwagens.

De Amerikaanse marine stuurde hospitaalschepen naar Los Angeles en New York. In andere landen sturen legers hun artsen en verpleegkundigen naar burgerziekenhuizen om collega’s te ontlasten. In het Belgische Jette bijvoorbeeld verzorgen militaire verpleegkundigen de bewoners van een rusthuis: veertig van de vijftig eigen krachten waren door het virus geveld.

Legers delen hun medicijnvoorraden en beademingsapparatuur met ziekenhuizen en ook hun technologie: het Israëlische leger converteerde eenvoudige beademingsapparatuur in geavanceerde en de Britse en Amerikaanse strijdkrachten ontwikkelen en testen vaccins.

Deskundigen zien intussen aankomen dat het virus de militaire paraatheid wel gaat aantasten, direct en indirect. Militair personeel is over het algemeen jong en fit, maar dat maakt ze niet immuun. De Defensiekrant schreef in maart dat kritieke processen wel doorgaan op de marinebasis in Den Helder, maar dat de stilte er was neergedaald: lege parkeerplekken, minder verkeer en geen files meer om het terrein op te komen. Ook legerbasis Oirschot is uitgestorven, schreef de krant. Ze waren bezig uit te zoeken hoe ze hun mensen uit het buitenland, Afghanistan bijvoorbeeld, terug naar huis konden krijgen.

Elders is het erger: het Iraanse leger ligt waarschijnlijk voor een deel al plat, geveld door het virus en de hoogste militairen in Italië en Polen zijn positief getest. Honderden Amerikaanse militairen ook. In veel landen wordt nauwelijks nog geoefend. Een gezamenlijke oefening tussen Amerikaanse en Europese troepen op de Noordpool werd afgeblazen nadat 23 Amerikanen waren aangestoken door een Noorse collega.

Maar in de geopolitiek kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Recent kwamen ten minste 29 Malinese militairen om door jihadistiche aanvallen, in Syrië sneuvelden 33 Turkse militairen door Assads raketten en een dertigtal politiemensen en militairen werd doodgeschoten in Afghanistan. Oorlog laat zich niet tegenhouden door een virusje.