Een flintertje moed

Turkije vindt dat de gasvoorraad onder de oostelijke Middellandse Zee-bodem ‘grijs gebied’ is: Griekenland zégt er het alleenrecht op te hebben, maar volgens Turkije interpreteren de Grieken de internationale rechten verkeerd. Turkije stuurde seismische schepen, begeleid door oorlogsbodems en F-16-straaljagers, op de gasvelden af om ze leeg te boren. In antwoord kondigden de Grieken de aanschaf aan van achttien nieuwe gevechtsvliegtuigen, fregatten, helikopters, torpedo’s, raketten en antitankgeschut en beloofde 15.000 nieuwe rekruten te gaan werven. ‘Éen vonkje erbij in dat kruitvat en we kijken naar een catastrofe’, zei een bezorgde Duitse minister van Buitenlandse Zaken.

Het is altíjd hommeles tussen Turkije en Griekenland. Om wat dan ook. In 2006 waren de Turken woedend toen de EU voor toeristen affiches maakte met reclame voor Griekenland als uitvinder van de mierzoete baklava. In 2012 werd in die strijd een nieuw front geopend toen president Obama in het Witte Huis baklava op tafel liet zetten door een Griekse kok tijdens een diner ter ere van de Griekse Dag van de Onafhankelijkheid. Turkije liet de wereld onmiddellijk weten dat Obama’s hele diner, van de baklava tot de moussaka en gevulde druivenbladeren aan toe, allemaal Turkse gerechten waren en dat de Grieken altijd met Turkse veren proberen te pronken.

Vooral gaat de Turks-Griekse vete over de status van Cyprus. In 1974 viel Turkije Cyprus binnen en bezette het noordelijke deel. Een wandeling door dat conflict begon in een nauwe straat in hoofdstad Nicosia, bij het wrak van een gele auto. Banden en ramen ontbraken. De auto stond daar decennia lang precies op de Groene Lijn, waar VN-blauwhelmen sinds 1974 de Turken en de Grieken uit elkaar houden. De Grieks-Cyprioten hielden vol dat de grens vanaf het linkerachterwiel van de gele auto naar een muur liep. De Turken zeiden dat die vanaf het linkervoorwiel liep. De wandeling eindigt nog steeds in de kelder van een garagebedrijf, waar tientallen Japanse auto's staan die net voor de Turkse invasie door een Griekse autohandelaar waren geïmporteerd. De Toyota’s staan er nog steeds, omdat de enige uitgang van de showroom aan de Turkse kant van de stad uitkomt.  

Turkije heeft er zin in. In 2019 viel het Syrië binnen, intervenieerde in Libië, kocht Russisch militair materieel en nu dreigt het Europa met oorlog om het Griekse gas. Als voorzitter van Europa moet Duitsland het vuur zien te doven, maar het kan partijen slechts vriendelijk verzoeken om met elkaar in dialoog te treden: voor méér dan dat gaven de EU-lidstaten Duitsland geen mandaat. Niets wijst erop dat Europese leiders van plan zijn om de strijd met Turkije aan te gaan, want zij weten dat zij aan hun achterban het verlies van een beetje Grieks gas duizendmaal makkelijker zullen kunnen verkopen dan de komst van nieuwe vluchtelingen. Want zo speelt Turkije het: steeds als het van Europese leiders iets gedaan wil krijgen zet het zijn poorten op een kier en zien wij tot onze afschuw er weer wat binnenkomen. Het Nederlandse kreunen en tandenknarsen vooraf aan het besluit om honderd vluchtelingen uit Moria toe te laten, bewees weer dat Turkije door Europa nooit verslagen zal kunnen worden: de vier miljoen vluchtelingen op Turks grondgebied ontnemen Europese leiders elk flintertje moed.