Fantasie over 100 miljoen

Altijd gezellig, zo’n avondje in de Rotaryclub.  Als Commandant der Strijdkrachten heb je natuurlijk een drukke baan, dus het is niet altijd mogelijk om van de partij te zijn bij de maandelijkse bijeenkomsten. 

Maar vanavond is het weer eens gelukt.* En ik voel me puik, want vandaag is bekend geworden dat we er bij Defensie in het nieuwe jaar extra geld bij krijgen. Honderd miljoen! Ja, het gevaar van Poetin met zijn onvoorspelbare acties begint langzaam tot de politici door te dringen. Soms voel je je in mijn baan wel eens een roepende in de woestijn, maar dit gaat toch de goeie kant op. Veel kranten brengen het nieuws vandaag op de voorpagina. Dat voelt goed. Erkenning voor mijn mensen en hun werk!

Hoewel ik vroeg ben, ben ik toch niet de eerste. Herman en Jaap zitten al aan de tafel achter een lekkere schaal bitterballen en een goed glas rode wijn. Ze zijn in een geanimeerd gesprek verwikkeld, maar stoppen als ze me zien aankomen.

‘Hé Ton, fijn dat je er bent jongen’, zegt Herman en schud me bijna overdreven de hand.  ‘Tijd niet gezien. Zeker druk geweest met die gasten van de Islamitische Staat en zo’, voegt Jaap er aan toe, terwijl hij een joviale schouderklop uitdeelt. Herman is directeur van een Betaald Voetbal Organisatie, een BVO zoals hij zelf altijd zegt. Hij valt gelijk met de deur in huis. ‘Fantastisch van die 100 miljoen, maar het was echt de hoogste tijd dat jullie er weer een beetje geld bij kregen. Hoeveel hebben jullie de laatste jaren wel niet moeten inleveren? Wel een paar honderd miljoen toch?’

Bijna anderhalf miljard, verbeter ik Herman met een zuur glimlachje, maar die luistert niet echt als hij zelf aan het woord is. Hij gaat dan ook door: ‘Ja Ton, zonder goeie defensie ben je in mijn vakgebied ook kansloos. Ook in dat opzicht zijn voetbal en oorlog vergelijkbaar, zoals een beroemde generaal als eens opmerkte. Ik zou wel weg weten met die 100 miljoen. Een goeie centrale verdediger en dan nog een creatieve middenvelder, ik denk dat de titel ons dan niet meer kan ontgaan. Maar ja, we hebben in Nederland een Mickey Mouse-competitie hè. In Spanje of Engeland doe je met 100 miljoen helemaal niets. Kleingeld. Daar koop je hoogstens een reservespits voor. Wat denk jij Jaap?’

Jaap is directeur van een woningbouwcorporatie. Hij lacht als een boer met kiespijn. ‘Kom op Herman, wie wil er geen 100 miljoen bij krijgen. Ik heb een paar jaar geleden wat derivaten gekocht. Leek toen een prima plan. Daar blijken we nu een paar miljard op verloren te hebben. Foutje natuurlijk van mijn financieel directeur. Die heb ik er dus maar uitgegooid. Kostte me trouwens ook nog een afkoopsom van 10 miljoen. Ik zou die 100 miljoen momenteel  best goed kunnen gebruiken. Hoewel het bedrag op zich natuurlijk in mijn branche kleingeld is, waarmee ik geen problemen oplos. Maar een paar maanden de banken van m’n nek houden: dat zou best fijn zijn.’

Er zijn ondertussen nog wat meer mensen bij komen staan. Ruud, hij werkt bij  een grote internationale bank. Hij heeft het woord bank gehoord en mengt zich nu ook in het gesprek. ‘100 miljoen is een aardig bedrag Ton, maar wij hebben vorige maand de Chinese internetwinkel AliBaba naar de beurs gebracht. Dat bracht 25 miljard op. Met 100 miljoen ben je bij ons geen speler hè. Maar ja, voor jullie is het vast een heleboel geld, waar je een hoop van die tanks voor kunt kopen, dus van harte Ton.’

‘Maar ze hebben toch helemaal geen tanks meer. Die waren niet meer nodig of zo?’, mengt Erwin zich nu in de discussie. Ik kijk steeds zuiniger na al deze relativeringen. Erwin is interimmanager in de gezondheidszorg. ‘Trouwens, voor die 100 miljoen kun je in onze wereld geen deuk in een pakje boter slaan. Per jaar gaat er bij ons 80 miljard doorheen. Dat is 220 miljoen per dag. Dus met 100 miljoen doen we een halve dag. De stijging van ons budget in de afgelopen jaren was per jaar meestal meer dan de hele Defensiebegroting.’ Erwin kijkt alsof hij daarmee gelijk duidelijk gemaakt heeft waar in dit land de prioriteiten liggen. En ik vrees dat hij een beetje gelijk heeft.

Net als ik ook wat aan de discussie wil toevoegen, neemt Klaas het woord. Klaas heeft zich zoals gewoonlijk als laatste bij het gezelschap gevoegd. Klaas is internetgoeroe en werkt bij een groot IT-bedrijf. Hij haalt z’n iPhone 6 uit z’n zak en googlet wat. ‘Jongens, jullie zitten Ton te feliciteren, maar volgens mij moet hij juist heel verdrietig zijn. Om te beginnen is de inflatie 2 procent, dat is bij een budget van 7,3 miljard ongeveer 140 miljoen. Dus met 100 miljoen ‘extra’ gaat zijn reëel besteedbare defensiebudget dit jaar 40 miljoen achteruit. Verder zie ik hier dat jullie nog een heleboel lopende bezuinigingen opgedragen hebben gekregen door Rutte I: jaarlijks 200 miljoen. Dan door Rutte II nog 150 miljoen. En verder heeft Financiën jullie nog te grazen genomen voor 40 miljoen met de WUL – geen idee wat het is – omdat een of andere generaal niet heeft opgelet in een vergadering, lees ik hier. Ik kan me natuurlijk een paar dubbeltjes vergissen, maar bij elkaar holt de boel in jouw winkel volgens mij ook dit jaar weer flink achteruit. Felicitaties lijken me dus niet op z’n plaats jongens. En dan zie ik hier dat het salaris van jouw personeel al zes jaar netto achteruit gaat… even kijken… Jemig, voor die fooi waarvoor die soldaten van jou werken komt geen ICT-er uit z’n bed. Ik betaal m’n Thaise au pair nog meer. Daar moet je eens wat aan doen joh.’

Er valt nu even een pijnlijke stilte. Zelf weet ik ook niet wat ik moet zeggen. Een verhaal houden over ‘de grote trendbreuk…’, of dat ik niet verantwoordelijk ben voor de arbeidsvoorwaarden? ‘Kop op Ton’, doorbreekt Ruud de onaangename stilte. ‘Ik weet dat het vandaag jouw dag is om de bitterballen te betalen, maar laat mij dat maar doen. Met die beursgang hebben we op de zaak weer een half miljard provisie opgestreken. M’n eindejaarsbonus valt waarschijnlijk heel wat hoger uit dan jouw jaarsalaris. Daar kunnen die bitterballen nog wel vanaf.’

Ik sputter tegen dat een generaal echt wel genoeg verdient om de bitterballen te betalen, maar dat had ik beter niet kunnen zeggen. Want Erwin googlet onmiddellijk met zijn iPhone wat een generaal verdient en als hij het bedrag noemt, moeten ze allemaal een beetje besmuikt lachen. ‘En daarvoor ben jij de baas van 60.000 man? Iedere nep-directeur in de gezondheidszorg  met 500 man strijkt meer op.’

Tja wat moet je dan? Ik zeg dat ik een fantastische baan heb en heel tevreden ben met wat ik verdien, maar ook dat ik de klachten van de soldaten en onderofficieren best kan begrijpen. En ja, 100 miljoen is een druppel op een gloeiende plaat, maar ook een begin… Dan begint iemand over een ander onderwerp. Ik neem nog maar een bitterbal en besluit maar geen ruzie te maken over de rekening. Dat heeft op het ministerie ook nooit zin. Maar een beetje pijn doet zo’n gesprek wel. Ik moet er echt eens over nadenken om die Rotary op te zeggen. Scheelt ook weer een hoop contributie. Wat je daar niet allemaal van zou kunnen doen.

* Deze bespiegeling over de gedachten en belevenissen van een willekeurige CDS berusten geheel en al op de fantasie van de auteur.