Moed loont niet

Recent is door de regeringsleiders van de NAVO-landen het moedige besluit genomen een ‘Flitsmacht’ op te richten. Een veilig gevoel. Een snel inzetbare strijdmacht, die binnen 48 uur ergens paraat moet kunnen zijn.

Dit besluit van de regeringsleiders (die het anders alleen eens kunnen worden over bezuinigingen), lijkt mede ingegeven door het recente gedrag van onze vriend Vladimir, die toch niet zo vredelievend blijkt te zijn als we allemaal in de afgelopen tien jaar hebben gedacht.

De NAVO ‘Flitsmacht’ (officieel Very High Readiness Joint Task Force) is een soort NRF in het kwadraat. Wat was de NRF ook alweer? De NRF of NATO Respons Force was het moedige besluit voor de ‘flitsmacht’ van twaalf jaar geleden. Opgericht aan het begin van deze eeuw en inzetbaar binnen 5 tot 30 dagen. Ja ergens in de wereld hè, niet tegen de Russen of zo. De oefenscenario’s speelden zich daarom jarenlang steevast af in donker Afrika, waar honger en dorst heersten en massale opstanden uitbraken in fantasielanden. Dit jaar is ons Duits-Nederlandse hoofdkwartier (1 GNC) weer een van de hoofdkwartieren die leiding moet geven aan de NRF. Trouwens sinds een jaar wel ‘toevallig’ met een nieuw scenario, dat in Oost-Europa speelt.

Het NRF-concept kon, bij zijn ontstaan tien jaar geleden, op grote steun van alle NAVO-landen rekenen. Het voldeed namelijk aan de belangrijkste hedendaagse eis: het kostte niets! De lidstaten hoefde er namelijk geen budget voor te fourneren. Hoe kan dat? Simpel. Enerzijds werden er hoofdkwartieren aangewezen die leiding moesten geven. Die hoofdkwartieren bestonden al en moesten toch een paar keer per jaar oefenen, dus dat noemen we nu plotseling de ‘NFR-oefening’. Anderzijds beloofde ieder NAVO-land plechtig om -- als het nodig zou zijn -- de (toegezegde) troepen te leveren. Zo’n toezegging kost ook niets. Strak plan, zou je denken.

Natuurlijk worden er ook af en toe met echte troepen oefeningen gehouden. Maar dat zijn natuurlijk oefeningen die sowieso al plaats zouden vinden (en dus nationaal gebudgetteerd zijn). Elke militaire eenheid moet immers regelmatig oefenen. We plakten er gewoon een nieuw etiket op en hup, klaar is onze NRF-oefening. Lekker goedkoop dus en een optimaal voorbeeld van wat onze moedige politici graag zien: ‘beleid rijk’ en ‘budget arm’. De moedige stap om te komen tot een NRF koste de NAVO-landen geen cent extra. En daar zijn ze gek op in al die landen! In Nederland noemden we dat vroeger ‘voor een dubbeltje op de eerste rang zitten’.

Een paar jaar na de oprichting van de NRF deed zich daadwerkelijk een calamiteit voor. Pakistan werd in 2005 getroffen door een zware aardbeving. Tienduizenden doden en gewonden en een ontwricht land. De NAVO-landen kwamen in Brussel bij elkaar en namen in een vlaag van verstandsverbijstering, naïef positivisme en onder de indruk van de publieke opinie unaniem het moedige besluit tot een eerste inzet van de NRF. Boze togen beweren dat door de hectiek in diverse landen de financiële experts even niet werden geraadpleegd. Dat heb je soms als je moedig bent, dat je even je financiële eigenbelang uit het oog verliest. Hoe dan ook, een aantal landen moest daadwerkelijk gaan leveren en dat gebeurt ook. In diverse landen worden transport vliegtuigen gehuurd en troepen en materiaal ingescheept. Maar als drie maanden later het stof optrekt van de operatie in Pakistan, begint een heel ander gevecht. Wie gaat dit eigenlijk allemaal betalen?

Nou, daar hadden de NAVO-bureaucraten die het verdrag in elkaar hadden gestoken een vlot antwoord op. Dat was namelijk heel simpel. Het NRF-verdrag bevat een kort maar o zo belangrijk zinnetje: Costs lie where they fall! Vertaald naar de praktijk: Als u als lid van een groot bondgenootschap de gore moed heeft onbaatzuchtig uw troepen in te zetten, en die worden ingevlogen, gelegerd, gevoed, bevoorraad en ingezet, en dat kost een hoop geld… dan delen we die kosten echt niet met elkaar, maar moet elk land dat troepen levert, dat helemaal zelf betalen. De deelnemende landen kregen de rekening en de NAVO-landen die niet of nauwelijks mee hadden gedaan lachten in hun vuistje. Een typisch staaltje NAVO-solidariteit zullen we maar zeggen.

Voor een aantal – vooral Zuid-Europese – landen, was dit een traumatische belevenis te vergelijken met uit de loopgraaf komen en halverwege het niemandsland te ontdekken dat de rest niet was meegekomen. Op hun al helemaal kapot-bezuinigde defensiebegrotingen, met nauwelijks nog vrij besteedbaar geld, moeten ze plotseling tientallen miljoenen ‘vinden’. Defensieministers moesten op hun blote knieën naar hun regeringen en werden met pek en veren door het parlement gedragen. Na deze inzet had iedere politicus binnen de NATO zijn lesje geleerd. Politieke moed loont niet! Stem nooit in met een NRF inzet, want dat leidt tot onvoorspelbare en onbeheersbare kosten voor je nationale begroting en het einde van je carrière.

Zo kon het zijn dat in tal van (humanitaire) crises die sinds 2005 de wereld troffen de NAVO (met al haar NRF-spulletjes) na goed onderling overleg en vruchtbare dialogen, steeds tot de verbluffende conclusie kwam dat andere organisaties (ngo’s) en andere landen (meestal Amerika) al het voortouw hebben genomen en een inzet van de NRF niet meer nodig, wenselijk of opportuun is. Een sterk voorbeeld was de verschrikkelijke aardbeving die in 2010 Haïti trof en waar hulp door de NRF op grond van de toetsingscriteria zeker op zijn plaats zou zijn geweest. Niet dus! Zo is de NRF sinds 2005 verworden tot niets anders dan een tandeloze tijger, iets wat naar ik verwacht de Flitsmacht van de NAVO op termijn ook te wachten staat, zolang er geen separaat NAVO-budget voor de inzet is. Want de meeste landen in Zuid- en West-Europa hebben geleerd dat politieke moed niet loont en voelen zich heel wat minder bedreigd door de dolle acties van Vladimir in het oosten, dan door de electorale gevolgen van hun eigen begrotingstekort.

Het feit dat de Flitsmacht in Europa voorlopig alleen gedragen wordt door financieel gezonde ‘neuro’ landen zoals Duitsland, Nederland en Noorwegen en niet door ‘zeuro’ landen, geeft voor de korte termijn nog enige hoop. Maar net als bij ons financieel bondgenootschap (de euro), betekent de uitgesproken intentie om de boel uit te breiden met de ‘andere’ (lees: zeuro) NAVO-landen, dat aan het eind van zo’n uitbreiding een nieuwe tandeloze tijger zal zijn gecreëerd. Want terecht belonen regeringen individuele moed met dapperheidonderscheidingen, maar politieke moed van diezelfde regeringen wordt zorgvuldig afgemeten aan de portemonnee.  Iets wat onze vriend Vladimir maar al te goed weet.