Personeel op 1?

Tijdens een werkbezoek medio 2020, aan het begin van de COVID-perikelen, complimenteer ik de organisatie met de keurige voorbereiding. Inclusief het naleven van de coronaregels. De overste die de leiding heeft glimlacht vriendelijk en geeft de bloemen door aan zijn adjudant, die als het executieve comité heeft gewerkt, zoals hij dat mooi verwoordt. Tijdens de uitstekend verzorgde lunch op 1,5 meter maak ik een praatje met de adjudant. Waar komt u vandaan, wat heeft u hiervoor gedaan, nog steeds plezier in het werk? Ik ben al sinds acht jaar met FLO, rommel nog wat in de marge als adviseur en ben dus al heel lang nergens meer de baas van, maar zo’n gesprek lukt nog wel.

Er ontspint zich een prettig gesprek en het thema ‘wat zijn de plannen als de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UKW) er is’ komt ook voorbij. De adjudant vertelt enthousiast dat hij al jaren jeugdtrainer is bij een tafeltennisvereniging en dat hij na zijn UKW daar graag hoofdtrainer zou willen worden. ‘Vrijwilligerswerk natuurlijk, maar het geeft zeer veel voldoening’, zegt hij met warmte in zijn stem. Daarvoor moet hij nog wel een diploma halen legt hij uit en dat zou hij vorig jaar gaan doen, gebruikmakend van de opleidingsgelden die in de laatste cao zijn afgesproken. Er staan ettelijke duizenden euro’s op zijn digitale conto in het personeelssysteem. Toch zonde om niet te gebruiken en aan je eigen ontwikkeling te werken. Hij had daarom afgelopen jaar de aanvraag voor de cursus ingediend en was toegelaten. Kort daarna kreeg hij het verzoek om bij zijn commandant te komen. Een collega zou op een individuele uitzending gaan, maar er waren wat problemen thuis en de vraag was of hij die uitzending over wilde nemen. Zes maanden naar een Afrikaans land. Hij had er thuis over gepraat. De kinderen waren toch de deur uit en hoewel hij al vier keer eerder langdurig naar buitenlandse niet-vakantiebestemmingen vertrokken was, kon zijn vrouw er wel mee leven. Zelf leek het hem leuk na de Balkan en Azië ook in Afrika rond te kijken en mogelijk wat nuttigs te doen. Dat laatste was niet altijd gegarandeerd bij uitzendingen, maar over verwachtingsmanagement hoefde je hem – na 40 jaar Defensie – niets meer uit te leggen.

Hij had de tafeltenniscursus afgezegd, het opwerkprogramma gevolgd en stond in maart 2020 klaar om te vertrekken, toen de coronapandemie de wereld trof. En ook Defensie. Eerst was zijn uitzending in on hold gezet. Hij had een paar dagen met zijn hele uitrusting in de garage thuisgezeten. Maar omdat dat ook ging vervelen, was hij na een week maar weer naar zijn oude werkplek gegaan. Enkele weken later was er vanuit de defensiestaf een her-prioritering gekomen, waarbij alleen nog uiterst belangrijke contingenten en functionarissen op uitzending zouden gaan. ‘De rest moest maar thuis gaan werken’, zei hij met een spoortje humor en cynisme in zijn stem. Kort daarop kreeg hij een brief met de mededeling dat zijn uitzending definitief kwam te vervallen, dat hij hartelijk werd bedankt en dat hij zich weer mocht melden bij zijn oude onderdeel.

Zo gezegd, zo gedaan. In februari was de cursus tafeltenniscoach begonnen en hij kon niet halverwege instromen, dus hij had opnieuw een aanvraag ingediend, nu voor de cursus die in 2021 zou starten. De tafeltennisbond wees hem gelukkig opnieuw een van de opleidingsplaatsen toe. Maar toen hij zijn aanvraag voor vergoeding bij Defensie indiende, wachtte hem een vervelende verassing. ‘U zit dichter dan vijf jaar voor uw pensioendatum en de regeling is duidelijk.’ zei de loopbaanadviseur. ‘Dan kunt u dat geld niet meer gebruiken. Zo zijn de regels!’ Een burgermedewerker die ons gesprek aandachtig volgde valt hem bij: ‘Welkom bij de club’, sprak hij met een grimlachje. ‘Vorig jaar kreeg ik dat budget ook. Meer dan 5000 euro. Ik heb er een paar maanden over gedaan om iets leuks te verzinnen. Maar toen hoorde ik dus ook dat ik te oud was. Drie maanden te oud! Dat geld blijft gewoon in PeopleSoft staan tot ik met pensioen ga en dan gaat het terug in de kas bij Defensie. Zo zijn de regels, zegt mijn personeelsdienst.’

De adjudant zucht: ‘In het begin keek ik er wel eens naar. In de zelfservice onder opleidingen. Maar dat doe ik nu niet meer. Ik voel me toch een beetje in de maling genomen door die regels.’ Ik knik begrijpend. ‘En bezwaar maken of naar de vakbond gaan?’, probeer ik het verhaal toch nog een positieve wending te geven. De adjudant schudt zijn hoofd. ‘Ach, de bonden hebben dit zelf zo met Defensie afgesproken, dus die gaan er niets aan doen. En de regeling is duidelijk. Het gaat niet om een groot bedrag, dus ik ga daar geen energie meer in steken door in bezwaar te gaan. Ik heb 40 jaar met plezier bij Defensie gewerkt en wil nu niet met chagrijn weggaan. Dat geld is gewoon weg. Maar stom vind ik ze wel, dit soort arbeidsvoorwaarden.’

‘Ja’, valt een collega aan de andere kant van de tafel hem bij. ‘Het valt in het rijtje van: zeven jaar langer werken dan met mij afgesproken was, minder pensioen, minder pensioen voor mijn vrouw als er wat met mij gebeurt, geen fatsoenlijke onderofficiersmess meer, al 20 jaar dezelfde kilometervergoeding, enzovoort. De salarissen gingen in juli met 3 procent omhoog, maar de prijzen bij Paresto met 6 procent. En de miljarden die de CDS en de minister zeggen minimaal nodig te hebben om Defensie weer voor haar taken berekend te maken, heeft de regering ook weer aan andere onderwerpen uitgegeven. En zo kan ik nog wel even doorgaan.’ Er valt een pijnlijke stilte rond de tafel.

Ik besluit het gesprek snel op een ander onderwerp te brengen, maar denk ondertussen: fijn natuurlijk, zo’n visie hoe de krijgsmacht er in 2035 uit moet zien met technologie en cyber, en vooruitkijken is vaak beter dan achterom. Maar één zwaluw maakt nog geen zomer en we torsen toch nog wel wat onverwerkt leed met ons mee en dit soort onbegrijpelijke regeltjes maakt het niet beter. Net zomin als dat Defensie er alweer niet in slaagt op tijd een fatsoenlijke cao af te spreken. Personeel op 1, hoezo?