Win-win

Na bijna zes jaren van oorlog tussen Houthi-rebellen en de regering van Abd Rabbu Mansour Hadi, stevent de bevolking van Jemen weer af op een hongersnood. Tachtig procent, 24 miljoen zielen, heeft hulp nodig. Bad guys uit de hele regio en ver daarbuiten zorgden daarvoor. Iran steunt de Houthi militair en de Jemenitische regering wordt overeind gehouden door een sinistere coalitie van troepen uit de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit, Soedan, Egypte en Marokko, geleid door Saoedi-Arabië. Op zijn zachtst gezegd geen van alle lekkere jongens.

Hun belangrijkste wapenleveranciers zijn de VS en de Europese wapenindustrie. Saoedi-Arabië gaat nonchalant om met die wapens. Het gooit bommen op begrafenissen, bruiloften en bussen en noemt dat ‘betreurenswaardige vergissingen’. Een Saoedische militaire blokkade van de belangrijkste haven in rebellengebied zorgt intussen voor fataal gebrek aan voedsel en medicijnen in die contreien. Sinds 2015 vielen ten minste 20.000 burgerdoden door militair geweld (volgens sommigen waren het er 90.000) en gingen bijna vier miljoen mensen op de vlucht voor geweld, ziekte en honger.

Europese regels bepalen dat EU-lidstaten geen wapens mogen exporteren als er een ‘duidelijk risico’ bestaat dat die tegen een burgerbevolking gebruikt zullen worden. Keer op keer is er juridisch gekrakeel over de juiste interpretatie van wat een ‘duidelijk risico’ is. Mensenrechtenorganisaties zeggen dat burgerslachtoffers bewijs zijn, regeringen dat burgerslachtoffers collateral damage in een verder fatsoenlijke oorlog zijn. In het geval van Jemen verloren mensenrechtenorganisaties tot nu toe alle zaken en kon Saoedi-Arabië een van de allerbeste klanten van Europese wapenproducenten blijven.

In oktober 2018 was Europa voor de rest van de wereld kortstondig een lantaarntje in de duisternis: in het consulaat van Saoedi-Arabië in Istanbul werd de Saoedische journalist Jamal Khashoggi vermoord. Zes Europese lidstaten, waaronder Nederland en Duitsland, kondigden een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië af.

Vooral aan de Duitse boycot ergerden Europese wapenfabrikanten zich groen en geel. Duitse fabrieken maken onderdelen voor Europese wapensystemen. Een consortium van Europese fabrikanten had een Saoedische order lopen voor 72 Eurofighter Typhoons. De president van Airbus, deel van het consortium, zei dat ‘als er ook maar één Duits schroefje in een vliegtuig zit, de Duitsers zichzelf het recht geven om de verkoop van een heel Frans vliegtuig te blokkeren. Daar worden we gestoord van’.

Dat er veel Duitse schroefjes in Europese wapens zitten is historisch bepaald. Na WO2 legden de geallieerden de Duitse wapenindustrie aan banden, die zich daarna specialiseerde in onderdeeltjes. Na de moord op Khashoggi oefenden de Europese wapenproducenten grote druk uit op Duitsland om zijn standpunt tegen Saoedi-Arabië te verzachten. Duitsland zwichtte al in maart 2019: de onderdelen mochten weer. Saoedi-Arabië is nu eenmaal een van de allergrootste wapenimporteurs ter wereld. Een land dat niet zorgt dat het erbij is, is een dief van zijn eigen portemonnee.

De deal voor Europa smaakt zoet: we verkochten voor 22 miljard euro aan wapens aan Saoedi-Arabië en stuurden Jemen voor 1 miljard euro aan humanitaire goederen om ze te helpen de moed er een beetje in te houden terwijl het bommen regent. Helemaal mooi is dat er wel vluchtelingen voor die bommen zijn, maar dat die niet naar Europa komen. Mensen blijven voornamelijk in Jemen zelf, want ze kunnen geen kant op. Om Europa te bereiken zouden ze dwars door Saoedi-Arabië moeten reizen. Ongeveer 11.000 Jemenieten deden dat. De meesten gingen naar Duitsland; 10 procent daarvan kreeg een verblijfsvergunning. De rest moest terug naar huis. Jemen is win-win voor Europa.