Achterstallig onderhoud vraagt om loodgieters en monteurs

Je kunt het bijna niet gemist hebben in de media: ‘barakken onbewoonbaar verklaard’, ‘problemen met voedselveiligheid in militaire kantines’, enzovoort. De jarenlange bezuinigingen en daarmee gepaard gaand achterstallig onderhoud eisen hun tol! Achterstallig onderhoud ontstaat als je stelselmatig verzuimt onderhoud te plegen aan je huis of spullen. In je huis bladdert de verf af, raakt de CV-ketel vaker in storing en lekt de dakgoot op verschillende plaatsen. Voor de auto kan dat betekenen dat die vaker stilstaat op de momenten dat je het juist niet wilt. Dat komt dan weer omdat je verzuimd hebt reserveonderdelen te kopen en bespaard hebt op de monteur die de reparatie uit zou moet voeren.

Er is weinig fantasie voor nodig om deze analogie te projecteren op de krijgsmacht. Het vervelende van achterstallig onderhoud is dat de confrontatie met de gebreken altijd op het verkeerde moment komt en dat de moderne multimediale wereld er wel raad mee weet. Voor de pers is het gefundenes Fressen en als organisatie zit je altijd in de verdediging. Van dat achterstallig onderhoud hebben we de afgelopen periode een paar schrijnende voorbeelden gezien. Bijvoorbeeld het ontbreken van winterkleding voor de oefenende militairen in Noorwegen, ontruiming van legeringsgebouwen in Huis ter Heide en pang-pang roepende militairen vanwege het ontbreken van oefenmunitie.

Onverlet alle oorzaken die hiervoor in de media werden genoemd, is de ware reden voor deze tekortkomingen de jarenlange bezuinigingen. Bezuinigingen die zijn ingezet met de inning van het vredesdividend begin jaren negentig, nu bijna dertig jaar geleden. Een hele generatie is opgegroeid met deze bezuinigingen. De huidige militaire top heeft zich ontwikkeld in een organisatie die keer op keer moest krimpen en bezuinigen. We herinneren ons de Defensienota 1991, de Prioriteitennota (1993), de Prinsjesdagbrief (2003) en natuurlijk als klap op de vuurpijl de bezuinigingsnota van minister Hillen uit 2011.

Maar er is ook goed nieuws. Een goed half jaar geleden verscheen de Defensienota 2018.[1] Daarin kondigde de minister aan dat er geld bijkomt in de komende jaren en gaf zij een doorkijkje in de investeringsplannen voor de komende jaren. Veel indruk heeft de nota inhoudelijk echter niet gemaakt. De belangrijkste kritiek in de verschillende commentaren was toch wel het ontbreken van een duidelijke militaire strategie en een daarvan afgeleide visie voor de defensieorganisatie. De op deze plaats eerder geuite oproep voor meer strategisch inzicht blijkt in elk geval niet uit deze Defensienota.

Nooit eerder verscheen er een Defensienota met zo weinig volzinnen. In staccato taalgebruik worden een groot aantal maatregelen opgesomd die betrekking hebben op mensen, middelen en manieren. Om in de stijl van de nota te blijven: Toys for the boys. Geen woord in de Defensienota bijvoorbeeld over het AIV advies ‘de toekomst van de NAVO en de veiligheid van Europa’ van 10 november 2017. Wel verscheen daags na het uitkomen van de Defensienota een reactie van de regering op het advies, maar in die reactie weer geen enkele verwijzing naar de Defensienota.

De Defensienota 2018 grijpt wel terug op de NAVO-afspraken uit 2014 en geeft in elk geval de richting voor de financiële kaders: 2 procent van het BBP voor Defensie op termijn. Hopelijk houden we dat vast en sneuvelt die visie niet in de aangekondigde herijking in 2020. Het begrip herijking geeft overigens wel reden voor enige argwaan. In de jaren negentig van de vorige eeuw en in het eerste decennium van deze eeuw werd het vaak gebruikt als eufemisme voor verkleining.[2]

Ondanks het gebrek aan strategische richting kijken we graag vooruit en klampen we ons vast aan de positieve financiële paragraaf uit de laatste Defensienota. Veel aandacht is al uitgegaan naar de maatregelen die de mensen en de middelen betreffen. Op veel plaatsen hebben we de laatste maanden kunnen lezen dat de mensen zelf nog erg veel moeite hebben met het arbeidsvoorwaardenvoorstel van de minister. Hopelijk komt daar snel een voor alle partijen bevredigend resultaat uit.

Laten we nu het ‘hoe’ van de maatregelen eens nader onder de loep nemen, oftewel ‘de manieren waarop we kunnen investeren in mensen, slagkracht en zichtbaarheid’, zoals de Defensienota het verwoordt. Nu het water Defensie zo aan de lippen staat en het achterstallig onderhoud zich bijna dagelijks wreekt, zou je verwachten dat de nota een soort Deltaplan beschrijft dat garanties biedt voor droge voeten. Dan is een Defensienota bestaande uit een verzameling bullets toch een wat armzalig document en is het lastig daar nieuwe ‘manieren’ in te onderkennen.

Zo komt de Defensienota wat verwerving betreft niet veel verder dan het uitgangspunt ‘snel, tenzij’ en ‘van de plank, tenzij’ of ‘het inzetten van externe partijen voor verwerving van niet-defensie specifieke spullen en dienstverlening’. Maar tegelijkertijd zegt een volgende bullet dat we ‘launching customer’ willen zijn om innovatie aan te jagen en bedrijven een goede kans op de markt te geven. Best lastig om die twee uitgangspunten te combineren.

Geen woord echter over de reparatie van de ondersteunende diensten, zoals DMO en DOSCO, de loodgieters en monteurs van Defensie, om in de analogie van het achterstallig onderhoud te blijven. Om de ambities waar te maken is een gezonde ondersteuning noodzakelijk. Het is immers geen geringe inspanning die van de ondersteunende diensten wordt gevraagd. Een investeringsbudget dat oploopt naar 1,5 miljard euro per jaar, waar het dit jaar ruim 900 miljoen bedraagt. Hoe ga je dat doen zonder Deltaplan? Nu lijkt het erop dat de boodschappenlijst in Utrecht ten burele van DMO en DOSCO is afgegeven, en ze daar maar moeten zien hoe dat te fixen.

Des te prangender is de vraag hoe de diensten, die in de afgelopen dertig jaar voorop hebben gelopen in de bezuinigingsrondes, deze megaklus moeten gaan klaren. Je kunt van een organisatie die jarenlang een bepaalde omzet heeft gedraaid niet verwachten dat die omzet plotseling met meer dan 50 procent gaat groeien. Dan moet die organisatie eerst zichzelf fit maken om te wennen aan de nieuwe vraag. Het klinkt natuurlijk niet leuk, meer projectleiders, inkopers en technici. Maar die zijn wel keihard nodig om aan de enorme vraag van de komende jaren te voldoen. Ook dat is het werk van professionals. We willen dat al die aankopen en ontwikkelingen goed en zorgvuldig worden gedaan, met respect voor de daarbij behorende regelgeving en verantwoording. De loodgieter en monteur hebben recht op een grote tas met goed gereedschap!

 

[1] Defensienota 2018. Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid (Den Haag, ministerie van Defensie, 2018).

[2] Drs. F. Matser, ‘Het geheim van goed stafwerk (deel 1)’, in: Militaire Spectator 176 (2007) (7/8) 346-347.