Keuzestress

Vorig jaar december hebben wij op deze plaats een lans gebroken voor de Strategische Visie 2035 omdat die een denkproces over de toekomst van de krijgsmacht op gang brengt. Maar onze hoop dat de visie een rol zou gaan spelen in de verkiezingen van maart 2021 bleek ijdel. De discussie over veiligheidspolitiek werd volledig ondergesneeuwd in de discussie over onder meer de toeslagenaffaire, klimaatproblematiek en de huizenmarkt. Geen fundamentele discussie dus over de toekomst van de krijgsmacht in de publieke arena.

Ook in de huidige kabinetsformatie speelt het thema ‘Defensie’ nauwelijks een rol. We vrezen dan ook dat de oproep om fors meer geld voor Defensie van de vier operationele commandanten in Trouw van 2 april 2021 in het regeerakkoord weinig gehoor zal vinden. In de Defensievisie 2035 worden de extra investeringen geraamd op 13 tot 17 miljard euro structureel. Om aan de befaamde NAVO-­norm van 2 procent bbp te voldoen is ruim 5 miljard euro extra nodig. Dat gaat om heel veel extra geld en dat lijkt er nu juist niet te komen. De begroting 2022 gaf een verhoging van het defensiebudget te zien van 90 miljoen euro. In het licht van de eerdergenoemde bedragen, een druppel op een gloeiende plaat. Maar wat dan?

De minister gaf haar voorwoord van de Defensievisie 2035 de titel ‘Keuzes zijn nodig’ mee. Een waarheid als een koe. Keuzes die het komend kabinet zal moeten maken. Ga er maar aanstaan. Alleen al voor een moderne bedrijfsvoering budgetteert de Defensievisie 2035 1,5 tot 2 miljard euro extra per jaar, bestemd onder meer voor vastgoed, IT, personele vulling, goed werkgeverschap en sociale en fysieke veiligheid. Juist de onderwerpen die de laatste jaren voor veel onvrede bij het zittende personeel hebben geleid. Daar zullen de nieuwe bewindspersonen toch niet aan voorbij willen gaan. Maar dan is er nog geen euro besteed aan investeringen om te voldoen aan de capaciteitsdoelstellingen van de NAVO waarvoor volgens de Defensievisie 2035 6,5 tot 8 miljard euro nodig is.

Dit probleem om keuzes te maken kennen we allemaal uit de persoonlijke sfeer. We hebben heel veel te doen en heel veel wensen, maar beschikken helaas over beperkte tijd en weinig geld. Sommigen vinden daarbij steun aan de DUVA­methodiek, overigens bedacht door de geallieerde opperbevelhebber uit de Tweede Wereldoorlog en latere president van de Verenigde Staten Dwight D. Eisenhower. Dat betekent doen wat noodzakelijk is en niet kan wachten, uitstellen wat wel belangrijk is maar even kan wachten, in de vuilnisbak de activiteiten waarbij niets verloren gaat als je ervan afziet en overlaten aan een ander wat een ander ook of misschien beter kan. Met het doen heeft de defensieorganisatie over het algemeen weinig moeite, wat verwacht je ook anders van een organisatie die de ‘can do’­mentaliteit heeft uitgevonden. Ook het uitstellen is de plannen­makers niet vreemd. Het ‘platslaan’ van de begroting is een beproefde methodiek op Plein 4. Lastiger wordt het met de vuilnisbak. Het rapport van de Algemene Rekenkamer over de bezuinigingen van 2011 was in dat opzicht niet mals. Tot slot het overlaten aan een ander. Dat vereist samenwerking met en vertrouwen in een ander, bijvoorbeeld in Europees verband. Misschien zit hier wel de grootst mogelijke winst, maar dan moeten we wel iets durven overlaten aan een ander. Want met het overlaten aan een ander geef je ook een deel van je zeggenschap op en daar is politieke durf voor nodig.