Mariniers, vliegers en andere karikaturen

Karikaturen van Nederlandse militairen zijn van alle tijden. Denk maar eens aan de dienstplichtige soldaat uit de jaren 70 van de vorige eeuw: lang haar, lui en ongedisciplineerd. De afgelopen periode ging het om twee andere clichébeelden. Zo dook in de discussie over het al dan niet verhuizen van de marinierskazerne naar Vlissingen telkens een karikatuur op van de mariniers, terwijl de tv-serie Hoogvliegers een onrealistisch beeld schetst van het leven van vliegers bij de luchtmacht.

Het bleek voor de staatssecretaris knap lastig om uit te leggen dat de mariniers niet naar Vlissingen kunnen verhuizen omdat hun thuisfront daar niet akkoord mee gaat. En dat terwijl er in Zeeland opvallend veel meer water is dan in de omgeving van Doorn, waar de kazerne nu is gevestigd. Toenmalig minister Hillen had het de Zeeuwen plechtig beloofd en nu kwam de staatssecretaris terug op dat besluit. Ook de minister en zelfs de minister-president kwamen er aan te pas om deze draai van 180 graden goed te praten. Ze – de mariniers – lopen massaal weg, was hun belangrijkste argument en de vulling van dit elitekorps moest natuurlijk wel gegarandeerd zijn. Natuurlijk waren er ook andere argumenten voor en tegen de verplaatsing van de kazerne, maar in de media overheerste het karikaturale beeld van de stoere marinier die niet wil verhuizen naar Vlissingen. In een radioprogramma zei een bekende politieke commentator dat hij weliswaar zelf nooit in dienst was geweest, maar dat de staatssecretaris gewoon ‘geef acht’ tegen die mariniers had moeten zeggen.

De staatssecretaris is verslagen door het thuisfront van de mariniers, hoe kon dat gebeuren? Weg is het langgekoesterde beeld van de stoere nazaten van Michiel de Ruyter, die vanuit de Noordzee het strand op rennen, wekenlang in het regenachtige Schotland in de bergen vertoeven of vrijwillig in Noorwegen in een ijswak springen. Weg het beeld van elitesoldaten die zonder morren elke legitieme opdracht uitvoeren, waaronder de verhuizing van hun kazerne. Mariniers hebben een thuisfront en anno 2020 spreekt dat een woordje mee.

Natuurlijk weet iedereen in de krijgsmacht dat dit een clichébeeld van het Korps Mariniers is en dat elke militair een thuisfront heeft dat anno 2020 meebepaalt of hij of zij in dienst gaat, in dienst blijft of vroegtijdig vertrekt. Dat ook militairen via hun familie regiogebonden zijn hoeft geen uitleg. Rond elke vliegbasis, kazerne en ook rond Den Helder bestaan militaire ‘enclaves’, waar hele gezinnen opgroeien. Verhuizen naar andere regio’s in het land is ook steeds minder populair in militaire kringen. Ooit volgde een gezin gedwee elke overplaatsing die vader van hogerhand opgedragen kreeg. Bij de onderofficieren en manschappen is die tijd al lang geleden. Hooguit bij hun initiële plaatsing na hun militaire opleiding willen zij nog naar de andere kant van Nederland verhuizen. Maar je zou ze de kost moeten geven die al bij hun keuze voor een krijgsmachtdeel, wapen of dienstvak uitgaan van de afstand die ze dagelijks moeten gaan afleggen. Voor officieren kan de bijbehorende bevordering naar een hogere rang nog wel eens opwegen tegen de nadelen van de zoveelste verhuizing. Maar ook zij moeten, meer dan vroeger, rekening houden met de wensen van het thuisfront.

Het clichébeeld buiten de krijgsmacht is echter dat je militairen met een pennenstreek van hot naar her kunt laten verhuizen. Dat je de mariniers eigenlijk een groot plezier doet door ze van de Utrechtse Heuvelrug naar Zeeland te verplaatsen. Immers, ze doen de hele dag toch niets anders dan vanuit zee het strand oprennen?

Maar laten we op dit punt ook de hand in eigen boezem steken. Is het niet de eigen defensieorganisatie die om wervingsredenen mariniers telkens het strand op laat rennen? Dat ziet er erg stoer uit, toch? Daar kun je nieuwe mensen mee werven. Dat kon niet met die zoetsappige commercials die Defensie de eerste jaren na de omslag naar een beroepskrijgsmacht uitzond, waarin soldaten in de eetzaal waren te zien. In burger, wel te verstaan.

Laten we, over karikaturen en werving gesproken, ook eens kijken naar de tv-serie Hoogvliegers. Als je die mag geloven, wil de luchtmacht graag jonge delinquenten als vlieger aannemen, die vervolgens rollebollend de KMA doorlopen om daarna ongeautoriseerd met een lesvliegtuig een heuse Russische bommenwerper uit het Nederlandse luchtruim te verdrijven, aangezien de F-16’s niet kunnen opstijgen. Toegegeven, de shots in en vanuit de lucht zijn adembenemend, een groot compliment voor de fotografen van de luchtmacht. Maar de rest is tenenkrommend clichématig. Het ‘verhaal’ zit vol met bizarre persoonlijkheden, pure karikaturen en gedragingen die we juist niet willen hebben in de moderne krijgsmacht. Zou de staatssecretaris, die de afgelopen jaren verschillende keren naar de Tweede Kamer is geroepen rond ernstige integriteitkwesties bij de KMA, blij zijn met het ronduit seksistische gedrag van de hoofdrolspelers uit Hoogvliegers tijdens hun opleiding? Waarschijnlijk niet, maar het is maar drama en Flikken Maastricht geeft ook geen getrouw beeld van het werk van een gemiddelde rechercheur in Nederland. Toch zal de politie niet ongelukkig zijn met zoveel aandacht op tv voor het werk van hun dienders.

De les is dat we ons bewust moeten zijn van karikaturen die nu eenmaal, bedoeld en onbedoeld, bestaan in de maatschappij. Die karikaturen ontstaan en soms werken we daar aan mee, zoals aan het stoere imago van de marinier uit de wervingsspotjes. Het is goed om te realiseren dat er naast die karikaturen altijd een genuanceerder verhaal is dat we ook moeten vertellen en waarin iedereen een rol heeft. In het geval van de mariniers en vliegers schept Defensie een stoer beeld naar buiten toe en de media pikken dat maar al te graag op en vergroten dat nog een keer. Als we niet oppassen wordt dat dus een karikatuur die ook averechts kan werken. Dat de stoere kanten van het vak sterk belicht worden is essentieel. Het is immers vanuit oogpunt van werving cruciaal dat deze werkgever zich onderscheidt van andere organisaties en de avontuurlijke kanten maken ons bedrijf uniek. Die stoere realiteit moet gezien kunnen worden. Maar tegelijkertijd moeten we oog blijven houden voor de andere aspecten van werken bij Defensie. Al was het alleen maar om ervoor te zorgen dat het thuisfront niet nog een keer een staatssecretaris verslaat.