In uniform!

De aansporingen van onze eigen columnist Marcus Houben ter harte nemend, zullen we 'jubel-' noch 'jammerjargon' gebruiken. Mogelijk gaan we daarmee wat korter door de bocht dan de lezer gewend is. Het zij zo.

Om dan maar meteen met de deur in huis te vallen: de krijgsmacht moet terug in uniform. Overal. Het is namelijk discutabel dat leden van de zwaardmacht vanwege hun persoonlijke veiligheid nog langer verboden wordt in uniform te reizen. Niet alleen omdat marechaussee en politie wel in uniform de straat op gaan (omdat dat risico wel aanvaardbaar is?), maar vooral omdat het een verkeerd signaal is. Het is lastig uit te leggen dat bij (vermeende) onveiligheid juist de krijgsmacht als ultieme beschermer van ons staatsbestel onzichtbaar is. Terwijl de premier nota bene vaststelt dat ‘we in oorlog zijn’.[1] De redactie preekt geen onbezonnenheid. Wel een beredeneerde en faire hernieuwde afweging. 

De krijgsmacht is in de Nederlandse democratische rechtsstaat een geweldsinstrument in de handen van de regering. Ze dient primair voor het beschermen van territoriale veiligheid en internationale rechtsorde. Daarnaast voor de bescherming van overige vitale belangen van het koninkrijk; ter ondersteuning van andere overheidsdiensten zoals politie. Ook is de krijgsmacht een laatste middel om het voortbestaan van onze democratische rechtsstaat veilig te stellen. Daarom voorziet het staatsnoodrecht bijvoorbeeld in het instellen van het militair gezag als achtervang voor het civiele gezag, hoe archaïsch dat ook lijkt.

Onze democratische rechtsstaat is in het verleden op verschillende manieren (in meer of mindere mate) bedreigd of op zijn minst op de proef gesteld. De Duitse bezetting, een felle en soms brute afscheidingsoorlog in Nederlands-Indië, terreuraanslagen en gijzelingen in de jaren ‘70, de Lockheed-affaire, en een koninklijk huwelijk. Meer recent zetten mondiale fenomenen als Al Qaida, internationaal terrorisme, Ruslands annexatie van de Krim, ISIS, of burgeroorlogen -inclusief de ongekende migratie die hierop volgt - Nederland onder druk. 'Druk' omdat onze vitale belangen door deze gebeurtenissen kunnen worden belaagd. Bijvoorbeeld de sociale en politieke stabiliteit in onze samenleving, die nu wordt aangetast door tweespalt, xenofobie en populisme. 

Niet dat de predikers van deze geluiden geen reden tot bezorgdheid hebben. Integendeel, Rusland voert een assertieve en agressieve buitenlandse politiek, zie de annexatie van de Krim. Het bedreigt het NAVO-bondgenootschap en zijn leden verbaal en dreigt met daden. Vluchtelingen aan de poorten en de binnengrenzen van Europa dwingen Nederland kleur te bekennen. Zijn mensenrechten en verdraagzaamheid slechts onderdelen van ons imago, of zijn het echte waarden waar Nederland voor staat?

In het verleden heeft de krijgsmacht bij de meeste bedreigingen haar rol opgepakt. Bijvoorbeeld door de eerste terreurbestrijdingseenheden van de politie te ondersteunen. Door bijstand te verlenen bij rampen en ongevallen. Door buitenlandse missies om internationaal terrorisme in te dammen en burgeroorlogen te beteugelen. Meestal voer de krijgsmacht met Hollandse nuchterheid een koers die aansloot op de eisen van de samenleving waarin zij in actie kwam. Hard als dat nodig was, subtiel waar mogelijk. Grootschalig of met individuele bijdragen. Onder militair of civiel gezag. Wat de regering maar opdroeg, waar dan ook. 

En ook vandaag is de krijgsmacht actief om Nederlandse belangen in binnen- en buitenland te beschermen. Meestal zichtbaar, soms ongemerkt en ongezien. Als geen ander weet de krijgsmacht dat contact en interactie met de bevolking van de samenleving waarin zij wordt ingezet, van levensbelang is. In Indië, Korea, Libanon, Cambodja, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Eritrea, Irak, Afghanistan, Soedan en Mali. Daarbij mag en moet soms persoonlijk risico worden gelopen: door niet ‘onder pantser’ of met een helm op te patrouilleren, maar te voet, met een baret op, en zo echt zichtbaar en kwetsbaar te zijn en sociaal contact te maken. 

En dat geldt evengoed in Nederland. Of het nu is via Land-, Luchtmacht- of Marinedagen. Of via storytelling in het Nationaal Militair Museum. Via openbare commando-overdrachten, beëdigingen en ridderslagen. Sociaal contact is cruciaal. Dat geldt te meer als het ernst wordt. Niet voor niets staat de politie bewust midden in de samenleving. Ze heeft diepgewortelde vertakkingen in de wijk, zodat de bewoners agenten herkennen en erkennen. Vooral als instabiliteit en onveiligheid toenemen, is dat van belang. Als het er op aan komt is het namelijk te laat om (h)erkenning af te dwingen.

Dit geldt evenzeer voor de maatschappelijke verankering van de krijgsmacht. Door oefeningen voor nationale inzet of missies, door publieksacties van mariniers of andere onderdelen is de krijgsmacht allesbehalve onzichtbaar. Maar dat zou beter kunnen. Militairen verdienen niet alleen respect bij huldigingen of inzet. Zij verdienen dat door onze democratische rechtsstaat en waar deze voor staat te beschermen. Respect doordat ze in de dagelijkse sociale contacten herkend en erkend (willen) worden als leden van de zwaardmacht.

Zichtbaarheid, niet alleen door klassen in te gaan tijdens Landmachtdagen of door de nieuwe centraal geleide publiekscampagnes van de Directie Communicatie. Maar vooral door die 41.000 militairen als ambassadeur van de krijgsmacht in te zetten en als demonstratie van veiligheid. Gewoon op weg naar hun werk.

Het is een teken aan de wand dat het Verenigd Koninkrijk, na jarenlange terreurdreiging tijdens de ‘Troubles’, zijn militairen tegenwoordig wel weer in uniform laat reizen. Zelfs nadat korporaal Lee Rigby op 22 mei 2013 op straat met een hakmes werd vermoord. In dat opzicht is het op zijn minst opmerkelijk dat Nederland eieren voor zijn geld kiest. Terwijl het de zichtbaarheid van militairen op sociale media omarmt en forensenstromen van en naar kazerne- en vliegbases (om 07.00 en 17.00 uur) of het ‘Plein-Kalvermarkt Complex’ niet bepaald onopvallend zijn. En in Parijs en Brussel uitgerekend burgers – en niet militairen – het doelwit waren van de aanslagen.

Militairen zijn zich bewust van de risico's van hun vak. Zij lopen daar niet voor weg. Niet op missies en ook niet thuis. Militairen ‘beschermen wat ons dierbaar is’ is niet voor niets de nieuwste slogan van Defensie.[2] Daar heeft Nederland recht op. Daarom is er een krijgsmacht; en daarom moet die zichtbaar zijn. Overal. In uniform!

[1] Verklaring premier Rutte na spoedberaad met kabinetsleden op 14-11-2015, via http://nos.nl/artikel/2069063-rutte-we-zijn-in-oorlog-met-is.html.

[2] Corporate Story van het ministerie van Defensie, Het verhaal van Defensie, via: https://www.defensie.nl/overdefensie/inhoud/verhaal-van-defensie.