Wie wat bewaart, die heeft wat

De maand mei is in politiek Den Haag traditioneel de rapportagemaand. De derde woensdag heeft de naam ‘gehaktdag’ gekregen. Het is de dag dat de Algemene Rekenkamer haar oordeel geeft over de verantwoording van het kabinet over het gevoerde beleid in het voorafgaande jaar. Het ministerie van Defensie is niet ongeschonden uit de strijd gekomen. De ARK heeft een ernstige onvolkomenheid vastgesteld bij het materieelbeheer. Alweer zult u zeggen. Het materieelbeheer heeft al vaker onder het vergrootglas gelegen, maar ondanks alle inspanningen slaagt het departement er blijkbaar niet in de ARK te overtuigen van zijn goede bedoelingen. Of misschien nog wel van de goede bedoelingen, maar de resultaten blijven achter. 

Het grote probleem betreft volgens de ARK de logistieke keten voor reserveonderdelen. Dat is bepaald geen nieuws. Het probleem werd onlangs nog eens fijntjes uit de doeken gedaan door de dit jaar vertrokken Commandant Landstrijdkrachten luitenant  -generaal Mart de Kruif. Zijn analyse was even simpel als doeltreffend: of het leger moet dramatisch veel kleiner worden, of er moeten grote sommen geld bij.   Nog veel kleiner is naar onze mening, gelet op het politieke ambitieniveau, niet gewenst. Blijft over optie 2. Dat had de ARK ook wel kunnen concluderen, maar de aanbevelingen die de minister overnam, gaan weer richting onderzoek en ‘plan van aanpak’. Er komt dit keer – in samenwerking met het ministerie van Financiën – zelfs een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar de operationele gereedheid. Ja, ook uit dat onderzoek zullen weer aanbevelingen komen en organisatie- en procesvoorstellen, maar de werkelijke oorzaak van de gesignaleerde problemen is allang bekend. De Kruif heeft het goed gezien!

Naast rapportages wordt de maand mei ook gekenmerkt door het nadenken over de begroting van het volgend jaar. De Miljoenennota voor de derde dinsdag van september  moet worden voorbereid en daar dragen alle departementen natuurlijk aan bij. Anders dan in andere jaren is dit jaar de onder verantwoordelijkheid van ambtelijk Financiën opgestelde Ombuigingslijst uitgelekt.  De daarin vermelde opties zijn voor technische afstemming aan de departementen voorgelegd. Dat wil zeggen dat vanuit de departementen is bekeken of de maatregelen mogelijk zijn, zonder er daarbij een inhoudelijk oordeel over te geven. De opties zeggen dan ook niets over de wenselijkheid van de opgenomen maatregelen, aldus het ‘ten geleide’ van de ‘Ombuigingslijst’.

Toch werd onze nieuwsgierigheid geprikkeld naar de reactie op het departement op het voorstel om de landmacht af te schaffen ten faveure van een structurele bezuiniging van 850 miljoen euro in 2022. Ook zijn we benieuwd naar de opvattingen van de minister rond de voorstellen om de landmacht samen te voegen met die van Duitsland en de marine met die van België en Duitsland/Denemarken. Opvallend overigens dat in de lijst van ambtelijk Financiën het idee van de net vertrokken Commandant Luchtstrijdkrachten, luitenant -generaal Schnitger, om ‘met België twee relatief kleine luchtmachten samen te smelten tot een grotere luchtmacht’,  ontbreekt. Maar los daarvan, samenvoeging van complete krijgsmachtdelen is geen (financiële) ombuigingsoperatie, maar vereist – als je het al zou willen – een gedegen politiek-militair-strategische analyse. Dat laatste ontbreekt volledig in deze ombuigingsvoorstellen. Niet doen dus op deze manier  . 

Ook in de lijst van Financiën staan voorstellen om groot materieel af te stoten, zoals het verminderen van het aantal Apaches en NH-90’s en het afstoten van pantserhouwitsers, Patriots en beide M-fregatten. Het afstoten van groot materieel en vastgoed is altijd een gemakkelijke prooi als er bezuinigingsvoorstellen gedaan moeten worden. Maar we moeten ons blijven realiseren dat verkopen van materieel voordat de technische levensduur is verstreken een hele dure keuze is. In feite betaal je de afschrijving op je investering nog steeds, ook al beschik je niet meer over het materieel. Weliswaar hebben de betalingen plaatsgevonden bij de levering, maar ongebruikte spullen verkopen is bedrijfseconomisch altijd onvoordelig.

Dat zou nog tot daar aan toe zijn als we zeker wisten dat het een politiek-militair-strategisch weloverwogen besluit zou zijn. Daar zit hem nou net de kneep bij het verkopen van strategisch materieel: de wereld om ons heen verandert zo snel dat het materieel dat vandaag militair strategisch niet strikt noodzakelijk lijkt, morgen een onmisbaar uitrustingsstuk kan blijken te zijn. Ook als exploitatiekosten (tijdelijk) niet meer in het budget passen, is dat een slechte raadgever voor verkoop.  

Dat de verkoop van strategische goederen tot onverwachte en onbedoelde consequenties kan leiden, bleek onlangs in de wereld van Veiligheid & Justitie (V&J). NRC Handelsblad berichtte hierover na een gezamenlijk onderzoek met Reporter Radio.  Iedereen zal beamen dat voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) de opvangcapaciteit voor asielzoekers een strategisch goed vormt.  Nu liet het ministerie van V&J in 2005 voor circa 48 miljoen euro speciaal twee boten bouwen  om uitgeprocedeerde asielzoekers te huisvesten, de zogeheten bajesboten. Maar toen in 2013 onder druk van de bezuinigingen de voorraad van het COA beperkt werd tot 10.000 plaatsen, waren de bajesboten overtollig en werd besloten tot verkoop. De markt voor deze boten bleek niet erg gunstig en de verkoop leverde niet meer op dan 410.000 euro. Hoe zuur is de appel dan dat het COA, onder druk van het aantal te huisvesten asielzoekers, gedwongen wordt één van de bajesboten terug te huren. Naar verluidt voor 2,5 miljoen euro per jaar. De verkoop van de bajesboten leek iedereen destijds een verstandige keuze, maar als je het nu leest, denkt iedereen: hadden we maar  …

Dus, wie wat bewaart, die heeft wat. We hebben allemaal onze zolder waar we de spullen bewaren die we niet direct dagelijks nodig hebben, maar waarvan we aanvoelen dat die vroeg of laat nog wel van pas zullen komen. Natuurlijk kennen we de notoire verzamelaar die niets weg kan gooien. Als we die het laten bepalen, dan wordt de zolder een uitdragerij. Goed inzetbare Apaches, pantserhouwitsers  en NH-90’s, die nog lang niet zijn afgeschreven, maken van de zolder van Defensie echter geen uitdragerij. Als we er al van overtuigd zouden zijn dat ze militair-strategisch (tijdelijk) niet meer nodig zijn, zet ze dan in de mottenballen. Maar verkoop ze niet. Al is de nood nog zo hoog, een heer van stand verkoopt zijn tafelzilver nooit.