Amerika, onze bondgenoot!

De Amerikaanse krijgsmacht zal in het algemeen, maar vooral in het Westen, gezien worden als de machtigste en de dodelijkste ter wereld.* Geavanceerde technologieën en systemen, dodelijke precisiewapens, killing robots, en de best opgeleide soldaten geven de VS een dominante plaats in het gevecht op de grond, op zee en in de lucht en ruimte. Niet verbazend is dan ook het respect, het ontzag en de soms kritiekloze adoratie voor de VS en zijn krijgsmacht. Van die kritiekloze adoratie was ik jaren terug getuige tijdens een KVBK-bijeenkomst aan de vooravond van de tweede Golfoorlog. Eén van de aanwezigen vroeg zich af of het niet waarschijnlijker was dat de VS van plan was Irak binnen te vallen vanwege de olie, dan om welke andere mooie reden ook. In de daarop volgende discussie was weinig plaats voor twijfel: de Amerikanen waren onze bondgenoten en we moesten daar maar blij mee zijn en de Amerikanen zouden in Irak zouden worden binnengehaald door juichende menigten langs de route, met of zonder bloemen.

In strikt militair opzicht heeft de VS sinds Vietnam klinkende overwinningen behaald zoals in de eerste en tweede Golfoorlog met Irak en in Afghanistan. Hoewel sommigen het Amerikaanse militaire optreden in die oorlogen duiden als de Revolution in Military Affairs die het militair handelen in de toekomst zal kleuren, benadrukken anderen de sterk ongelijke krachtsverhoudingen tussen de strijdende partijen.[1] Zo was Irak immers militair en economisch geheel uitgeput en verzwakt als gevolg van de Iran-Irak Oorlog, die duurde van 1980 tot 1988. Afghanistan was een middeleeuws aandoende religieuze dictatuur. Inmiddels – niet meer zo opmerkelijk – blijkt de follow-up van de veelvuldige inzet van de Amerikaanse krijgsmacht in de wereld niet altijd erg effectief te zijn geweest. De voorbeelden van Irak en Afghanistan spreken voor zich: honderdduizenden slachtoffers en vluchtelingen onder de burgerbevolking in de voorbije jaren en verwoestende burgeroorlogen zijn op dit moment daar aan de gang. Met de tweede Golfoorlog en zijn nasleep is ook bijgedragen aan een grotere instabiliteit in het Midden-Oosten; inmiddels is Libië één grote chaos en in Syrië, met zijn vele elkaar bevechtende partijen, is het geheel onduidelijk wie tegen wie vecht en wie er door wie wordt ondersteund. Wanneer er weer eens sprake is van een Amerikaanse bemoeienis in een land (wat te denken van hun plannen voor uitgebreide wapenondersteuning aan Kiev?), houd je je hart vast hoe dat zal gaan aflopen. Zo blijkt ook dat de hedendaagse asymmetrische conflicten steeds lastiger te winnen zijn door de regulier militaire grootmachten.[2]

Kortzichtigheid

Ik wil op deze plaats niet ingaan op allerlei mogelijke verklaringen hiervoor. Maar op één of andere manier lukt het de VS keer op keer partijen militair te ondersteunen die zich later ontwikkelen tot geduchte tegenstanders, soms alleen politiek, maar soms ook actief militair. Enkele voorbeelden van deze militair-politieke kortzichtigheid zijn:

- De militaire en financiële ondersteuning van de Afghaanse Mujahideen-eenheden in hun strijd tegen de Sovjet-Unie. Deze Mujahideen-eenheden vormden later de Talibanregering, waarmee de VS in oorlog kwam naar aanleiding van 9-11;
- De ondersteuning van Irak in de oorlog met Iran (1980-1988) door het verstrekken van AWACS-intelligence, het leveren van militaire goederen en het toelaten van illegale wapenleveranties door sommige van Iraks Arabische bondgenoten. Overigens werden de Iraniërs in diezelfde oorlog door de VS gesteund met de levering van reserveonderdelen en een paar duizend antitankraketten;[3]
- Het nalaten om indringend te waarschuwen voor de ernstige consequenties van een Iraakse invasie in Koeweit tijdens de onderhandelingen met Saddam Hoessein over hoe de vriendschapsbanden met de VS verder aan te halen. Hoewel zeker geen ‘groen licht’ voor een inval in Koeweit zal zijn gegeven, kan de positie van de VS mogelijk wel zo zijn opgevat dat de Amerikanen niet bereid waren de strijd aan te gaan om de soevereiniteit van Koeweit te waarborgen.[4]

Verwant aan dit soort voorbeelden zijn die waarin de VS regimes en landen militair en financieel ondersteunt en waarmee het land nauwe relaties onderhoudt, zoals Pakistan, Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Pakistan is met miljarden ondersteund in de strijd tegen al-Qaida, maar heeft het geld voor een belangrijk deel gebruikt om de Taliban, al-Qaida en andere extremistische groepen een thuisbasis te geven voor hun strijd in het Indiase deel van Kashmir en Afghanistan. Slechts onder grote druk van de VS werd zo nu en dan een prominent lid van al-Qaida door Pakistan (lees: president Musharraf en de chef van de Pakistaanse inlichtingendienst ISI) uitgeleverd.[5] In Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn er puissant rijke en invloedrijke families die al-Qaida en aanverwante religieuze terreurorganisaties verhuld financieren en ondersteunen.[6]

Vragen bij het daadwerkelijke optreden

Niet alleen de manier waarop de VS in zijn oorlogen tegen het terrorisme partnerschappen in landen als Irak, Afghanistan en recentelijk Syrië is aangegaan, maar ook het daadwerkelijke Amerikaanse militaire optreden roept veel vragen op. Je zou toch denken dat elke militair/strijder in een gewapende conflictsituatie gehouden is aan ten minste de gedragscodes en normen zoals die zijn vastgelegd in de Geneefse Conventie. Dat de praktijk wel eens anders wil uitwijzen en niet door alle betrokken conflictpartijen op gelijke wijze wordt gerespecteerd, is algemeen bekend en is van alle tijden. Maar als een Amerikaanse president, zijn vice-president en zijn minister van Defensie hun tegenstanders in hun War on Terror bestempelen als unlawful enemy combatants,[7] met het doel de bescherming te omzeilen die de Conventie van Genève inzake de behandeling van krijgsgevangenen biedt, dan is dat vragen om problemen in het veld. Bijna vanzelfsprekend heeft dit kwalijke regeringsbeleid geleid tot de bekende excessen, zoals de gevangenissen in Guantanamo Bay (Cuba) en Abu Ghraib (Irak), het langdurig opsluiten van gevangenen en onschuldige burgers, onder wie kinderen en bejaarden, en het martelen op grote schaal.[8] In alle redelijkheid kunnen we in onze beschaving dit soort gedrag toch niet anders noemen dan oorlogsmisdaden. President Obama heeft weliswaar op de tweede dag van zijn presidentschap het martelen verboden, maar hij heeft de dag daarna een drone-aanval op een al-Qaida-kopstuk goedgekeurd die resulteerde in minstens elf burgerslachtoffers;[9] ook niet iets waar je direct vrienden mee maakt. Als de Amerikaanse regering daarbij ook nog eens weigert het statuut van het Internationaal Strafhof in Den Haag te ratificeren en zich niet aan de uit het statuut voortvloeiende verplichtingen wenst te houden, dan is de weg vrij om een oorlog onder valse voorwendsels, zoals in het geval van de tweede Golfoorlog, te beginnen en te voeren. Het Internationaal Strafhof is juist bedoeld om in dat soort gevallen de daarvoor verantwoordelijke personen ter verantwoording te roepen.[10] Het Amerikaanse standpunt degradeert het Internationaal Strafhof tot een overwinnaarstribunaal, waarvoor alleen de relatief niet zo machtige, overwonnen en gevangengenomen presidenten, generaals, oorlogsmisdadigers en andere schurken terecht staan en zich moeten verantwoorden voor hun oorlogsdaden. Het kortzichtige strategisch militair-politieke optreden, het omzeilen van de Geneefse Conventie inzake de behandeling van krijgsgevangenen, het toestaan van oorlogsmisdaden als martelingen en het niet gebonden willen zijn aan het Internationaal Strafhof getuigen van een grenzeloze arrogantie van de macht.

Nederland is sinds de Tweede Wereldoorlog onlosmakelijk met de VS verbonden en heeft ook altijd uitdrukkelijk voor het militaire bondgenootschap met de VS gekozen. Aantrekkelijke alternatieven zijn ook niet echt voorhanden. Zou het dan niet eens aardig zijn er naar te streven dat onze bondgenoot zijn krijgsmacht en overige middelen wat strategischer inzet en zich weer gaat houden aan, onder meer, de in onze beschaving geldende spelregels van de Geneefse Conventie en het Internationaal Strafhof? Misschien dat we dan weer een beetje trots op onze Amerikaanse vrienden kunnen zijn.

* De auteur dankt Bernard Hammelburg (journalist/buitenlandcorrespondent) voor suggesties rond literatuur- en internetbronnen.

[1] Zie onder meer Keith L. Shimo, The Iraq Wars and America‘s Military Revolution (Cambridge, Cambridge University Press, 2010).

[2] Zie onder meer Ivan Arreguin-Toft, ‘How the weak win wars. A theory of asymmetric conflict’, in: International Security, Vol. 26, No. 1, (2001) 93-128 (http://web.stanford.edu/class/polisci211z/2.2/Arreguin-Toft%20IS%202001.pdf) en het recente essay van Bernard Hammelburg, ‘Oorlogen zijn niet meer te winnen’ in: Financieel Dagblad, 20 december 2014.

[3] Zie onder meer Seymour M. Hersh ‘U.S. Secretly gave aid to Iraq early in its war against Iran, in: The New York Times, 26 januari 1992 (http://www.nytimes.com/1992/01/26/world/us-secretly-gave-aid-to-iraq-ear... ) en Williamson Murray & Kevin M. Woods, The Iran-Iraq War. A Military and Strategic History (Cambridge, Cambridge University Press, 2014).

[4] Stephen M. Malt, ‘Wikileaks, April Glaspie, and Sadam Hussein’, in: Foreign Policy, 9 januari 2011 (http://foreignpolicy.com/2011/01/09/wikileaks-april-glaspie-and-saddam-h...).

[5] Zie onder meer Ahmed Rashid, Descent into Chaos. How the war against Islamic extremism is being lost in Pakistan, Afghanistan and Central Asia (New York, Allan Lane/Penguin Books, 2008).

[6] Bernard Hammelburg, ‘Ik ben Charlie niet, ik schaam me voor zulke plaatjes’, in: Financieel Dagblad, 12 januari 2015 en Gemma Mullin, ‘Revealed: How Al Qaeda paymasters are ‘living freely’ in Qatar despite Gulf state’s claim that it doesn’t support terrorists’, in: Daily Mail, 16 november 2014 (http://www.dailymail.co.uk/news/article-2836320/How-Al-Qaeda-paymasters-...).

[7] Deze kwestie wordt uitgebreid besproken in Terry D. Gill & Elies van Sliedregt, ‘Guantanamo Bay. A Reflection on the Legal Status and Rights of ‘Unlawful Enemy Combatants’’, in: Utrecht Law Review Vol.1, Issue 1 (2005) 54.

[8] Zie voor een uitgebreid overzicht Ahmed Rashid, Descent into Chaos, hoofdstuk 14: America shows the way: the disappeared and the rendered, blz. 293-316. Van recenter datum is het artikel van de oud-Amnesty Nederland voorzitter Bart Stapert: ‘Breng Obama’s gevangenen toch hier’, in: NRC Handelsblad, 22 mei 2015, waaruit blijkt dat op dit moment bijna de helft van de nog 122 resterende gevangenen in Guantanamo Bay aantoonbaar onschuldig is en merendeels kort na 9-11 simpelweg is opgepakt en aan de VS is doorverkocht tegen aanzienlijke premies. Het US Senate Torture Report (Senate Select Committee on Intelligence’s Committee Study of the Central Intelligence Agency’s Detention and Interrogation Program, december 2014) is te vinden via http://www.scribd.com/doc/249655870/Senate-Torture-Report.)

[9] Jack Serle, ‘Death toll of Obama’s drone campaign 5 years later: 2,400’, zie: www.juancole.com /2014/01/obamas-campaign-later.html.

[10] Werd tijdens de regering-Bush het Internationaal Strafhof vooral tegengewerkt, sinds de regering-Obama zijn de banden met het Strafhof weer aangehaald, overigens zonder zicht op ratificatie van het statuut in de komende jaren. Zie onder meer: http://nl.wikipedia.org/wiki/Internationaal_Strafhof.