Leeftijdsgrenzen bij de krijgsmacht

Dat de krijgsmacht nog steeds op zoek is naar nieuw personeel blijkt uit het jaarverslag van het ministerie van Defensie van 19 mei 2021. De vullingsgraad van militairen in 2020 bedraagt 79 procent, terwijl de norm 90 procent is. Dit heeft gevolgen voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht. Zo schreef Het Parool op 22 april 2021: 'Marinefregat Zr.Ms. Van Speijk aan de kant wegens personeelstekort'.[1]

De website van het ministerie van Defensie staat momenteel vol met militaire vacatures. Het gaat om gevechtsfuncties, technisch specialisten, zorgverleners, en nog veel meer. Wat opvalt is dat voor alle militairen leeftijdsgrenzen gelden. Voor bijvoorbeeld infanteristen, de grondtroepen, is dat – gelet op hun fysieke belastbaarheid – niet vreemd, maar het is wel vreemd dat er leeftijdsgrenzen gelden voor alle militairen. Die grenzen zijn onder andere ingesteld om voldoende ruimte te bieden om door te groeien. De huidige leeftijdsgrenzen zijn bijvoorbeeld: 27 jaar en 11 maanden voor infanteristen, 30 jaar en 11 maanden voor ICT’ers, en 37 jaar en 11 maanden voor artsen. Betekent dit dat een arts die ouder is dan 37 jaar en 11 maanden per definitie niet geschikt is als militair-arts vanwege zijn leeftijd? En geldt dat ook voor elke ICT’er ouder dan 30 jaar en 11 maanden die militair-ICT’er wil worden?

Misschien was dat in het verleden zo, maar voor warfare anno 2021 – met zowel fysieke als digitale dreigingen – kunnen juist ‘de wat oudere’ militairen met meer levens- en werkervaring een meerwaarde zijn voor de krijgsmacht. Helemaal in een toch al krappe arbeidsmarkt, waar de krijgsmacht vaak moet concurreren met het bedrijfsleven.

Het stellen van leeftijdsgrenzen voor alle militairen is niet meer van deze tijd en vormt een belemmering voor de krijgsmacht bij het vinden van nieuw personeel.

[1] Zie: 'Marinefregat Zr. Ms. Van Speijk aan de kant wegens personeelstekort', Het Parool, 22 april 2021; 'Hoe zit dat precies met Zr.Ms. Van Speijk?', Defensiekrant 15, 23 april 2021.