Herboren marechaussee

Een filosofische benadering

Een zoektocht in het verleden van de Koninklijke Marechaussee (KMar) heeft mij inzichten opgeleverd over zaken bij de KMar die natuurlijk aanvoelen, als vanzelf lijken te gaan. En andere bewegingen moeizaam. Uiteraard zijn het mijn percepties, percepties die voor mijn gevoel te maken hebben met fricties tussen een leefwereld en een systeemwereld. Twee werelden die elkaar soms aanvullen en versterken, en soms spanning opleveren. Daarbij veronderstel ik dat er vanuit het verleden een ‘ziel’ in de organisatie zit die ook nu nog de mensen die onderdeel zijn van de KMar ‘bezielt’. Ik hoop dat mijn inzichten u prikkelen om uw eigen inzichten te vormen rond de bezieling in uw werk.

De marechaussee is van oudsher een actiegerichte wetshandhaver. Sinds 1814 strijdt zij gewapend met klewang en karabijn voor veiligheid en rechtvaardigheid, het liefst te paard. Het grootste onderscheid tussen de marechaussee en de veldwachter en later de politieman is haar snelle verplaatsbaarheid (te paard) en haar onverschrokkenheid, waardoor zij in georganiseerd verband, met haar zwaardere bewapening, ook het gevaarlijkste geboefte kan bestrijden. En dat met een hoge mate van integriteit. ‘Zonder vrees, en zonder blaam.’

1945: van brede politietaak naar vier afgebakende rollen

In de periode van 1813 tot 1940 waren er in het typisch Nederlandse polderlandschap meerdere politieorganisaties: gemeentepolitie, Rijksveldwacht en de KMar. In dat bestel was de KMar in feite de ‘Rijkspolitie’, en voerde politietaken in brede zin uit. Leest u de geschiedenis van de Zaak Oss, met de nodige dichterlijke vrijheid verfilmd in De bende van Oss, er maar eens op na. Vanwege haar militaire karakter had de KMar ook een belangrijke rol in de handhaving van de openbare orde. De marechaussee was dan ook een militair die generiek politiewerk deed.

Na 1945 is het politiebestel in Nederland ingrijpend gewijzigd. Er werd een Korps Rijkspolitie opgericht, en steden en grotere gemeenten kregen hun eigen gemeentelijke politiekorps. De KMar kreeg slechts een beperkt aantal taken: de politietaak voor de krijgsmacht, waken voor de veiligheid van het Koninklijk Huis, en grensbewaking. En daarnaast: het in bijzondere gevallen verlenen van bijstand aan de politie. Je zou bijna kunnen stellen dat marechaussees werden verbannen uit de maatschappij, letterlijk verplaatst naar de landsgrenzen en binnen de hekken van de paleizen en kazernes.

Marechaussees werden deels beveiliger of grensbewaker. En in die beperktere taken zijn marechaussees vanuit hun loyaliteit ook wel weer goed geworden. Niemand kan beter paspoorten controleren dan een marechaussee, niemand kan beter een object beveiligen. Taken die vooral gedijen bij nauwkeurigheid, zorgvuldigheid en ‘klantvriendelijkheid’ als belangrijke kernwaarden. En voor je het weet geloven we dat dat de basis is. Zelfs in het begin van deze eeuw waren er nog ambities om ‘de beste grensbewaker’ te worden, en ‘expert in bewaken en beveiligen’.

Als marechaussees ‘echt politiewerk’ wilden doen, kon dat sinds 1945 binnen de militaire politiedienst of als bijstand aan de politie. Nederland kende, net als omringende landen, in de jaren zestig en zeventig rellen en terrorisme. In die jaren was de KMar belangrijk vanuit haar bijstandsrol. Door vele oudere collega’s wordt dat nog gezien als het hoogtepunt uit hun loopbaan. Tot echte aarding in het domein openbare orde heeft het nooit mogen leiden. De laatste grootschalige bijstandsinzet van de Mobiele Eenheid van de KMar was in 1981, in de Piersonstraat in Nijmegen. Alhoewel in mijn optiek uitermate succesvol ontstond er na deze inzet een principiële discussie over inzet van militairen in het civiele domein en is er daarna nauwelijks meer grootschalig bijstand verleend aan de politie.

Sinds 1993 is de KMar belast met de politietaak op de luchthavens. Weer terug naar de bron: de algemene en bredere politietaak. Verantwoordelijkheid dragen voor handhaving van de openbare orde en veiligheid en de opsporing van strafbare feiten. Van 2003 tot 2006 mocht ik leidinggeven aan marechaussees die de politietaak op Schiphol uitvoerden. Elke dag trof ik daar bezielde collega’s aan, en ook zelf merkte ik dat ik daar in hoge mate gemotiveerd mijn werk deed. Dit was waarvoor ik ooit bij de KMar was gekomen.

De militaire politietaak vult de KMar sinds eind jaren negentig amper meer in. Door het afschaffen van de opkomstplicht daalde het aantal door militairen gepleegde strafbare feiten sterk. Anderzijds werd de ‘groene MP-taak’, met het accent op begeleiden van militaire verplaatsingen en het bewaken van krijgsgevangenen, minder relevant.

Anno 2025…

Is de marechaussee anno 2025 dan primair een grensbewaker die in voorkomende gevallen expeditionair optreedt, of een robuuste beveiliger? Wat mij betreft niet. Ook in 2020 kunnen we in de geest van 1814 keuzes maken en zorgen dat marechaussees een brede politierol vervullen, zowel qua ordehandhaving als in de opsporing, het recherchewerk. Marechaussees kunnen dat vanuit een militaire achtergrond in georganiseerd verband ook doen als de omstandigheden gevaarlijker of primitiever zijn, binnen en ver buiten Nederland.

Onze moederorganisatie kent de Gendarmerie Mobile, laat dat model de inspiratie zijn voor de KMar anno 2025. Een concept dat voorziet in eenheden die zowel expeditionair kunnen optreden als MP en voor Stability Policing, als nationaal voor ordehandhaving, beveiliging en terreurbestrijding. Vanuit een dergelijk concept kan de KMar een bijdrage leveren aan alle drie de hoofdtaken van de krijgsmacht en eventuele hybride tussenvormen. Een ‘bereden marechaussee’, of een ‘parate KMar 3.0’, zo u wilt. De meer dynamische en expeditionaire inzet rond de migratiecrisis begin 21e eeuw is daar een goed voorbeeld van.

Ook in 2025 geldt naar verwachting nog het motto ‘meer met minder’. Dus een dergelijk concept vraagt keuzes. Geen keuzes om bestaande taken af te stoten, maar wel om ze fundamenteel anders uit te voeren. Marechaussees zullen er weinig moeite mee hebben om de meer routinematige taken over te laten aan anderen in slimme ‘ecosystemen’ of te vervangen door technologische oplossingen. Marechaussees zijn immers geen toezichthouders of controleurs, zij zijn handhavers van vrede, recht en veiligheid. De marechaussee als mens is dan vooral degene die als het erop aankomt een interventie doet, geleid door moreel en ethisch besef en zo nodig met gedoseerd geweld. Want daarvoor biedt technologie nog niet, en wellicht nooit, een oplossing. Marechausseewerk blijft mensenwerk, binnen en ver over onze grenzen.