De marinier

Eeuwenoude traditie, eigentijds perspectief

In de eerste tien jaar van het bestaan van het Korps Mariniers namen de zeesoldaten deel aan drie grote operaties met inzet op zee, vanuit zee en aan land. Die elementen zijn nog steeds terug te vinden in het hedendaagse mariniersoptreden. 350 jaar na de oprichting van het korps zijn de omstandigheden veranderd, maar de denklijn niet. Met een can do-mentaliteit nemen mariniers deel aan internationale operaties en staan ze de civiele autoriteiten in Nederland bij. Vanwege hun deskundigheid bij missies op de grens van water en land is de vraag naar mariniers groot. De cultuur en organisatie van het korps én de maximaal flexibele instelling van de individuele marinier maken onmiddellijke inzet mogelijk. Om dat te kunnen blijven garanderen innoveert het Korps Mariniers op allerlei terreinen, zoals beheersing van het informatieterrein en hoogwaardig militair optreden juist in het kustgebied.

Brigade-generaal der mariniers mr. R. G. Oppelaar*

Het is mij een voorrecht en genoegen om bij te dragen aan dit themanummer van de Militaire Spectator over het Korps Mariniers, dat op 10 december 2015 350 jaar bestaat. De artikelen in deze uitgave stippen delen van die rijke historie van het korps aan. Naast een terugblik in de geschiedenis is het ook goed naar het heden en de toekomst te kijken. Die zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. De oprichtingsakte van 10 december 1665 stelt dat zeesoldaten geschikt moeten zijn voor inzet op zee en aan land. De eerste drie wapenfeiten gedurende de eerste tien jaren van het bestaan van het Korps Mariniers behelzen Chatham (1667, vanuit zee), Kijkduin (1673, op zee) en Seneffe (1674, aan land). Deze drie elementen, inzet op zee, vanuit zee en aan land, zijn nog steeds in het hedendaagse mariniersoptreden terug te vinden.

Als integraal deel van de Koninklijke Marine heeft het Korps Mariniers zich door de eeuwen heen ontwikkeld tot een professionele organisatie, die bestaat uit uitstekend opgeleide, getrainde en zeer ervaren mariniers die kunnen opereren op het moderne gevechtsveld voor missies op zee, vanuit zee en aan land. Hier staan en gaan de mariniers voor. Dit is niet nieuw, het is een logische voortzetting van wat we traditioneel gewend zijn te doen. Maar dan wel op een eigentijdse manier. Daarmee doet het Korps Mariniers nog steeds recht aan de 350 jaar geleden voorziene veelzijdigheid wat betreft optreden: over en op de grenzen van zee en land. De tijden zijn veranderd, de denklijn niet. Met dit artikel wil ik inzicht bieden in waar het Korps Mariniers anno 2015 voor staat, wat we te bieden hebben en hoe we de toekomst zien. Eerst schets ik kort hoe ik de ontwikkelingen in de wereld zie en deze onze operationele context bepalen. Daarna beschrijf ik mijn beeld van ‘de mariniers’ en hoe die in die wereld passen. In het derde deel komt aan de orde hoe we onze organisatie blijven verbeteren. Dat blijven verbeteren is niet alleen een operationele noodzaak, het komt ook voort uit een gevoel van verantwoordelijkheid naar de mariniers die ons voorgingen. En zo levert een eeuwenoude traditie een morele en professionele verplichting op voor het zichtbaar maken van een eigentijds perspectief.

De wereld waarin wij leven

De Nederlandse economie is grotendeels gebaseerd op maritieme handel vanuit en naar Nederland. De handel die Rotterdam en onze andere havens bereikt, komt natuurlijk wel ergens vandaan en gaat ergens naartoe. Door globalisering van de wereldhandel en door technologische ontwikkelingen zijn dreigingen minder plaatsgebonden geworden. Of het nu gaat over onze samenleving, onze belangen elders in de wereld, de internationale rechtsorde of de menselijke waardigheid in algemene zin, we kunnen hierdoor direct en indirect sneller worden geraakt dan voorheen. Wat eerder een risico ver weg was, is nu een reële dreiging die dicht bij huis tastbare effecten heeft.
De aard van de conflicten is qua karakter ook ingrijpend veranderd. Staat-tegen-staat conflicten zijn er zeker nog wel, maar er doen zich steeds meer conflicten voor tussen staten en niet-statelijke actoren, zoals piraten, terroristen of opstandelingen. Dit vraagt veel flexibiliteit van ons personeel. Het ene moment deel je een waterfles uit en het andere moment ben je aan het vechten en loopt je leven letterlijk ernstig gevaar. De ‘tegenstander’ gaat dan ook nog eens op in de massa. Daarbij kunnen onze potentiële tegenstanders zeer slim en uiterst creatief zijn, out-of-the-box denken en streven ze er steeds naar óns te verrassen om ons juist dáár te treffen waar we het meest kwetsbaar zijn. En tegelijkertijd doen zich rampen voor, zoals overstromingen, orkanen en aardbevingen, of breken ziektes uit die moeilijk zijn in te dammen. Ook vluchtelingenstromen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika beginnen hun impact op onze regio te krijgen. Kortom, een zeer diffuus en continu veranderend wereldbeeld en daaraan gerelateerd veiligheidsbeeld.

Brigade-generaal mr. R.G. Oppelaar, Commandant van het Korps Mariniers. Foto AVDD, J. van Helvert

Passend denken en doen

Tegen dit type ‘andersdenkenden’ en ‘anderswillenden’ bestaan geen eenvoudige of eenduidige geheime recepten. De oplossing ligt deels in zelf ook anders te gaan denken. In essentie gaat het vaak om beter bewust worden, beter begrijpen en daarmee de basis leggen voor beter besluiten. Veiligheid komt nu eenmaal niet vanzelf. Als het om veiligheid gaat, is er bovendien nooit ruimte voor een tweede plaats. Het is het win or lose. Succes bij het brengen en bestendigen van veiligheid hangt in beginsel af van een combinatie van een aantal factoren, zoals de mate van aanpassen en de mate van anticiperen. Met andere woorden, we moeten onszelf steeds afvragen hoe we nóg beter worden in het eerder voorzien, respectievelijk beter voorspellen (proactief) en hoe in nóg beter en sneller aanpassen (reactief). En dan is er ook nog de vraag rond ons handelingspatroon: hoe kunnen we veel sneller oordelen en besluiten? Eigenlijk zou dat sneller dan real-time moeten gebeuren. Maar bijna even snel als real-time zou ook al heel mooi zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dit op termijn op tactisch niveau zeker zal kunnen. De daaraan gerelateerde vraag is hoe besluitvorming op strategisch en politiek niveau hiermee gelijke tred kan houden. Maar dat is een geheel ander issue. De essentie voor mij is het volgende: reactietijd omlaag, pro-activiteit omhoog, besluitvorming sneller en de kwaliteit daarvan beter!

Hoe dan?

Als we nu inderdaad niet zo goed zijn in het voorspellen van strategische ontwikkelingen en het voorkomen van conflicten, dan kunnen we dat enigszins compenseren door snel te reageren op die ontwikkelingen. Mariniers moeten de beste en de snelste zijn in hoog-responsieve scenario’s. We hebben de verantwoordelijkheid onze organisatie maximaal gereed te stellen voor inzet, binnen onze mogelijkheden onze mensen de beste opleiding, training en oefeningen te geven, ons materieel in opperste staat van gereedheid te houden, onze doctrine en concepten actueel te houden en continu te verbeteren, enzovoorts. Zodat we gereed zijn voor ongeacht welke opdracht, wanneer en waar dan ook. Want we hebben immers niet altijd de ‘luxe’ om lang van te voren te kiezen respectievelijk lang te wachten of we wel of niet iets doen. In het huidige wereldbeeld is snelheid essentieel, van zowel denken als handelen.

Waar staan en gaan mariniers voor?     

In zeevogelvlucht schets ik wie die mariniers nu zijn, wat ze doen en waar ze voor staan, waar ze actief zijn, wanneer ze kunnen worden ingezet en hoe ze dat doen. Het geeft een beeld van de aspiratie waar mariniers steeds aan moeten blijven werken.

Wie mariniers anno 2015 zijn    

De Koninklijke Marine en het Korps Mariniers zijn van oudsher via het element water met elkaar verbonden. Sindsdien zijn en worden mariniers wereldwijd ingezet voor vrede en veiligheid. Natuurlijk als onderdeel van maritieme gevechtseenheden en taakgroepen, maar ook zelfstandig en in allerlei combinaties met andere strategische partners. Het is bij uitstek een expeditionair onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht, bedoeld om waar ook ter wereld op te treden. De officiële wapenspreuk van het Korps Mariniers is dan ook niet voor niets Qua Patet Orbis – zo wijd de wereld strekt.  Mariniers zijn gespecialiseerd in het uitvoeren van operaties op de grens van zee en land, in speciale operaties en in het opereren onder extreme klimatologische en geografische omstandigheden, van arctische gebieden tot de vochtige hitte van oerwouden, van hooggebergte tot hete en dorre woestijnen. Het korps telt momenteel zo’n drieduizend speciaal geselecteerde en uitstekend getrainde militairen.

Een impressie waar de 3000 mariniers anno 2015 werken

Een term die steeds vaker wordt gebruikt is littoral. Daarmee bedoelen we de kuststrook vanaf zee tot zo’n 200 kilometer landinwaarts. Het kustgebied is een complex overgangsgebied dat sinds mensenheugenis het toneel is van zeer uiteenlopende activiteiten,  sociaal, economisch, maar ook militair. In dit gebied woont inmiddels het merendeel van de wereldbevolking en dat neemt nog steeds in aantal toe. Het is dus bij uitstek een gebied waar de marinier zich thuisvoelt en zich in moet blijven thuisvoelen.

Van origine expeditionair

Tegen de achtergrond van ver en lang van huis ontwikkelde de marine al heel vroeg een concept voor flexibel expeditionair militair optreden in andere delen van de wereld waar Nederlandse belangen in het geding waren. Voor missies ‘in den vreemde’ is het zelf voorzieningen meenemen of improviseren een vertrekpunt, dat weet de marine al meer dan 527 jaar. Tegenwoordig zijn bijvoorbeeld naast havens ook vliegvelden essentieel. Het mooie is dat Nederland met grote marineschepen zelf beschikt over drijvende ‘havens’ en ‘vliegvelden’, van waaruit waar en wanneer dan ook ter wereld eenheden op schepen, booreilanden en aan land kunnen worden ingezet en ondersteund. Vanuit een dergelijke basis op zee kunnen we namelijk onafhankelijk van infrastructuur of steun aan land, vooral in internationaal verband, in alle kustgebieden operaties uitvoeren. En dit doen we dan ook regelmatig, zoals in Honduras in 1998, in Albanië in 1999, in Liberia in 2004, in Suriname in 2006, in Haïti in 2009, rond Somalië vanaf 2008 tot heden – recent nog met Zr.Ms. Johan de Witt gedurende de EU-missie Atalanta. En begin 2015 is Zr.Ms. Doorman uit West-Afrika teruggekeerd van haar bijdrage aan de strijd tegen ebola.

Zr.Ms. Johan de Witt met een NH-90 helikopter tijdens operatie Atalanta: drijvende ‘haven’ en ‘vliegveld’. Foto MCD, Z. Salampessy

Tegenwoordig beschikt de marine over schepen, mariniers en een staf, de Netherlands Maritime Force. Gezamenlijk zijn zij in staat complexe expeditionaire operaties vanaf zee te plannen, uit te voeren en aan te sturen. In 2016 hebben ze binnen de NAVO die taak dan ook als lead nation in het kader van de NATO Response Force.

Veelzijdig in het veld  

Zet mariniers ergens neer en ze beginnen dat wat nodig is te organiseren. Zij hebben een ‘can do mentaliteit’. In de habitat van hun tegenstanders zijn mariniers breed inzetbaar, van amfibisch tot airborne en van peacekeeping tot special operations. Van humanitaire hulp na een orkaan, van trainen met anderen tot trainen van anderen, samenwerken met nationale en internationale partners en organisaties, burgers en militairen tot uiteindelijk interventieoperaties. De échte kracht is dat een zeer divers palet aan mensen één is met elkaar qua trots, commitment, focus, discipline, inventiviteit, doorzettingsvermogen, teamgeest, wilskracht en humor. Samengevat ligt dit besloten in de drie korpswaarden: verbondenheid, kracht en toewijding. Mariniers hebben samen diep in de ellende gezeten, zitten erin of gaan erin en dat verbindt.

Bestrijden terrorisme en zware criminaliteit

Behalve inzet in het kader van internationale operaties ondersteunen marinierseenheden ook de civiele autoriteiten in Nederland. Een bijzondere bijdrage wordt geleverd aan de Dienst Speciale Interventies (DSI). Binnen deze snelle interventie-eenheid opereren mariniers in teamverband met politiepersoneel ter bestrijding van alle voorkomende vormen van extreem geweld en terrorisme binnen het gehele geweldsspectrum. Politie en mariniers werken al tientallen jaren intensief samen. Bij grootschalige of complexe situaties doet het ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J) een beroep op de Unit Interventie Mariniers die daar 24/7, 365 dagen per jaar paraat voor staat. Dit samenwerkingsverband tussen V&J en Defensie is overigens wereldwijd uniek en in feite is dit een bijzondere variant van ‘speciale operaties’.

Uitvoeren speciale operaties

Mariniersteams van de Netherlands Maritime Special Operations Forces (NLMARSOF) worden veelvuldig zelfstandig ingezet voor internationale speciale operaties op zee, voor het ontzetten van gekaapte koopvaardijschepen en het bevrijden van gegijzelden. Maar ook aan land voor verkenningsopdrachten in bijvoorbeeld Irak, Afghanistan en Mali. Steeds vaker treden deze maritieme special operations forces op in combinatie met reguliere marinierseenheden, die special operations capable zijn – de zogeheten MARSOC-mariniers. Daarmee worden de slagkracht en het voortzettingsvermogen van deze maritime special operations forces vergroot en wordt voorkomen dat deze schaarse capaciteit inefficiënt wordt ingezet. Deze unieke MARSOF-MARSOC combinatie wordt ook regelmatig ingezet aan boord van fregatten, oceangoing patrol vessels en grotere landing platform docks tijdens bijvoorbeeld antipiraterijoperaties op zee en in de kustgebieden van Somalië.

Leider en Mission Command

In crisis- en zeker in gevechtssituaties bestaat geen coulance en kun je ook niet tussendoor even pauze nemen. Juist op missie moet je doen waar je voor getraind en opgeleid bent. Daarom zoekt het Korps Mariniers geen goede leiders: we ontwikkelen de beste leiders. Leiders die zich, ondanks extreme omstandigheden, dreiging en ongemakken, bevlogen met hart voor hun mensen én hun werk hard maken om samen de klus te klaren. Welke klus waar en wanneer dan ook. 

Voor overleving en succes, vooral in sterk veranderlijke, complexe, extreme en chaotische situaties, beschouwen mariniers Mission Command als de beste methodiek voor het aansturen van en leidinggeven aan eenheden. Hierbij ligt de crux bij het binnen gestelde kaders en gericht op de opdracht zelfstandig en zeer snel kunnen optreden in de geest van de commandant. De commandant stuurt daarbij aan door het schetsen van de context waarom wat bereikt moet worden; hij stuurt nadrukkelijk niet in detail en direct aan. Zo spelen mariniers zeer snel in op situaties, worden kansen direct benut en bedreigingen het hoofd geboden. Mission Command is daarmee één van de wezenskenmerken van de mariniers.

Op de grens van land, water en lucht

Vanuit een internationale amfibische taakstelling heeft het Korps Mariniers het opereren in de drie domeinen land, water en lucht structureel ontwikkeld, beoefend en uitgevoerd. Met vlootcollega’s zijn mariniers gewend in drie dimensies te denken en te werken, ook boven, op en onder zee. Helikopters en snelle landingsvaartuigen maken conceptueel en doctrinair integraal deel uit van amfibische operaties in de littoral voor troepen- en materieelbewegingen vanaf een basis op zee, tussen zee en land en omgekeerd, maar ook als sensor- en vuursteunplatform. Verder zijn MARSOF-mariniers gespecialiseerd om vanuit onderzeeboten bijvoorbeeld strategische verkenningen of gerichte acties aan land of op zee uit te voeren.

MARSOF-mariniers zijn gespecialiseerd om vanuit onderzeeboten strategische verkenningen of gerichte acties aan land of op zee uit te voeren. Foto René Lipmann

Ook verder landinwaarts

Inzet van marinierseenheden is niet beperkt tot aan boord van marineschepen als geëmbarkeerde detachementen. Zo worden mariniers in de praktijk wereldwijd ingezet in alle mogelijke ‘theaters’. Niet alleen op en vanuit zee, maar ook bij specifieke landoperaties (zoals in Cambodja, Bosnië, Eritrea/Ethiopië, Tsjaad, Irak, Afghanistan, Pakistan en Mali). Mariniers kiezen niet wáár ze worden ingezet. Ze zijn eenvoudigweg gereed om te beschermen wat ons dierbaar is, waar dan ook.

In complexe, chaotische crisisgebieden

Mariniers zijn vaak in complexe, chaotische crisisgebieden, daar waar de nood het hoogst is en de redding vaak het verste weg. Het zijn gebieden met een zeer veranderlijke veiligheidssituatie, waar een passend antwoord nodig is in een extreme omgeving. Mariniers zijn daar waar chaos heerst, de omstandigheden erbarmelijk zijn, de situatie even ondoorzichtig als hoog veranderlijk is en de uitdaging het grootst is. Juist dáár komen de capaciteiten van de mariniers goed tot hun recht.

De ‘rode-knopfunctie’

De cultuur en wijze van organiseren van het korps én de maximaal flexibele instelling van de individuele marinier maken onmiddellijke inzet mogelijk. Voor korte, snelle interventies staan permanent marinierseenheden gereed. Eén daarvan is de eerder genoemde Unit Interventie Mariniers. Maar daarnaast verkeert 24/7 een spearhead squadron van mariniers met een amfibische taakeenheid in de hoogste staat van paraatheid, waarbij de voorbereidingstijd om te worden ingezet minimaal is. Bij wijze van spreken hoeft maar op de rode knop te worden gedrukt om onmiddellijk mariniers in te zetten. We hechten er een groot belang aan om deze inzetgarantie als Navy-Marine Corps team te kunnen blijven geven.

Het Navy-Marine Corps team: vanuit de Hr.Ms. Rotterdam landen Amerikaanse Mariniers met LCU's en BV's op de Noorse kust (2012). Foto AVDD, S. Hilckmann

Hierbij teken ik wel het volgende aan. Zoals gezegd bestaat het Korps Mariniers op dit moment uit zo’n drieduizend man. En we hebben een hoog ambitieniveau om een passend antwoord te kunnen bieden op verschillende soorten conflicten op elk moment. In de huidige constellatie houdt dit voor ons echter ook in dat we afhankelijk zijn van anderen, zoals voor aanvullende logistieke en gevechtsondersteuning die in Nederland bij uiteenlopende organisatiedelen is ondergebracht. Dit mag qua efficiëntie best handig lijken, maar kan uit oogpunt van effectiviteit en hogere reactietijden onhandig zijn. Om 1-1-2-eenheden effectief in te zetten, moet dus ook de inhoud van de gereedschapskist achter de alarmcentrale kloppen.

Vroegtijdige aanwezigheid

Nederland kent geen sterk ontwikkelde traditie om solitair in een vroegtijdig stadium naar conflictgebieden te gaan ‘voor het geval dat’. Tegelijk weet iedere polemoloog, strateeg of veiligheidsdeskundige dat het vaak gemakkelijker is om effectief in te grijpen voordat een conflict escaleert. Bovendien zijn dergelijke operaties in de regel ook nog eens een stuk goedkoper. Naast direct beschikbaar op afroep vanuit Nederland zijn mariniers bij uitstek geschikt voor forward deployment. Geëmbarkeerd aan boord van Nederlandse marineschepen en die van internationale bondgenoten zijn zij permanent gereed om waar ook ter wereld in te grijpen indien de politieke besluitvormers daar om vragen. Door gebruik te maken van de vrije zee en vroegtijdig aanwezig te zijn in het gebied, kunnen deze eenheden politieke flexibiliteit creëren voor strategische beslissingen. Zo worden politieke intenties duidelijk gemaakt zonder de vrijheid van handelen te verliezen en met een minimaal risico.

Pioniers bij uitstek

Gaan waar nog geen weg is of waar geen weg meer is, dát is de kracht van mariniers. In plaats van te vertrouwen op gebaande paden, bouwen mariniers liever iets op vanuit het niets. Deze kwaliteit komt voort uit twee operationele realiteiten. Ten eerste loopt eenmaal in het veld toch altijd alles anders, want plan en uitvoering zijn twee heel verschillende dingen. Dit vergt lenigheid van geest. Dé succesfactor ligt in de mentaliteit van de marinier, een moeilijk te vangen ‘iets’. De marinier moet (en wil) altijd gereed zijn voor de meest uiteenlopende situaties. Ten tweede is het op de grens van water en land nauwelijks mogelijk om ergens op terug te vallen. Hier is maar één realiteit, namelijk voorwaarts gaan of worden uitgeschakeld. De nabijheid  van marineschepen en de beschermende vuursteun die deze platforms kunnen bieden, geven weliswaar enige rugdekking, maar succesvol optreden stelt één onverbiddelijke eis: mariniers móeten voorwaarts gaan. Terugzwemmen is geen optie. Improvisatietalent, doorzettingsvermogen en een gebalanceerde ‘can do’-instelling zijn doorslaggevende eigenschappen. Deze pioniersmentaliteit is kenmerkend voor de marinier en natuurlijk de eigen ellende kunnen relativeren met een flinke dosis humor.

Korte logistieke staart

De expeditionaire mindset zit in onze genen, in ons DNA. Daarom hebben we in aanvang geen uitgebreide logistieke opbouw nodig en gaan we direct aan de slag als we in het missiegebied aankomen. Eigen comfort staat onderaan de prioriteitenlijst. Dat komt wel. By design zijn marinierseenheden daarmee licht genoeg om te komen waar ze moeten zijn en zwaar genoeg om effectief op te treden. Anders gezegd, het mariniersoptreden kenmerkt zich door een hoog zogeheten teeth to tail ratio, met een sterke focus op operationele slag- respectievelijk gevechtskracht, terwijl de ‘logistieke staart’ relatief kort is. Voor logistieke ondersteuning maken marinierseenheden vooral gebruik van het logistieke concept van de vloot. Verschillende marineschepen zijn juist ook ontworpen voor sea basing en specifiek amfibisch optreden. Materieel moet geschikt zijn om aan boord van schepen te vervoeren en moet passen in de beschikbare vaartuigen, voertuigen, helikopters en onderzeeboten. Het moet met andere woorden in een rugzak passen en mag niet groter zijn dan een pallet. De onderliggende overtuiging is dat iedere marinier zelf een wapensysteem is (every marine a rifleman and sensor). Daarbij komt dat mariniers juist moeten improviseren omdat ze nooit genoeg tijd en ruimte hebben om alles mee te nemen. Ze doen het dus met wat ze hebben en kunnen dragen of vervoeren.

Continu leren en samenwerken

Van nature hebben mariniers een nieuwsgierige, onderzoekende en lerende geest die blijvend inspeelt op relevante ontwikkelingen. Het moet dus mentaal goed zitten. Ik heb wel eens gezegd dat de belangrijkste 15 centimeter op het gevechtsveld tussen de oren zitten. Een slimme, vanuit zijn denken handelende marinier maakt het verschil. Dat soort mariniers krijgen, hebben en houden is een continu proces, een leerproces dat altijd samen moet gebeuren met andere mariniers: ze moeten één zijn en blijven.

Contouren van verder ontwikkelen van de mariniers

Onze turbulente, chaotische en onvoorspelbare wereld veel vraagt van mens en middelen. Het vereist dat we de veranderingen volgen en meegaan met de ontwikkelingen. We moeten vanuit onze creativiteit dan ook vooral innovatief zijn om in de veranderende wereld relevant te blijven. Om de overlevingskans van de marinier en zijn team maximaal te maken en tevens succesvol op te treden moeten we daarom niet alleen beter en sneller, maar ook creatiever en innovatiever zijn dan onze tegenstander, in denken en in handelen. Het betekent ook dat we de omgeving beter moeten begrijpen en informatie beter moeten delen. Dat proces stopt nooit. Drie thema’s zijn naar mijn overtuiging bepalend voor het evolutionair ontwikkelen van het Korps Mariniers: verbinden, verbeteren en vernieuwen. Aan de hand van enkele voorbeelden geef ik een doorkijk hoe we daar concreet invulling aan willen geven.

Verbinden

Internationale samenwerking met buitenlandse marinierskorpsen en anderen is voor ons niet nieuw. Met onze Scandinavische collega’s en met het U.S. Marine Corps werken we structureel samen op het gebied van opleiden en trainen, doctrineontwikkeling en programma’s op het gebied van het borgen van interoperabiliteit. De Brits-Nederlandse samenwerking met de Royal Marines in de UK/NL Amphibious Force loopt al ruim 42 jaar. Door de meest uiteenlopende gezamenlijke trainingen, het met een gezamenlijke staf aansturen van multinationale oefeningen en interoperabiliteit tot op het laagste niveau kunnen we met elkaar lezen en schrijven. Inmiddels zijn ook bij EU-operatie Atalanta Nederlandse boardingteams ingezet op Duitse fregatten. Ook in Afrika doen we in het kader van het African Partnership Station met onze Afrikaanse partners veel ervaring op dit gebied op. Goede ontwikkelmogelijkheden voor internationale samenwerking zien we met buitenlandse collega’s zoals het Duitse See Batallion en de Belgische Lichte Brigade. Zij hebben namelijk een nadrukkelijke koers uitgezet naar optreden vanuit zee. Met de Belgische collega’s voeren we al langere tijd gezamenlijke oefeningen en trainingen uit en kijken we waar we meer samen kunnen doen.

Een ander voorbeeld van verbinding is die tussen de stad Rotterdam en Defensie, en specifiek het Korps Mariniers. Dit heeft vorig jaar geresulteerd in een krachtige bestuursovereenkomst met het Commando Zeestrijdkrachten, waarbij de Van Ghentkazerne uiteindelijk open kon blijven. Met deze overeenkomst werd de onlosmakelijke band tussen de stad en het Korps Mariniers herbevestigd. Met  gezamenlijke programma’s geven we inhoud aan de intensivering van de samenwerking met overheidsdiensten en het bedrijfsleven in Rotterdam. Verder maken maken we evenementen, ceremonieel en cultuurprogramma’s en andere vormen van maatschappelijke betrokkenheid zichtbaarder. Daarmee onderstrepen we het belang van de verbinding met alle leeftijdsgroepen en vele sociale lagen van de bevolking, zoals met het faciliteren van de Koningspelen voor een aantal basisscholen op het kazerneterrein. Hetzelfde geldt voor scheepsbezoeken voor Rotterdamse techniekleerlingen en het ondersteunen van specifieke projecten, zoals het project Hillesluis. Dit is een bijzonder vormingstraject waarbij jongeren uit achterstandswijken met mariniers mee op bivak gaan en leren samenwerken, problemen oplossen en elkaar te helpen. Al met al een divers programma dat nu ruim een jaar loopt en waarbij de betrokken partijen enthousiast zijn. Niet in de laatste plaats de mariniers zelf, want de wieg van iedere marinier staat niet voor niets in Rotterdam.

Vernieuwen

Op trainingsgebied draait inmiddels de nieuwe mariniersopwerkautoriteit, het Marine Training Command, als equivalent van het Sea Training Command van de vloot, op volle toeren. Deze organisatie is belast met validatie van eenheden op basis van stringente trainingsstandaarden om zo de kwaliteit te kunnen garanderen. De opwerksystematiek van de mariniers is daarbij in lijn gebracht met die van de vloot. Waar de vloot uitgaat van de zogeheten Safety and Readiness Check (SARC), is dit voor de mariniers opgenomen in de MArine Readiness Check (MARC). Deze systematiek wordt regelmatig geëvalueerd en continu doorontwikkeld. Vernieuwen doen we ook vakinhoudelijk. Om de toenemende complexiteit van militaire operaties in verstedelijkte kustgebieden nog beter het hoofd te kunnen bieden, werkt het Maritime Warfare Centre met onderzoeksinstituut TNO aan de ontwikkeling van een integrale benadering. In de studie Masters of the Littoral komen alle aspecten aan bod die bij operaties in kustgebieden een rol spelen en worden alle relevante dimensies in scope genomen. Het onderzoeksprogramma draagt bij aan een structurele en geïntegreerde kennisopbouw voor versterking van het innovatief vermogen van vloot en mariniers in ons kerndomein.

Ook voor mariniersoptreden in de maritieme omgeving lopen op dit moment diverse studies en onderzoeksprogramma’s, zoals het onderzoek naar fysieke belastbaarheid van mensen bij het gebruik van de Fast Raiding Interception and Special Forces Craft (FRISC): High-speed Navigation in Shallow Water & Whole Body Vibration. Dit raakt het hart van ons kerndomein, namelijk inzet in ondiep water, bij zeer hoge snelheden, varende buiten de betonning, dus daar waar het risico het hoogst is. Sommigen hebben de neiging om het optreden in zeer ondiep water en bij zeer hoge vaartuigsnelheden te associëren met sportief recreatief bezig zijn. Dit beeld strookt niet met zwaarbewapende mariniers, uitgerust met kogelwerende vesten en kevlarhelmen en met geavanceerde optische apparatuur. Voor zulke activiteiten geldt dat ze toch iets meer vergen van het menselijk lichaam dan bij de gemiddelde waterskiër die een paar minuten gaat spelevaren.

Verder is recentelijk de Innovatie Raad Mariniers met een werkgroep Kennis & Innovatie aan de slag gegaan om alle ontwikkelingen in het optreden op de grens van land en water verder in kaart te brengen, in gang te zetten en te begeleiden. Dit zien we niet als een mariniersaangelegenheid, want het gaat heel de marine aan en in sommige gevallen zelfs ook andere onderdelen van de krijgsmacht. Die zijn immers  onlosmakelijk verbonden aan ons optreden, zoals de helikopters van het Defensie Helikopter Commando en de Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Recconnaisance (ISTAR) middelen van het Joint ISTAR Commando. Een belangrijke stap die we hierbij moeten maken is het koppelen van onze waarnemings-, data- en communicatiesystemen tot een geïntegreerd recognised land and maritime picture, zodat het concept van every marine a rifleman and sensor nog beter tot wasdom komt. Het gaat om situational awareness en situational understanding en door te beschikken over superieure informatie en die te delen kan besluitvorming beter en sneller. Dit vergt robuuste informatienetwerken en gedegen analysecapaciteit.

Een boardingteam van de Hr.Ms. Rotterdam aan boord van een dhow in de Golf van Aden (2012). Foto AVDD, E. Klijn

Verbeteren

Het verbeteren van de reactiesnelheid is één van de kritische succesfactoren in onze snel veranderende wereld. Geen wonder dat een dringende behoefte bestaat aan wat tegenwoordig bekend staat als het fenomeen flitsmacht. In het verlengde van de zojuist genoemde innovaties, liggen er programma’s gericht op het verder verbeteren van inzetgereedheid en reactietijden. In breder maritiem verband maakt een dergelijke mariniers-flitsmacht nu al integraal deel uit van een maritiem-amfibische taakeenheid of taakgroep. Juist dáármee beschikt Nederland over een eigen onmiddellijk inzetbare capaciteit. We werken continu aan het verder verbeteren van de inzetbaarheid.

Voortkomend uit het verbeteren van operaties vanuit ons kerndomein, het kustgebied, werken we ook aan het verder ontwikkelen van hoogwaardig militair optreden aan land. De capaciteit en ervaring die het Korps Mariniers in huis heeft op het gebied van speciale operaties kan beter worden benut. De afgelopen jaren hebben we programma’s opgestart om iedere marinier te trainen tot het vaardigheidsniveau special operations capable. Dat stelt marinierseenheden in staat om op een professionele en effectieve manier special operations forces te ondersteunen. Sterker nog, uit deze capaciteit kan in de nabije toekomst een taakeenheid voor langere duur worden samengesteld voor specifieke taakstellingen binnen het domein van speciale operaties. Dit biedt Nederland de mogelijkheid om deze nichecapaciteit vaker en op meer plekken in te zetten. Met het verder ontwikkelen van deze competentie van het Korps Mariniers komen we tegemoet aan een groeiende nationale en internationale behoefte.

Wat ik hier met nadruk ook wil noemen is het verbeteren van onze competenties in het informatiedomein. In feite is er een ‘nieuwe’ wapenwedloop, namelijk een technologiewedloop die is ingegeven door een informatiewedloop. Deze wedloop valt niet te stoppen, hooguit iets te reguleren. We hebben er echter voor te zorgen dat we als mariniers onze tegenstanders voorblijven op dit punt. Dit betekent eenvoudigweg slimmer zijn dan de opponent en anders denken dan anderen. Hebben we voor het cyberdomein al een concreet verbeterplan in de steigers staan? Neen, maar dat staat bij deze wel op de agenda en de eerste stappen zijn gezet.

Verdere bewustwording van eenieder van zijn rol in het informatiedomein is essentieel. Conflicten worden allang niet meer uitsluitend in het veld beslecht. Sensoren in telefoons worden door een slimme tegenstander afgespeurd met algoritmes, om daar uiteindelijk actionable informatie uit te halen. Een eenheid die visueel opgaat in het terrein en bijna onzichtbaar is voor vijandelijke waarneming, is in het informatiedomein wellicht allang onderkend. Als er in dit domein iets over ons te halen valt, dan geldt dat omgekeerd ook en  dié informatie over onze tegenstanders willen we hebben. Daarmee is het beheersen van het informatiedomein dé succesfactor van de toekomst, ook te velde en aan boord.

Tot slot

Aan de hand van een beknopte omgevingsschets heb ik mijn beeld gegeven van het Korps Mariniers in dit lustrumjaar. Ik heb getracht meer inzicht te geven in wat dit volgens mij voor de mariniers betekent en waar mariniers voor staan en gaan. En ja, we kijken terug op een lange traditie, maar we moeten vooral vooruit blijven kijken, denken en doen. Continu leren en samenwerken is en blijft cruciaal. Ten slotte heb ik enige initiatieven geschetst waarmee we invulling geven aan de drie ontwikkelsporen verbinden, vernieuwen en verbeteren; een eeuwenoude traditie in een eigentijds perspectief. Tegelijkertijd ben ik me er zeer van bewust dat we de onderscheidende eigenschappen en kwaliteiten die we onszelf als mariniers toedichten elke dag waar moeten zien te maken. Door ze expliciet te benoemen hoop ik zowel mariniers als anderen te inspireren. In die aanzet tot inspiratie zit zeker een dosis aspiratie. En, zoals met aspiraties vaak het geval is, wil ik hiermee zeggen dat ons ambitieniveau heel hoog ligt. Het zal dus de nodige transpiratie vergen om onze aspiraties ook de komende jaren waar te kunnen maken. De nagestreefde waarde en relevantie moeten we constant blijven bewijzen. En dat is een enorme uitdaging. Dus als de wereld verandert, betekent dat ook wat voor het Commando Zeestrijdkrachten en het Korps Mariniers. De belofte en de plicht die dit met zich meebrengt, heeft iedere dag onze aandacht. Zeggen wat je doet en doen wat je zegt. Dat is zeker niet gemakkelijk, maar daar werken we keihard aan. Als integraal deel van de Koninklijke Marine worden mariniers sinds 1665 wereldwijd ingezet. Toen en nu staan we gereed ter bescherming van wat ons dierbaar is. Deze belofte en de prestatieplicht die aan ernstinzet vastzitten, hebben dag in dag uit onze aandacht. Daarom kan men altijd op ons rekenen. Zo wijd de wereld strekt.

* De auteur is momenteel werkzaam als Directeur Operaties bij het Commando Zeestrijdkrachten en is tevens Commandant van het Korps Mariniers.