Maritieme strategie: ‘Rule the Ways’

Kiel International Seapower Symposium

‘China bouwt iedere vier jaar het equivalent van de totale Franse marine’, werd opgemerkt tijdens het symposium ‘Operationalizing Allied Maritime Strategy - Rule the Ways’ op 7 september. Dit was het derde en laatste deel in een reeks symposia over maritieme strategie door het Center for Maritime Strategy & Security van het Institut für Sicherheitspolitik an der Christian-Albrechts-Universität zu Kiel (ISPK).[1] China was de olifant in de kamer in Kiel, maar voor welke andere uitdagingen staan westerse marines? Hoe kunnen zij het maritieme initiatief behouden of herwinnen?

Amerikaanse marineschepen voeren Freedom of Navigation Operations uit. Foto U.S. Navy, Michael A. Colemanbarry

Onder de sprekers waren prominente marineofficieren, zoals de commandant van het Allied Maritime Command (MARCOM) van de NAVO en de bevelhebber van de Zweedse marine, en diverse academici. Er was helaas geen bijdrage van de Nederlandse zeestrijdkrachten.[2]

Seapower is manpower

Waar moeten de marines van NAVO-bondgenoten en hun partnerlanden zich op richten, welke issues zijn belangrijk voor het bepalen van de toekomstige strategie? Deze vragen stonden centraal in het eerste panel. Voor gastland Duitsland is samenwerking het toverwoord. De ‘kleinste Duitse marine ooit’ heeft een breed scala aan taken en wil desondanks meespelen op elk niveau, overal ter wereld. Duitsland is, net als Nederland, afhankelijk van een ‘rules-based order’ en het land wil die orde proactief kunnen beschermen. Operaties ver van huis, bijvoorbeeld in de Indo-Pacifische regio, moeten – naast meer patrouillegang in de Oostzee - mogelijk blijven. Samenwerken en interoperabiliteit met bondgenoten zijn daarom cruciaal. Concrete stappen die Duitsland hierin zet zijn lucht- en raketverdediging in samenwerking met Nederland, gezamenlijke aanschaf van onderzeeboten met Noorwegen en de integratie van buitenlands personeel op Duitse schepen, of andersom.

Op een hoger niveau kwam de terugkeer van strategische competitie aan bod, maar dan op een meer complexe manier dan tijdens de Koude Oorlog. Internationale verdragen zijn verzwakt of afgeschaft en de internationale gemeenschap krijgt steeds meer te maken met de tactiek van ‘fait accompli’ door staten die de bestaande orde willen eroderen, bijvoorbeeld de Russische annexatie van de Krim. Door deze factoren is een nieuwe, sterke focus op afschrikking hét middel voor de NAVO om de bovenhand te houden in de nieuwe strategische competitie.

Taken lager in het geweldsspectrum blijven onverminderd belangrijk. Klimaatverandering heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat humanitaire operaties vaker nodig zijn, en die vergen een ander soort middelen dan voor afschrikking en inzet in het hoogste geweldsspectrum het geval is. Wat betreft het beschermen van vitale infrastructuur kan de marine bijdragen aan de veiligheid van onder meer datacentra en onderzeese kabelverbindingen.

Voor geloofwaardige afschrikking door marines blijft de menselijke factor van belang. Foto U.S. Navy, Spencer Fling

Een van de grootste uitdagingen voor de marines van ongeveer alle NAVO-bondgenoten en partners is het werven en behouden van voldoende personeel. Dat blijft een belangrijke, wellicht beperkende factor. Sommige landen, zoals Zweden, voelen zich sterker bedreigd door een assertiever Rusland en hebben mede daardoor minder wervingsproblemen. In andere landen is die dreigingsperceptie veel lager. Onbemande systemen (USV’s) kunnen een oplossing vormen voor een deel van het personeelsprobleem, maar een spreker benadrukte de diplomatieke rol die marines nog altijd spelen: dat gaat makkelijker met mensen. Om afschrikking geloofwaardig te maken gaat het soms juist om de zichtbaarheid van grote, goed bemande schepen waarmee een duidelijk statement kan worden gemaakt richting partners en rivalen. Zogeheten Freedom of Navigation Operations (FONOPS) vereisen zichtbare personele inzet om hun doel te bereiken.

Maritiem initiatief behouden

Met de issues en operationele wensen op een rij gezet, was het tijd te kijken naar hoe het Westen het initiatief in het maritieme domein kan behouden, of herwinnen. Speciale aandacht was er hierbij voor kleine marines. Als voorbeeld werd de vaak onderbelichte regio rond de Zwarte Zee aangehaald. Dit gebied laat namelijk goed zien hoe China met economische middelen aan macht en invloed wint. Landen als Roemenië en Bulgarije, beide NAVO-bondgenoten, reageren verschillend op de ouvertures van Beijing. De Chinese investeringen en belangen in infrastructuur, havens met name, kunnen de Zwarte Zeelanden in een spagaat brengen: hoe riskant is het om China politiek-strategisch voor het hoofd te stoten, als dat aanzienlijke economische repercussies tot gevolg heeft? Roemenië houdt daarom de deur zoveel mogelijk dicht voor de Chinezen, om niet in die positie te worden gedwongen. Andere landen laten vooralsnog de economische belangen prevaleren, met alle risico’s van dien.

Hoewel China de hoofdrol speelde in het toekomstige vijandbeeld werd er ook een positieve kanttekening geplaatst bij de expansie van dat land. Mogelijk heeft de macht van China een stabiliserende invloed op de Zwarte Zeeregio, omdat de ‘oude vijand’ Rusland dan met meer machtscentra rekening heeft te houden. Het zou zich dan gedwongen zien voorzichtiger op te treden.

Een ander onderdeel van dit panel was de relatie van de VS met zijn bondgenoten. Waar heeft Washington concreet behoefte aan, en wat kunnen de bondgenoten hierin überhaupt betekenen? Een belangrijk verschil met de tijd van de Koude Oorlog is de rol van technologie. Europa heeft nu geen ‘excuus’ meer om technologisch achter te blijven ten opzichte van de VS, omdat het continent rijk is, technologie meer en meer gedreven wordt vanuit de civiele sector, en vanuit meer centra over de hele wereld. De toegankelijkheid tot (militaire) technologie is daarom enorm vergroot. Het is nu dus meer een kwestie van politieke wil van de Europese bondgenoten zelf, en niet meer de dominante maar terughoudende positie van de VS op dit gebied, die bepaalt welke capaciteiten de Europese marines kunnen opbouwen. Concreet gaat het daarbij om mijnenbestrijdingscapaciteit, en vooral om het opbouwen van een geloofwaardige afschrikking. ‘Samenwerking’ alleen is hiervoor niet langer meer voldoende. De bondgenoten en partners moeten hun onderlinge netwerken versterken en vergaand integreren, tot op dataniveau.

Plannen vs. de realiteit

‘Everybody has a plan until they get punched in the mouth’. Met deze quote van bokser Mike Tyson vatte het programmaboekje van het symposium het thema van het derde panel kernachtig samen. Hoe blijven plannen relevant en bruikbaar als er een conflict uitbreekt?

Een van de panels op het Seapower-symposium in Kiel. Foto ISPK, Jan Konitzki

Een spreker benadrukte het belang van oefeningen en wargaming, die vaak herhaald moeten worden en vooral echt competitief moeten zijn. Op die manier kunnen westerse strijdkrachten manieren bedenken om bijvoorbeeld Russische A2/AD-capaciteiten (anti-access/area denial) te omzeilen of te verzwakken. Vooralsnog ligt de focus namelijk te veel op bijvoorbeeld de kracht en het bereik van Russische raketten. Direct daaraan toegeven creëert ‘no-go-zones’ en daarmee zetten marines zichzelf meteen buitenspel. Aandacht voor maritieme geschiedenis is evenmin onbelangrijk: er zijn talloze voorbeelden denkbaar waarbij een op papier inferieure partij toch overwon. Het is niet nodig superieur te zijn in elk aspect, zolang je de sterke punten van de tegenstander kunt afzwakken of helemaal teniet kunt doen. Wargaming is cruciaal om die zwakke plekken te identificeren en uit te buiten.

Er was in dit panel ook aandacht voor de verhouding EU-NAVO. De eerste spreekt steeds vaker de wens uit ‘strategische autonomie’ te bereiken. Is er dan geen risico op duplicatie van de NAVO, en daardoor verspilling van tijd en middelen? Een spreker benoemde het belang van een sterke EU voor de geloofwaardigheid en positie van de NAVO: wanneer de Unie zelf haar zuidflank op orde heeft en daarnaast haar oostflank significant versterkt, krijgt de NAVO het ook makkelijker.

Een deelnemer vroeg naar de dreigingsperceptie: voor Rusland en China is het vijandbeeld helder, dat is het Westen. Is dat een kracht of een zwakte voor het Westen? De sprekers benoemden eigenlijk allemaal het belang van solidariteit en bondgenootschappen. Illustrerend is in dit geval het aantal bondgenoten en partners van de VS, afgezet tegen de vriendenkring van Rusland en China. Het kost tijd, moeite en investeringen die onderlinge banden te behouden en versterken, maar op lange termijn betalen ze zich uit.

Met deze enigszins hoopvolle constatering eindigde het strategiesymposium in marinestad Kiel. De actualiteiten kort na het symposium lieten meteen zien hoe moeilijk het is voor het Westen eensgezind en met cohesie op te trekken. Het nieuwe AUKUS-verbond tussen Australië, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, en het bijbehorende onderzeebotencontract, resulteerde in diepgaande frictie met Frankrijk. Zolang in dit geval China niet bij alle westerse bondgenoten en partners even hoog op de prioriteitenlijst staat, gaat het vormen van een gezamenlijke (marine)strategie moeizaam. Beijing bouwt ondertussen gestaag verder aan een steeds grotere en krachtigere ‘blue water navy’.[3]

 

[1] Zie: https://www.kielseapowerseries.com/en/kiss-2021-maritime-strategy-ways.html.

[2] Om de presentaties en discussies te bevorderen golden de Chatham House Rules, dit artikel is daarom een globale weergave van de inhoud van het symposium, zonder die aan personen toe te schrijven.

[3] Kees Homan, ‘De nieuwe Chinese marine-strategie: zo wijd de wereld strekt’, Clingendael Spectator, 11 juni 2019. Zie: https://spectator.clingendael.org/nl/publicatie/de-nieuwe-chinese-marine....