Het kan verkeren: de transformatie van een functiegebied

In de jaren tachtig was ik – om een gat tussen twee functies te vullen –  een jaartje kapitein gevechtsinlichtingen bij een afdeling veldartillerie; een functie die bij de meeste mensen waarschijnlijk beter bekend staat onder de afkorting S2. Als u denkt dat ik in die tijd veel opgestoken heb van inlichtingenwerk, moet ik u teleurstellen. Tijdens schietseries was je ongeveer standaard hoofd veiligheid, tijdens de gevreesde Commandanten Inspecties (CI) nam ik de zieke S1 waar en bij vrijwel elke groter oefening was ik uitgeleend als hulpleider of lower control.

Voor mijn personeel gold hetzelfde: mijn onderofficieren waren het meest van de tijd ’ondersteuning’ aan andere eenheden, om daar oefenleiding te spelen bij batterijtesten, afdelingstesten of NBC Carroussels. Ik zag ze dan ook zelden. En in dat hele jaar kwam er geen enkele keer een S3 of batterijcommandant bij mij vragen waar ze qua weer, terrein of vijandelijk optreden nou rekening mee moesten houden. De inlichtingenparagrafen in het operatiebevelen schrijven... het was gewoon een kwestie van knippen en plakken. Dat was, tussen haakjes, voor mij één van de redenen om als eerste in de afdeling een computer aan te schaffen. Op eigen kosten uiteraard, want het nut van zo’n bizar apparaat zag niemand in die tijd in voor een operationeel militair. Ik wel. Het scheelde mij veel nutteloos type- en stencilwerk. Kort en goed, de S2 functie bood mij in dat jaar weinig uitdaging en al helemaal geen voldoening.

Overigens stond operationeel inlichtingenwerk in die tijd niet alleen bij mijn afdeling op een laag pitje. Bij de meeste andere eenheden van de KL was het van hetzelfde laken een pak. Het was de sluitpost van de personele vulling. Een functie waarop een in laag aanzien staande KVV luitenant werd gezet. Vaak gebruikt als tijdelijke parkeerfunctie. Of een functie die helemaal vacant werd gelaten.

De oorzaak van deze vrij nutteloze rol van de inlichtingenofficier begreep ik toen niet, maar is achteraf simpel te verklaren. Iedere andere officier wist net zo veel (of meer) van het vijandelijk optreden dan ik, en wát wij wisten was al dertig jaar hetzelfde. Het eerste en tweede tactische echelon van het Warschaupact, de regimenten, de uitrusting, het doctrinair voorspelbare massale optreden, de rol van de vuursteun (groot) en verbindingen (klein, en in één richting). We wisten alles, schreven er dikke voorschriften over, en met die boeken in de hand kon je elke inlichtingenvraag moeiteloos beantwoorden. Oh ja, weer en terrein van ons operatiegebied waren ook al dertig jaar hetzelfde. Kortom, alles was bekend en niets veranderde in inlichtingenland.

Deze onveranderlijkheid werd gesymboliseerd door de jaarlijkse verkenningen van onze geheime operatieplannen. Waarbij we, na dagen van wikken en wegen, een grendelstelling 250 meter naar links of rechts verlegden en drie komma's in de bijlage vuursteun wijzigden. Alles was bekend en verkend, elke mortier en houwitser was tot op de centimeter ingemeten en de paragrafen over terrein, weer en vijand bleven steeds onveranderd.  S2 was daardoor – met afstand – de minst interessante functie die ik in mijn militaire loopbaan heb mogen vervullen en mijn toegevoegde waarde als inlichtingenofficieren was... nul!

Hoe anders zit de wereld van de inlichtingen nu in elkaar! We treden in de laatste jaren op in geografisch zeer gevarieerde gebieden: Bosnië, Kosovo, Macedonië, Irak, Afghanistan, Mali; ik noem maar een paar zijstraten. Deze gebieden blijken, anders dan op de Noord-Duitse laagvlakte, de nodige geografische en klimatologische uitdagingen op te leveren. Bovendien hebben commandanten en operatieofficieren honderden vragen over het optreden van de mogelijke tegenstander. Vragen waarop de antwoorden niet simpel in een militair voorschrift te vinden zijn.

Ook hebben we de mens weer herontdekt in de inlichtingenwereld: Humint. Waar we ons bij de operatieplannen rondom het ‘ijzeren gordijn’ volstrekt niet bekommerden om de bevolking (ze moesten thuis onder de tafel gaan zitten en niet zeuren als we de schootsvelden kwamen ruimen of met een tank door hun tuin reden), hebben we nu ontdekt dat we, om in Verweggistan succesvol te kunnen optreden, in de eerste plaats moeten praten met de mensen in het gebied zelf, die – en dat is schrikken – geen Engels of Duits spreken. Bovendien maken ze deel uit van een cultuur die ons volslagen onbekend is en hebben als klap op de vuurpijl vaak een onbegrijpelijke religie, wat hun gedrag in onze ogen irrationeel en onvoorspelbaar maakt.

Daarmee is inlichtingenwerk weer uitgegroeid tot een heuse professionele uitdaging. Een uitdaging waarbij de hedendaagse inlichtingenofficier van grote toegevoegde waarde kan zijn. En die S2 heeft voor zijn werk plotseling informatie nodig uit allerlei hoeken. Harde informatie van drones, satellieten, computers en ander high tech communicatiemiddelen, maar ook zachte informatie van special forces of sociale patrouilles over stamverbanden of religieuze leiders.

En om al die informatie om te vormen tot bruikbare inlichtingen, beschikt Defensie sinds enige jaren over een nieuwe categorie jonge officieren, die niet in de eerste plaats een lange studie op de KMA hebben gedaan, maar vaak slechts een militaire spoedcursus van tien weken hebben gevolgd. Het zijn sociologen, arabisten, cultureel antropologen, islamisten en mensen die Midden-Oosten- of Afrika-studies hebben gedaan. Ze spreken soms Arabisch, Pashtun of andere uitheemse talen en hebben zich op de universiteit met ’softe’ zaken bezig gehouden als conflictstudies, etnografie of politicologie.

Sommigen hebben tijdens hun studie zelfs stage gelopen bij – in traditioneel militaire ogen hoogst verdachte –  organisaties als Pax Christie, Artsen Zonder Grenzen, Amnesty International of Human Rights Watch.

Twintig jaar geleden werden mensen met zo’n achtergrond binnen Defensie niet serieus genomen door gebrevetteerde houwdegens die het allemaal (met het voorschrift in de hand) veel beter wisten. En nu... nu zijn deze Alfa- en Gamma-wetenschappers keihard nodig om te helpen antwoorden te vinden op honderden vragen van commandanten. Deze groep jonge officieren redt daarmee mensenlevens op een heel andere manier dan ze misschien zelf gedacht hadden toen ze – vaak vol idealisme – vijf of tien jaar terug aan hun studie begonnen.

Om dit belang te benadrukken is het specialisme Inlichtingen en Veiligheid (I&V) vanaf 2017 een functionalisatie met eigen functies, VTO, loopbanen en carrièrepaden. En vanaf nu dragen deze I&V officieren binnen de krijgsmacht bij aan de wederopstanding van een boeiend, uitdagend en belangrijk functiegebied. Inlichtingenwerk. Het kan verkeren.