No.2 (Dutch) Troop in de Slag om de Westerschelde

‘Gott im Himmel, die Kommandos!!!‘, zouden Duitse soldaten op Walcheren hebben uitgeroepen toen zij op 1 november 1944 werden aangevallen.[1] Onder die commando’s waren ook de Nederlandse groene baretten van No.2 (Dutch) Troop. Deze commando-eenheid was in juni 1942 opgericht om de Britse commando’s te ondersteunen.[2]

Martin Hoekstra

Op de vroege ochtend van 1 november 1944 naderden enkele tientallen geallieerde landingsvaartuigen de kuststrook van Vlissingen, die de Duitsers hadden omgebouwd tot een ware vesting. De landingsstranden lagen vol versperringen en mijnen en ondanks de geallieerde beschietingen en luchtbombardementen was de Duitse verdediging nog volledig intact. Tegen de achtergrond van het brandende stadsfront van Vlissingen, waar de geallieerden vanuit Breskens hun artillerievuur op richtten, voer de Nederlandse korporaal L. Persoon de vuurlinie in. Het was het angstigste moment uit zijn leven: ‘‘s Nachts in die landingsboot heb ik als korporaal voor het eerst in mijn leven met gevouwen handen God aangeroepen. We dreven op het water, maar boven ons was ook een zee: van vuur. Het was een inferno…’[3]

Beeldbank NIMH

Nederlandse commando’s met een in november 1944 in Vlissingen buitgemaakte Reichskriegsflagge. Foto Beeldbank NIMH

Elite-eenheid

Korporaal Persoon was een van de Nederlandse commando’s van No.2 (Dutch) Troop. Toen de Britse commando-opleiding in 1942 opengesteld werd voor buitenlandse militairen, meldden 48 vrijwilligers van de Prinses Irene Brigade zich aan bij de elite-eenheid. Het waren mannen met de Nederlandse nationaliteit die het zat waren te wachten op een aanval op nazi-Duitsland en hoopten als commando snel inzet te zien.[4]

Na een kort voortraject volgde de gevreesde commando-opleiding aan het Commando Basic Training Centre (CBTC) in Achnacarry, waar luitenant-kolonel C.E. Vaughan de scepter zwaaide.[5] 25 Nederlandse militairen doorstonden deze helse uitputtingsslag en kregen in juni 1942 van Vaughan het commandobrevet uitgereikt. De groene baret zou pas in oktober 1942 volgen, toen het Britse ministerie van Oorlog een ‘distinctive form of head-dress’ invoerde voor de commando-eenheden.[6] De 25 Nederlandse commando’s werden ingedeeld bij de nieuw opgerichte No.2 (Dutch) Troop, onderdeel van No.10 (Inter-Allied) Commando. Kapitein P.J. Mulders werd de eerste commandant van de Troop. In de tweede helft van 1942 raakte de eenheid op oorlogssterkte nadat nog eens 45 Nederlandse militairen voor de commando-opleiding slaagden. Op de thuisbasis van No.2 (Dutch) Troop, Port Madoc in Wales, volgde een uitgebreid oefenprogramma.[7]

De nadruk lag op zogenoemde raids, amfibische operaties op de vijandelijke kust, en het trainen van straatgevechten. Het was de bedoeling dat de Nederlandse commando’s voornamelijk zouden gaan ondersteunen bij raids op de Nederlandse en Belgische kust, waar zij het voordeel hadden van terrein- en taalkennis.[8]

Beeldbank NIMH

Vijf officieren van No.2 (Dutch) Troop met in het midden commandant kapitein J. Linzel, een van de veertien bij Westkapelle ingezette Nederlandse commando’s. Foto Beeldbank NIMH

Landing op Walcheren

Na inzet tijdens operatie Market Garden in september volgde voor de Nederlandse commando’s in november operatie Infatuate, bedoeld om het Zeeuwse schiereiland Walcheren te veroveren. Daar bevond zich het laatste Duitse bolwerk aan de Scheldemonding, wat logistiek gebruik van de haven van Antwerpen door de geallieerden onmogelijk maakte.

Het plan voor de verovering van Walcheren bestond uit een amfibische aanval op Vlissingen (Infatuate I) en een landing bij Westkapelle (Infatuate II).[9] Korporaal Persoon, die op 1 november in het landingsvaartuig het inferno bij Vlissingen tegemoet voer, was een van de elf Nederlandse commando’s die deelnamen aan Infatuate I. Ondanks Duitse weerstand bereikten de commando’s, met de Nederlanders in de voorste gelederen, het met de codenaam Uncle Beach aangeduide landingsterrein bij Vlissingen. De strijd om Vlissingen ging gepaard met hevige straatgevechten en veel vernielingen en op 3 november gaf de commandant van de stad, kolonel Reinhardt, zich over.

Bij Infatuate II waren veertien Nederlandse commando’s betrokken, onder wie de commandant van No.2 (Dutch) Troop, kapitein J. Linzel. Het Nederlandse detachement moest samen met Britse mariniers van het No.47 (Royal Marine) Commando door het duingebied aan de zuidkust van Walcheren optrekken naar Vlissingen. Bij de gevechten om de Duitse kustbatterijen en bunkers raakten negen van de veertien Nederlandse commando’s gewond.[10] Ondanks de zware verliezen bereikte de taakgroep op 3 november Vlissingen.

Uiteindelijk overleefden alle 25 op Walcheren ingezette Nederlandse commando’s de strijd.

Lees meer op www.75jaarvrij.nl.

[1] Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag (NIMH), Losse Stukken (toegangsnummer 057), inv.nr. 5132, No.4 Army Commando’s role in Operation Infatuate November 1994 by I.O. No.4 Army Commando, Lieut. W. Wright, 25.

[2] Zie ook: H.G. Dekker en T.A. Krijger, ‘Korps Commandotroepen 1942-1997’, in: Militaire Spectator 166 (1997) (4) 149-159. https://www.militairespectator.nl/sites/default/files/bestanden/uitgaven....

[3] Alex Krijger en Martin Elands, Het Korps Commandotroepen 1942-1997 (Den Haag, 1997) 27.

[4] Krijger en Elands, Korps Commandotroepen, 10.

[5] Zie voor meer over de commando-opleiding te Achnacarry: Hans van de Wall en Rien Stegman, Commando: Achnacarry 1942 – Roosendaal 2014 (Roosendaal 2014) 59-97.

[6] Historische Collectie KCT, Nr:2, Map 6, Brief van Chief of Combined Operations, admiraal Mountbatten, aan de Under Secretary of State for War, 1 mei 1942.

[7] V.E. Nierstrasz, De geschiedenis van de Nederlandse Commandotroep (Den Haag 1959) 5-6; Krijger en Elands, Korps Commandotroepen, 12.

[8] Krijger en Elands, Korps Commandotroepen, 12-13.

[9] Historische Collectie KCT, No.2, Map 1, Geheime Inzetlijst, 22 november 1944, 3; Nierstrasz, Nederlandse Commandotroep, 12-13.

[10] Krijger en Elands, Korps Commandotroepen, 29.