Extreem eigenaarschap

Hoe Navy SEALS leiden en overwinnen

Met kogels doorzeefde muren, uitgebrande voertuigen, loerende vijanden en de felle brandende zon. In Extreem eigenaarschap delen Jocko Willink en Leif Babin hun oorlogservaringen tijdens hun inzet in Irak gedurende de Slag om Ramadi. Hun enige missie was het veiligstellen van Ramadi, een stad in Irak die constant werd geteisterd door strijders van al-Qaida en door menigeen als verloren werd beschouwd. Ondanks verschillende tegenslagen tijdens hun missies konden Willink en Babin, door het gebruik van militaire concepten en principes, hun team door de zwaarste strijd leiden. Met hun boek geven zij een unieke kijk achter de schermen bij de Naval Special Warfare Task Unit Bruiser, geleid door Willink als onderdeel van de Amerikaanse Navy SEALS. Onder barre omstandigheden en extreme druk loodsten Willink en Babin hun team door middel van ‘extreem leiderschap’ naar de overwinning.

Na hun militaire carrière begonnen Willink en Babin hun eigen bedrijf Echelon Front, dat waardevolle leiderschapsprincipes, die zij in de strijd hanteerden, doorgeeft aan bedrijven en organisaties in de vorm van coaching. In Extreem eigenaarschap zijn de gebruikte leiderschapsprincipes van het slagveld vertaald naar begrijpelijke principes, die niet alleen in het bedrijfsleven kunnen worden toegepast, maar ook in het dagelijks leven, waarvan de strijd volgens de auteurs een afspiegeling is. Het idee voor het boek kwam voort uit het besef dat de principes die beslissend zijn voor het succes van de SEALS op het slagveld direct toepasbaar zijn voor elke groep, organisatie, onderneming, elk bedrijf en zelfs het leven. Over de deskundigheid van de auteurs bestaat geen twijfel: als SEALS-commandanten hebben zij een reeks leiderschapslessen en optimale organisatorische werkmethoden ontwikkeld, getest, bevestigd en vastgelegd. De auteurs komen relatief snel tot de kern van hun verhaal, waardoor de concepten simpel en praktisch blijven en snel toepasbaar zijn, zonder veel abstracte en theoretische filosofie. Het boek bestaat uit drie delen, die zich concentreren op de fundamentele bouwstenen van leiderschap. Deze drie delen zijn onderverdeeld in hoofdstukken die stilstaan bij één concept uit de leiderschapsprincipes. Vrijwel elk hoofdstuk vangt aan met een oorlogservaring. Dit zijn vaak zenuwslopende verhalen, die gemakkelijk weglezen omdat ze haast de vorm van een roman aannemen. De boodschap met betrekking tot leiderschap blijft echter duidelijk. Vervolgens benoemen de auteurs het principe en hoe zij dat in het bedrijfsleven hebben geïntroduceerd.

De oorlog in jezelf winnen

Het eerste deel legt de fundamentele bouwstenen en de houding uit die vereist zijn om succesvol te leiden. Het concentreert zich voornamelijk op de aard van een leider. De eerste les is al een vrij extreem en confronterend principe: de leider is werkelijk overal voor verantwoordelijk, wat de auteurs ‘extreem eigenaarschap’ noemen. Hieronder valt ook het toegeven van eigen fouten, iets wat niemand graag doet. Tijdens één van de operaties in Irak kwam het onder Willinks gezag tot friendly fire, of ‘broedermoord’, zoals hij het noemt. Dit is het ergste wat er kan gebeuren op het slagveld. Vanwege vele misstanden en fouten van verschillende betrokkenen raakten de SEALS en hun verdwaalde Iraakse bondgenoten met elkaar in een vuurgevecht verzeild omdat zij elkaar aanzagen voor de vijand. Hierbij kwam een Iraakse soldaat om het leven. Uiteindelijk vond Willink dat er maar één iemand schuldig was en dat was hijzelf. Hij nam het eigenaarschap op zich voor alles wat er mis ging. Door het onthullen van dit incident raakt de lezer vertrouwd met de auteurs, waardoor het makkelijker wordt de principes eigen te maken. Indien de lezer nog niet is overtuigd beschrijft Babin een experiment dat de werking van deze concepten moet illustreren. Tijdens een loodzware SEALS-training ruilden de instructeurs de leiders van het ‘slechtst’ presenterende team met het ‘best’ presterende team. Het resultaat was verbluffend en zelfs Babin was onder de indruk; de nieuwe leider van het slechte team nam namelijk de verantwoordelijkheid voor het probleem van zijn slecht presterende teamgenoten, waardoor zij ineens koploper werden. ‘Er zijn geen slechte teams, alleen slechte leiders’, is wat dit voorbeeld duidelijk maakt.

Als de lezer van Extreem eigenaarschap eenmaal overtuigd is van de principes, moet hij of zij alleen nog in zichzelf geloven. De auteurs bepleiten dat een rotsvast geloof in de missie cruciaal is voor het behalen van goede resultaten. Om anderen te overtuigen en te inspireren zodat de missie wordt volbracht stellen zij daarom het ‘waarom’ centraal. Deze vraag stelde Willink zichzelf toen het bevel kwam om missies uit te voeren met Iraakse veiligheidstroepen, die volgens de auteur tot de slechtste ter wereld behoorden. De Task Unit Bruiser werd belast met het uitrusten, organiseren en trainen van de Iraakse soldaten. De SEALS waren absoluut tegen het idee, want het risico was simpelweg te groot. Bij Willink kwam de vraag op waarom de Amerikaanse legerleiding het zijn team in Irak nog moeilijker wilde maken. Hij kwam tot de conclusie dat hij en de leiding uiteindelijk wel hetzelfde doel hadden: winnen. In dit geval betekende winnen er aan bijdragen dat Irak een relatief veilig en stabiel land zou worden. De SEALS moesten de Iraakse soldaten eigenlijk goed genoeg maken. Toen Willink dat begreep geloofde hij erin en moest hij zijn troepen er ook in laten geloven. De auteurs bespreken het begrijpen van het ‘waarom’ en vertellen hoe zij hun team in de missie lieten geloven. De lezer wordt echter geacht niet overmoedig te raken: ego is de drijvende kracht achter de meest succesvolle mensen, maar het kan ook destructief zijn. Willink en Babin beschrijven uitvoerig hoe iemand zijn ego kan beheersen. Geloof en overtuiging zijn sleutelelementen in de mindset die de auteurs de lezer willen aanreiken.

De wetten van de strijd

Het tweede deel van Extreem eigenaarschap behandelt vier belangrijke concepten waardoor een leider en diens team een topniveau kunnen bereiken. Willink en Babin noemen dit de ‘wetten van de strijd’. Het tweede deel vereist dat de lezer de principes eerder uit het boek beheerst, anders loopt hij het risico te verdwalen. Het tempo bij de auteurs ligt namelijk hoog. Het eerste concept is cover and move en is de meest fundamentele tactiek. Babin illustreert dit als hij beschrijft hoe hij met zijn team, door elkaar constant rugdekking te geven, door een van de gevaarlijkste wijken van Ramadi manoeuvreert. Volgens de auteurs komt dit concept neer op samenwerken als één team en is dat uit de militaire praktijk te vertalen naar het bedrijfsleven. Soms is de missie echter niet altijd duidelijk, wat het tweede concept oplevert: eenvoud. Dit vereist korte en bondige communicatie, en hoe dit precies wordt aangepakt leggen de auteurs helder uit. Het derde concept draait om prioriteiten en uitvoeren. Volgens de auteurs moet een leider zeven stappen doorlopen om het principe van prioriteiten en uitvoeren in de praktijk te kunnen brengen. Het vierde concept, gedecentraliseerd gezag, vereist meer inspanning en voorbereiding dan de andere concepten. Leiders moeten erop vertrouwen dat commandanten onder hen de leiding nemen over kleinere teams en hen laten handelen op basis van een goed inzicht in de grote lijnen van de missie en de vaste procedures.

Subtiel en hachelijk evenwicht

Het derde en laatste deel van het boek, ‘Consolideren van de overwinning’, gaat over het subtiele en hachelijke evenwicht dat leiders moeten vinden om scherp te blijven en ervoor te zorgen dat het team voortdurend op topniveau blijft presteren. Dat begint bij het opstellen van een planning, ofwel: wat is de missie? De auteurs hanteren een checklist voor de planning van een leider waarmee niemand meer de fout in zou moeten gaan. Een belangrijk principe voor iedere leider is het steunen van de eigen baas, wat Willink en Babin het ‘managen van je meerderen’ noemen. Een tactvolle benadering is daarbij essentieel. De laatste twee concepten zijn gericht op doortastend optreden in onzekere situaties en het in evenwicht brengen van discipline en vrijheid. Het laatste hoofdstuk vat eigenlijk, op overzichtelijke wijze, alle belangrijke eigenschappen van een leider samen in de ‘dichotomie van het leiderschap’.

Extreem eigenaarschap kan aanknopingspunten bieden voor degenen die hun leiderschapsstijl willen verbeteren. Met hun voorbeelden willen de auteurs aantonen dat hun principes en concepten uit de militaire praktijk op vrijwel elke organisatie en elk persoon toepasbaar zijn. Hoewel Willink en Babin met hun achtergrond niet de minsten zijn en veel inzicht geven in leiderschap bij special operations forces, is het natuurlijk de vraag of dat niet te pretentieus is. In ieder geval past het boek in de discussie hoe bij het ontwikkelen van tools voor leiderschap tegelijkertijd gekeken moet worden naar individuen en groepen. Een leider die geen eenheid is met het team zal daar immers nooit het beste uit naar boven halen.

Alanis Hardoar MA

Extreem eigenaarschap

Hoe Navy SEALS leiden en overwinnen

Door Jocko Willink en Leif Baban

Amsterdam (Uitgeverij Business Contact) 2020

344 blz. – ISBN 9789047014294

Extreem eigenaarschap