Corona en Clausewitz

‘Jantien, snap jij nou waarom we iedere dag van de generaal naar die briefing moeten over corona? 90 procent van de informatie is hetzelfde. Er gaat een procentje af en er komt een procentje bij. En niemand die weet waar het heen gaat.’

‘Maarten, dat is omdat de baas wil dat we allemaal goed geïnformeerd zijn. Als ritmeester moet jij weer het aanspreekpunt zijn voor jouw mensen. Zo zorgen we dat elke huzaar weet waar we mee bezig zijn en waarom.’

‘Jij bent toch van de Geneeskundige troepen, Jantien. Misschien kun je dan ook uitleggen waarom sommige mensen er helemaal geen last van hebben en andere doodziek worden? Dat is toch onbegrijpelijk, dat kan tot nu toe geen enkele viroloog mij uitleggen!’

‘Ik zal het proberen Maarten. Kijk, ieder mens heeft een afweersysteem. Dat is een heel ingewikkeld en complexe organisatie van allerlei verschillende onderdelen die in werking komen als er vijandige stoffen – zoals een virus of een bacterie – in je lichaam komen.’

‘Zoals wij een leger hebben om ons land te verdedigen?’

‘Ja, precies! En net als een leger bestaat dat afweersysteem uit heel veel verschillende onderdelen die allemaal een andere functie hebben.’

‘Oh, je bedoelt dat het afweersysteem net is als een leger en die verschillende onderdelen, zoals infanterie, cavalerie en logistiek, dan samen voor de veiligheid zorgen?’

‘Precies. Kijk, sommige mensen hebben van nature een sterk afweersysteem, net als sommige landen een sterk leger hebben. Maar als je net een oorlog hebt gevochten, of je hebt net fors op je leger bezuinigd, dan stelt dat leger niet veel meer voor en kan een nieuwe vijand met gemak binnendringen.’

‘Het begint mij te dagen Jantien. Want jonge mensen met ‘verse jonge soldaten’ kunnen beter vechten tegen de indringer dan oude mensen met ‘gepensioneerde veteranen’ die weer onder de wapenenzijn geroepen?’

‘Ja, zoiets.’

 ‘Bovendien kun je je wel voorstellen dat elke vijand met een andere tactiek aanvalt. De een komt met infanterie en de ander met kanonnen of juist met cyber. Zo’n verdedigend leger probeert natuurlijk van alle markten thuis te zijn. Je weet immers niet wie je aanvalt en hoe. Zo is elk virus weer anders.’

‘Net zoals we met missies niet weten of we straks in Afghanistan, Bosnië, Oekraïne of Afrika staan en tegen wat voor soort tegenstander?’

‘Precies, we weten niet of hij ons aanvalt met cyber, groene mannetjes, hinderlagen, bermbommen, speedboten of drones.’

‘Ok, Jantien dat begrijp ik. Maar je hoort toch ook dat er gewone gezonde jonge mensen zijn die toch heel ziek worden of zelfs dood gaan… hoe kan dat dan?’

‘Kijk, Maarten. Elk leger is weer anders samengesteld. De meesten hebben een breed scala aan inzetmiddelen. Maar sommige legers missen bepaalde onderdelen, door bezuiniging of taakspecialisatie. Stel je hebt bijvoorbeeld in je leger geen luchtafweer. Zolang niemand je door de lucht aanvalt, valt dat helemaal niet op. Maar dan komt er een specifieke tegenstander, laten we hem corona noemen, die zich vooral van vliegtuigen bedient. Die bombarderen je infanterie en je cavalerie aan puin en dan is de strijd verloren.’

‘Ja, en aan de buitenkant van mensen kun je natuurlijk niet zien welke onderdelen van hun afweersysteem nu sterker of zwakker zijn. Net zo goed als je aan een leger op een mooie parade niet kunt aflezen hoe sterk ze werkelijk zijn. Dat blijkt pas in het veld.’

‘Ja, Maarten, zoiets denk ik. Veel mensen zien er aan de buitenkant heel gewoon uit, maar ze missen gewoon een paar onderdelen in hun afweersysteem. En zolang ze niet besmet worden met een virus dat gebruik maakt van die zwakte, denken ze dat ze gewoon gezond zijn en geen probleem hebben.’

‘Zoals wij voor de Tweede Wereldoorlog ons leger steeds verder verzwakten door bezuinigingen en daar pas achter kwamen toen de Duitsers binnen vijf dagen ons land bezetten. En bovendien met bommenwerpers en parachutisten; waar wij weinig tegen konden uitrichten.’

‘Ja, zoiets.’

‘Maar Jantien, dan snap ik nu ook hoe die immuniteit in elkaar zit. Dat zijn dan ervaren soldaten die al eens een keer met die vijand te maken hebben gehad en weten hoe hij optreedt. Ze hebben geleerd dat die specifieke vijand door de lucht zal aanvallen, dus zorgen ze dat hun luchtafweer extra alert is en goed getraind. Dan snap ik nu ook waarom 80 procent van de mensen weinig of geen last heeft van het virus. Die hebben hun defensie op orde. Daar heeft het virus geen kans.’

‘Ja, Maarten, en mensen die een beetje gezond leven, gezond eten, sporten, geen ziektes hebben en nog wat jonger zijn hebben hun defensie op orde en hoeven zich dus niet zo druk te maken over het virus. Tenzij ze net toevallig dat ene onderdeel missen in hun afweersysteem. Dan is het gewoon een kwestie van botte pech.’

‘Aan dat gezonde leven kun je zelf wel iets doen, net als een land aan het op orde houden van zijn krijgsmacht.’

‘Ja, precies. Maar laten we toeval en botte pech niet vergeten. In Noord-Nederland viel de voorjaarsvakantie een week eerder dan in het zuiden. En door de corona-uitbraak in de wintersportgebieden, die net een week later kwam, namen de Zuid-Nederlanders het virus vanuit Noord-Italië massaal mee naar huis en verspreidden het nog eens extra door carnaval. Als we allemaal een week eerder op vakantie waren gegaan –  en carnaval een feest in april zou zijn – zou Nederland waarschijnlijk weinig problemen met zijn IC-capaciteit hebben gehad. Soms heb je als regering gewoon geen informatie en is veel afhankelijk van toeval. Zoiets bestaat ook nog, al wil haast niemand in deze goed georganiseerde samenleving dat nog accepteren.’

‘Toeval, gebrek aan informatie en botte pech Maarten. The fog of war! Je zou het haast vergeten.’[1]

 

[1] Het begrip fog of war of Nebel des Krieges wordt doorgaans toegeschreven aan Carl von Clausewitz, die het gebruikt in zijn veel geciteerde en selectief gelezen standaardwerk Vom Kriege,  waarin hij onder meer zegt: Elke (militaire) actie vindt eigenlijk plaats in een soort schemergebied, waarin de dingen vertekend worden, zoals door mist in het nachtelijke maanlicht en waardoor zaken vaak dreigender en groter lijken dan ze werkelijk zijn (vertaling auteur).