De bezuinigingsgeneraal zwaait af

Met een terneergeslagen blik in zijn ogen zit de bezuinigingsgeneraal achter zijn piepkleine bureautje.[1] De cybergeneraal en zelfs de veiligheidsgeneraal, een nieuwe functie op de Bestuursstaf, hebben grotere bureaus. Dat hij ooit zo diep zou kunnen zinken in de departementale pikorde had hij niet voor mogelijk gehouden. Nog maar vijf jaar geleden had iedereen hem gevreesd en leek het wachten op zijn volgende ster slechts een kwestie van tijd. Nu stond hij op het punt roemloos de dienst te verlaten.

Hoeveel miljarden had hij niet bespaard voor zijn geliefde krijgsmacht? Maar de afgelopen twee jaar was hij totaal de regie kwijtgeraakt. Moeizame procedurele trajecten, die hij met zo veel creativiteit ontworpen had om het snel uitgeven van geld te voorkomen, werden stuk voor stuk buiten werking gesteld. Reserveonderdelen en nieuw materieel werden versneld aangekocht, waarbij tal van voorgeschreven stappen werden overgeslagen. Natuurlijk, veel van die stappen waren overbodig en tijdrovend, maar daar had hij ze toch juist voor bedacht. In opdracht van de vorige ministers. Alles om te voorkomen dat er ook maar één euro te veel werd uitgegeven.

Maar nu leken alle remmen los. Extra F-35’s wilde de minister kopen, tegen zijn nadrukkelijk advies in! De staatssecretaris had zelfs een nieuwe CAO afgesloten, waarbij het personeel erop vooruitging! Wat kostte dat wel niet? Wat een verspilling van geld! Zijn band met de staatssecretaris was sowieso al niet meer wat die geweest was, sinds hij haar vorig jaar had geadviseerd om het personeel toch vooral te vertellen dat die lekker goedkope cao, die Defensie in oktober 2018 had aangeboden, een gouden deal was. Ok, die communicatie was een beetje mislukt. Zoveel zelfkennis had hij wel. Maar het doel heiligde de middelen. Dat had hij in zijn loopbaan wel geleerd.

Op de KMA had hij 40 jaar geleden laten zien dat hij kon rondkomen van een armetierig zakgeld en ook met slechts twee onderbroeken drie weken op oefening kon gaan. Geen probleem. Als compagniescommandant had hij geleerd om zijn soldaten nooit meer dan vijf patronen te geven op een schietdag. Nooit had hij een van zijn soldaten een gratificatie van meer dan 35 euro gegeven en de pot met geld voor kleine voorzieningen in het legeringsgebouw had hij nooit aangesproken. Zuinig zijn was zijn tweede natuur geworden.

Als majoor en overste was hij daardoor al snel opgevallen. Hij had opleidingsprogramma’s rigoureus ingekort, de weekendbreak uit schietseries gehaald, zodat ze eerder terug konden (en toelages besparen). Na een zwaar gevecht met de bonden was het aantal leerlingen per instructeur flink opgehoogd. En na hevig tegenstribbelen van commandanten op alle niveaus waren bijna alle administrateurs, beheerders en personeelsfunctionarissen vervangen door geautomatiseerde systemen. Duizenden functies waren door zijn toedoen geschrapt. Dat de projectleiders van de geautomatiseerde systemen vaak niet op tijd leverden, was niet zijn fout. En dat de organisatie daardoor nu piepte en kraakte was vooral aan hun onkunde te wijten.

‘Een visionaire topper die de tijdgeest als geen ander begrijpt’, stond er in 2000 nog in zijn beoordeling van de Raad van Advies. Categorie 1 en voorbestemd om generaal te worden. Het Defensie MD-Comité had zich daar enkele jaren later volmondig bij aangesloten. Als kolonel had hij een hele brigade mogen opheffen. Een huzarenstukje! Dat was het moment waarop het de defensietop definitief duidelijk was geworden dat de organisatie zonder hem verloren zou zijn.

En toen de gezaghebbende columnist Frans Matser in september 2010 in de Militaire Spectator[2] een gloedvol pleidooi afstak voor het invoeren van een bezuinigingsgeneraal, was zijn moment van glorie gekomen. Zelfs de marine steunde zijn voordracht voor deze nieuwe functie. En dat wilde wat zeggen.

Tal van kazernes en vliegbases had hij weten te sluiten, de tanks de nek omgedraaid en het feit dat de militairen de WUL uit eigen zak moesten betalen was absoluut een succes geweest. En niet te vergeten de invoering van het up-or-out-systeem, waarvoor hij naar zijn eigen idee veel te weinig credits had gekregen. Want ja, sommige van deze succesverhalen werden door anderen geclaimd. Jaloerse collega’s waren overal. Maar de insiders wisten hoe het zat. Hij, enkel en alleen hij, had de defensieorganisatie toekomstvast gemaakt en met zekere hand door deze moeilijke tijden geloodst.

Maar sinds twee jaar wilde het niet meer vlotten. Reactionaire tegenkrachten probeerden afgeschaft materieel, zoals de tank, weer in te voeren. Zelfs de vervanging van de onderzeeboten leek weer haalbaar! Ook probeerde men bij de defensieonderdelen weer stiekem hier en daar nieuwe functies te creëren. En op sommige plaatsen werd de voorgenomen sluiting van kazernes gewoon teruggedraaid! Belachelijk!

Het geld klotste kennelijk tegen de plinten. Niemand lette meer op de kleintjes. Zijn eigen plaatsvervanger, die de afgelopen drie jaar braaf 80 uur per week had gewerkt om alle reorganisatiememoranda en reductielijstjes op tijd klaar te krijgen, kwam vorige week zelfs vragen om een extra majoor in zijn staf. En hij had hem vorig jaar nog wel zo’n goede beoordeling gegeven. Spijt had hij ervan, als de spaarzame haren op zijn hoofd.

Hij haalde zijn Nokia 3600 uit zijn zak en legde hem voor zich op tafel, naast zijn ontslagbrief. Met die telefoon kon je nog prima bellen en sms’en. Maar iedereen bij Defensie kreeg nu een dure smartphone. Of ze gek geworden waren! Daarom had hij nu besloten zijn laatste daad te stellen. Hij stopte ermee. Hij koos voor de oude diensteinderegeling.[3] Want dit was zijn leger niet meer. Dat scheelde Defensie toch mooi tienduizenden euro’s. Een mooie symbolische laatste daad van protest. Want één ding wist hij zeker: over vijf of zes jaar zou het weer slecht gaan met de Nederlandse economie en dan zou het weer het oude liedje zijn: bezuinigen! Dan zou er vanzelf weer een bezuinigingsgeneraal nodig zijn. En wie kon dat beter dan hij? Hij zou er klaar voor zijn om terug te komen. Net als de commandant van de marechaussee, die ook na vijf jaar teruggevraagd was. Hoe noemden ze die ook alweer op het ministerie? De boemerang-generaal. Klonk goed. De bezuinigings-boemerang-generaal. BBG! Met een grimlach ondertekende hij zijn ontslagbrief. ‘Ze zijn nog lang niet van me af!’

 

[1] Dit is het titelverhaal van de nieuwe bundel Tegenwicht-columns De bezuinigingsgeneraal zwaait af van Frans Matser die deze maand verschijnt bij uitgeverij White Elephant.

[2] Frans Matser, ‘Bezuinigingsgeneraal’, in: Militaire Spectator 179 (2010) (9) 468-469.

[3] In de nieuwe CAO van 2019 kunnen oudere militairen kiezen voor de oude pensioenregeling (met 59) of de nieuwe regeling (met 62). In het laatste geval krijgen ze aanzienlijk meer pensioen.