Koffieautomaat

Ik sta op de gang bij de koffieautomaat en zie drie wat oudere collega’s elkaar begroeten. Het gesprek gaat ongeveer zo: ‘Hé, jullie ook hier? Dat is alweer een tijdje geleden.’

‘Jazeker, dat was in Afghanistan. Hoe gaat het nu met jou?’

‘Ik werk tegenwoordig op de Bestuursstaf in Den Haag. Een bijzondere belevenis. Iedereen loopt vooral met z’n haren in de brand door de gang te rennen om een stukje van het extra geld dat we hebben, uit te mogen geven. Papier is daarbij geduldig, maar de realisatie van al die mooie voornemens is nog een beetje een probleem. Te weinig deskundigen voor al die projectorganisaties, te weinig verwervers om spullen te kopen, en natuurlijk zoals altijd iedere dag andere prioriteiten. En jullie? Waar zijn jullie geland?’

‘Ik ben weer terug naar de parate eenheden. Bij mijn oude en vertrouwde infanteriebataljon. Weliswaar in de staf maar toch gewoon lekker met de mannen en vrouwen op oefening en zo. Geen zin meer in al dat papier zwartmaken in Utrecht en Den Haag. Ik laat dat graag aan de gebrevetteerde collega’s over.’

‘Waren jullie een paar maanden terug niet naar die oefening in Noorwegen? Daar was toch zo veel over te doen in de pers. Geen winterkleding en zo. Stonden we weer voor schut met z’n allen.’

‘Ja, dat klopt, maar van die hele beroering snap ik niets. Als je ziet hoe veel verwervers we tekort komen en hoe lang het duurt door alle regels om gewoon spullen te kopen, dan snapt een kind dat we dat niet op tijd rond krijgen. Kijk, bij de mariniers hebben ze standaard een koudweeruitrusting maar tot voor kort kwamen wij met een gewone landmachteenheid niet zo ver naar het koude noorden. En de oplossing die was verzonnen vond ik best goed. Je kon gewoon zelf spullen gaan kopen en dan kreeg je je geld gewoon terug. Ik zoek liever zelf wat uit dan dat ik een of ander standaardpakket krijg waarvan dan de schoenen weer te smal zijn voor mijn voeten of de mouwen van het warme ondergoed te kort. Maar kennelijk zijn er altijd mensen die zo’n creatieve oplossing niet waarderen en er een drama van gaan maken. Alles wordt tegenwoordig negatief gemaakt.’

‘Ja, nu je het zegt. 25 jaar geleden kocht ik ook vaak zelf spullen. En daar kreeg ik niets van vergoed. Stond daar niet laatst nog een stukje over in de Militaire Spectator? Ik kreeg in die tijd alleen op m’n kop van een of andere kolonel omdat het niet standaard was. Dit klinkt dan toch veel beter.’

‘Ja, zo had ik het nog niet bekeken. Zeg, even iets anders: Heb jij al gekozen voor de nieuwe of de oude diensteinderegeling?’

‘Nou, mijn baas wil graag dat ik blijf. De jonge officieren en onderofficieren lopen bij bosjes weg en in Den Haag lijkt het niemand wat te kunnen schelen. Anders zouden ze wel een cao afsluiten. We hebben halflege pelotons, maar ook veel te weinig kapiteins en ervaren onderofficieren. Maar ik blijf het lastig vinden om voor langer werken te kiezen. Het scheelt best veel geld, maar ik kan nauwelijks inschatten in welke situatie ik over vijf of zes jaar zit. Je kiest eigenlijk zonder dat je weet wat het straks inhoudt. Ik vind het lastig. Heb jij al gekozen?’

‘Ik moet bekennen dat ik er allemaal weinig meer van snap. WUL, verhoogde pensioenpremie, ANW-compensatie, andere franchise, koppelafspraak. Het is voor mij allemaal abracadabra. Ik moet inmiddels zeven of acht jaar langer werken dan ooit afgesproken was en houd netto steeds minder over. En dan proberen de secretaris-generaal en de OPCO-commandanten je nog in een mailtje uit te leggen dat we het zo goed hebben. Het getuigt van weinig inlevingsvermogen.’

‘Van pensioenen snap ik echt helemaal geen fluit. Hogere wiskunde. Dacht vroeger altijd dat het wel goed geregeld was, maar na die slepende discussie over het pensioengat, wat volgens de vorige minister gewoon mijn probleem was, ben ik wel heel argwanend geworden. Ik heb laatst eens in de papieren zitten kijken en naar mijn pensioenprognose van tien jaar geleden gekeken. Daar staat ergens: als u gewoon blijft werken kunt u met 65 een pensioen verwachten en dan een bedrag. En in die tien jaar hebben we toch een paar loonsverhogingen gehad, maar dat bedrag is nu lager dan tien jaar geleden. Maar alles is duurder geworden. Dat is het enige wat ik snap. En als ik dan weer vier jaar extra moet werken, dan krijg ik wat extra geld. Maar wie weet wat ze ondertussen verzinnen. Nu krijgen we in 2019 zomaar middenloonpensioen, hoor ik. Geen idee wat het betekent. Ik krijg er geen goed gevoel van. En getuige de uitslag van de ledenraadpleging van de vakbond, veel andere mensen ook niet. En de staatssecretaris maar lullige mailtjes sturen dat het aan de bonden ligt. Maar het ligt natuurlijk niet aan één partij. Wie geeft zo’n STAS zulke stomme adviezen? Of wij gek zijn?’

‘Over gek gesproken: wat doe jij inmiddels? Jij was vorig jaar toch overtollig geworden?’

‘Ook zo’n verhaal. Wij hebben jaren in een reorganisatie gezeten om er veertig mensen uit te gooien en dan wordt binnen een half jaar besloten om alles weer uit te breiden. Nu is de helft weer aangenomen. Daar krijgt ook niemand een warm gevoel van. Vooruit kijken is kennelijk heel lastig bij Defensie. En wij maar mensen werven, maar de zittende collega’s lopen met dit beleid harder weg dan we kunnen aanvullen.’

‘Ja, wij moeten ondertussen plotseling weer trainen tegen reguliere strijdkrachten. Er is bijna geen hond meer in het bataljon die dat nog gedaan heeft. Trouwens, met zwaar onderbezette eenheden en veel niet inzetbaar materieel is dat extra lastig.’

‘Bij ons op de staf lopen inmiddels tien bd’ers rond. Die moeten de gaten opvullen van de vacatures en die weten nog een beetje hoe het vroeger ging met dat bataljons- en brigadeoptreden. Een paar jaar geleden kregen ze nog een brief dat ze geen dag langer mochten blijven werken, en nu worden ze weer teruggevraagd. Leuk voor die gasten, maar ik snap het allemaal niet meer.’

‘Nou, leuk dat we elkaar weer eens gezien hebben. En fijne feestdagen. Een extraatje zit er geloof ik niet in dit jaar.’

Ik vraag me af: zouden de SG en de CDS weleens bij de koffieautomaat staan?