U heeft mijn nummer

Joseph Goebbels ervoer het: de pers was een groot toetsenbord waarop de Duitse leiders muziek konden maken. ‘De waarheid was onbelangrijk en volledig onderworpen aan strategie en psychologie van de massa,’ zei hij. NAVO-strategen weten dat ook. In het NATO Military Concept for Strategic Communications worden media frank en vrij ‘a delivery vehicle for our messages’ genoemd.Islamitische Staat bespeelt het media-instrument uiteraard ook, de ‘dode bomen brigade’, de traditionele journalistiek, net zo virtuoos als de moderne sociale media.

IS volgt een strategie die tien jaar geleden ontwikkeld is, schreef weekblad De Groene onlangs. Jihad-ideologen publiceerden eind 2004 op jihadistische webfora het document Het beheer van wreedheid, dat jarenlang in internationale jihadistische kringen bediscussieerd is. Het is een handleiding voor het stichten van een kalifaat. Infrastructuren moeten vernietigd worden, landen zullen in chaos vervallen en jihadisten moeten in het machtsvacuüm springen dat daarop volgt. Grote vijanden, zoals Amerika, kunnen intussen met wreedheden getart en naar het slagveld gelokt worden en daar met terreuraanslagen verder gedesoriënteerd worden. Een mediabeleid heeft de handleiding ook. Jihadisten dienen maximale publiciteit voor gruwelen te creёeren. Media zijn belangrijk als megafoon van de wreedheden en aldus instrumenteel bij het verspreiden van chaos en angst.

Zo gezegd zo gedaan. In augustus werd de onthoofdingsfoto van James Foley over de hele voorpagina van NRC Handelsblad afgedrukt en bombastische mannen die ‘ongelovigen’ bedreigen met de hel zijn van harte welkom in talkshows op tv. De prediker Abu Imran, voormalig hoofd van Sharia4Belgium, sprak af met journalisten: ‘U heeft mijn telefoonnummer. U kunt mij altijd bellen… Ik kan u zo aan een shockerende quote helpen’. De strategie van de angstverspreiding werkt: Syrië-ganger Mujahiri Shaam kreeg heel Nederland op de kast toen hij in een videoclip zijn broeders in Nederland opriep om een ‘stevige daad’ te stellen als reactie op de Amerikaanse bombardementen in Syrië. Sindsdien zit u uniformloos in de trein.

De multimediaproducties van IS zijn aanmerkelijk professionelere pr-instrumenten dan die van al-Qaida ooit geweest zijn. In de nieuwste van al-Qaida is topman Zawahiri een uur lang aan het woord over het vestigen van een nieuwe tak aan de organisatie in Zuid-Aziё. Gaaaaaaap. In de high definition-clips van IS zien we hipster jihadisten, niet met pluisbaarden vol woestijnstof, maar met kekke kaakhaarcreaties, modieuze merkbrillen, vrolijke krullenbollen en een Master in IT, die jihad promoten als ‘our call of duty’, een referentie aan de razendpopulaire computergame.

Belangrijkste verschil met al-Qaida is dat journalisten op het kalifaat-slagveld kunnen rondbanjeren zonder achter hun bureau vandaan te hoeven komen, want de jihadi’s maken zich gemakkelijk vindbaar op internet. Ze publiceren selfies op Facebook, houden strijdersblogs bij, tonen films van explosies in slow motion op YouTube en spreken Engels. Hele dagen zijn journalisten op zoek naar de nieuwste tweet en weer een Facebook-bericht van een of andere Syriё-ganger of Syriё-thuisblijver. ‘Desktopjournalistiek’ heet dat, een journalistieke variant waarin IS en IS alleen bepaalt welke beelden we te zien krijgen.

The Guardian meldde in juli dat IS in een fatwa eiste dat alle vrouwelijke inwoners van Mosul werden besneden. In januari meldden Die Zeit en Huffington Post dat IS van plan was door te stoten naar Mekka om het heiligdom Kaaba te verwoesten, omdat het aanbidden van gebouwen een zonde is. In februari meldden The Daily Mail en CNN dat een Syrisch meisje gestenigd was door IS omdat ze Facebook gebruikte. Is het waar? We kunnen niks checken, maar kranten en internetsites publiceren het toch maar, want IS wil dat we geloven dat ze tot alles in staat zijn. Onze angst hebben ze al lang in hun zak.